The Pains Of Being Pure At Heart :: 20 april 2015, Café De Zwerver (Leffinge)

Op een blauwe maandag naar een optreden in een West-Vlaams dorpje voor amper een man of dertig: wij waren net als de vier heren van The Pains Of Being Pure At Heart niet helemaal zeker van ons stuk.

Van de Botanique naar het Gentse DOK naar een klein, maar voorts sympathiek en knus café in de kuststreek: is de ster van een ooit beloftevolle popband nu echt aan het tanen? Het mooie lenteweer past dan weer wel perfect bij de melancholische noise pop van de band. Het contrast van het romantisch pittoreske met het potentieel dat de nummers op plaat uitstralen blijft groot. Een groep als The Pains Of Being Pure At Heart had al lang eens de AB moeten uitverkopen, maar het oordeel na hun optredens was nooit echt mals: nooit echt indrukwekkend en vooral Kip Berman viel meestal uit de toon met zijn zwakke stem. Vergelijk de band en de frontman gerust respectievelijk met een voetbalclub en een voetballer die wel het talent in zich hadden, maar nooit echt de top konden bereiken.

In 2009 zag het er nog veelbelovend uit, toen hun debuutalbum uitkwam. The Pains Of Being Pure At Heart wist net als Ride en The Jesus And Mary Chain de pop goed te verstoppen achter zuigende gitaren. Twee jaar later klonken ze op het grootse Belong al wat meer gepolijst en meer poppy, of beter gezegd als een ideale kruising tussen Amerikaanse nineties rock en melancholische britpop. Met andere woorden: The Pains Of Being Pure At Heart was voor de twintigers, die de hoogdagen van die twee genres nooit bewust hebben meegemaakt, de geknipte band om die tijden toch eens aan te horen. Want toen was er voor ons nog niet meer dan 2 Fabiola, flippo’s en de Power Rangers.

Op hun derde plaat, het ietwat makke Days Of Abandon, schemeren The Cure en The Smiths iets te veel door. Niet dat we iets tegen die grootheden hebben, wel integendeel. In nummers als “Corald And Gold” en “Eurydice” missen we, ook live, de hevigheid van weleer. Maar “Heart In Your Heartbreak”, aan het begin van de set, klinkt ook weinig begeesterend. We waren gewaarschuwd: vooral Berman — geen gedroomde frontman, zo blijkt — lijkt zijn stem te forceren en zich niet goed in zijn vel te voelen op een podium. Berman mag dan waarschijnlijk al een stuk in de 30 zijn, hij droomt live nog steeds weg als een zestienjarige puber