The Dodos :: ”We hebben het deze keer maar duidelijk gehouden”

Bizarre, doordravende gitaarlijnen, chaotisch stompende drums: dat moeten wel The Dodos zijn, terug van weggeweest. Met No Color wijken ze niet af van de gebaande paden, al wordt het klankpalet wel subtiel uitgebreid met elektrische gitaar. “Het was als een oude liefde terugvinden.”

No Color is plaat nummer vier voor The Dodos en het lijkt wel een beetje back to basics. Weg is de vibrafonist die op het twee jaar oude Time To Die het groepsgeluid kwam versterken, het draait opnieuw om de gitaren van Merci Long en de drums van Logan Kroeber (al mag Neko Case van The New Pornographers her en der wel een zanglijntje toevoegen). Het werd dan ook een behoorlijk stevig en rechtdoorzee rockalbum. Precies wat die voorganger moest worden, maar niet werd.

“Klopt”, zegt Long ons aan de telefoon. “Ik heb je twee jaar geleden verteld dat ons plan was van Time To Die een strakke rockplaat te maken, maar dat dit niet gelukt was. Deze keer dus wel. Niet dat ik het zag als een fout die moest worden rechtgezet, want eigenlijk proberen we elke keer dezelfde plaat te maken. Het draait echter steevast anders uit. Maar ook op onze vorige plaat zat dat rockelement er al in. We hadden echte rocksongs geschreven en hard gewerkt aan de gitaarklank, maar op de luisteraar kwam het niet helemaal zo over. Deze keer hebben we ons best gedaan om het zo direct mogelijk te houden. We wanted to drive the point home: we zijn duidelijk gebleven. Sowieso hadden we deze keer meer controle over de plaat, en wilden we het zwaardere kantje aan de groep meer in de verf zetten, onze rock-‘n-rollkant.”

enola: Had je dan geen controle over jullie vorige platen?
Long: “Op Time To Die hebben we samengewerkt met Phil Eck als producer, en dat was een beetje alsof we met die plaat op school zaten. We hebben er heel veel van geleerd. De keuze om met hem in zee te gaan, was dan ook gebaseerd op de nieuwsgierigheid naar wat hij met ons geluid zou doen. Deze keer werkten we opnieuw samen met John Askew. Hij heeft onze eerste twee platen gemaakt, en het was interessant om te zien waar we nu stonden. Op ons debuut Beware Of The Maniacs wisten we niet waar we mee bezig waren, en zochten we nog ons geluid en hoe we dat vervolgens moesten opnemen.”
“We hebben overigens geen gemakkelijke sound om op band te krijgen. We gingen voor een klank die tegen opname-instincten ingaat: we duwen dingen vooraan in de mix die je normaal op de achtergrond houdt, en omgekeerd. Piepjes, het geluid van vingers die over snaren glijden op een akoestische gitaar … dat soort dingen. Een normale studiotechnicus wil dat automatisch stiller zetten, zodat je het niet meer hoort, wij willen dat niet. Die dingen erin laten en luid laten klinken, geeft onze muziek net urgentie en spanning. Daardoor krijg je het gevoel dat de songs bewegen. Dat hadden we op onze eerste twee platen uitgevogeld met John, en we vonden dat er nog unfinished business was, dat we best nog eens met hem konden werken.”

enola: In de bio bij de plaat omschrijf je John als “a voice of reason who can and isn’t afraid of vetoing ill-fated ideas”. Was dat nodig?
Long: “John is emotioneel heel verbonden met de groep, en daardoor is hij ook erg betrokken bij het resultaat van het opnameproces. Hij wil dat het echt goed is en het was ook hij die ons vrij snel duidelijk maakte dat de vibrafoon niet echt goed in ons geluid paste. En dat had niets te maken met de kwaliteit van Keaton (Snyder), die het instrument bespeelde, want hij is een veel straffere muzikant dan wij. John deed ons echter beseffen dat het afbreuk deed aan het rock-‘n-rollaspect van onze muziek, dat we net zochten. Hij liet ons een mix horen waarbij hij stukjes weghaalde, meer bepaald die vibrafoon, en ja, het klonk meteen een stuk spannender en steviger.”

enola: Moet een moeilijke beslissing zijn geweest om Keaton dat te vertellen.
Long: “Het is nooit gemakkelijk om iemand te vertellen dat ze ‘niet meer nodig’ zijn. Gelukkig is Keaton een echte professional. Hij is nog jong, maar heeft een echte muziekopleiding gehad, dus hij begreep meteen dat het gewoon een puur artistieke beslissing was. Ik kan niet anders dan daar veel respect voor opbrengen. The Dodos heeft nu eenmaal een bepaald geluid, en hij wilde dat niet in de weg staan. Ik denk dat hij het zelfs begreep, dat hij de nummers ook veel beter vond na de mixing zonder zijn bijdragen.”

enola: Denk je dat het een foute beslissing was om hem destijds aan boord te halen?
Long: “Absoluut niet. ‘t Was een geweldige ervaring. Het laatste jaar toeren met Keaton was erg fijn, hij hoorde er helemaal bij, en iemand als hij die muzikaal zo sterk is erbij te hebben, was zeker nodig om ons meer te leren over onszelf. Alleen al door hem erbij te hebben gehad, hebben we vooruitgang geboekt.”
enola: Zou je het nog eens doen, er een andere muzikant bij halen?
Long: “Ja hoor. We moeten onszelf blijven verrassen. Je kunt maar zoveel doen met gitaar en drums alleen, dus het is bijna uit overlevingsdrang dat we iemand als Keaton erbij haalden. Na de opnames van Visiter (uit 2008) hebben we belachelijk lang getoerd, en we hadden echt iemand nieuw nodig, een ander instrument. Alleen op die manier konden we met nieuwe oren luisteren naar wat we doen. Zowel Logan als ik waren onszelf moe gehoord.”

enola: No Color is volgens jou beïnvloed door nineties riffrock? Dat is waar je mee bent opgegroeid?
Long: “Halverwege de opnamen ben ik wat dingen op elektrische gitaar beginnen te spelen en het verraste ons allemaal hoe dat klonk. Het bracht me helemaal terug naar mijn jeugd, toen ik die jaren negentigmuziek onder de knie trachtte te krijgen. Ik was dat allemaal een beetje vergeten. Ik wist niet eens meer hoe hard ik van de elektrische gitaar hield, na jaren op de akoestische te hebben gefocust. Uiteindelijk werd dat onverwacht het leukste stuk aan de opnames. Ook John en Logan vonden het wel kicken om mij opnieuw elektrisch te zien gaan.”

enola: Je zang is in de mix veel meer naar voor geschoven, vind ik. Ook een manier om die duidelijkheid te verkrijgen?
Long: “Het varieert meer tussen de songs dan dat, hoor. Er zijn inderdaad nummers waar we de stem meer naar voor hebben getrokken, maar net zo goed hebben we die elders meer in de mix verborgen. Bij het mixen zijn Logan, John en ik heel erg aan het zoeken geweest wat werkte, en zo vaak wilde ik me gewoon de oren van het hoofd scheuren. Ik verloor het perspectief op wat we opgenomen hadden, dus ik weet niet meer wat we hebben gedaan. Vraag me maar liever niets over de productie.” (lacht)
enola: Heeft het ermee te maken dat je je als zanger nu zekerder voelt?
Long: “Dat heeft er inderdaad voor een stuk mee te maken: meer vertrouwen. Ik vond het belangrijk dat het gewoon klonk zoals ik echt zing, en niet zoals op de vorige plaat, waar er al eens een technologisch hulpmiddel werd ingezet. Er zit meer overtuiging in, deze keer: als het werkt, werkt het en als het op niets trekt, dan is het maar zo. Ik probeerde me er minder zorgen over te maken. Het voordeel bij het maken van de plaat was ook dat we deze songs live al hadden uitgetest toen we door de VS toerden met The New Pornographers, waardoor ze meer aansluiten bij mijn stem en capaciteiten. Dat hielp: ik wist dat ik deze songs kon zingen.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − achttien =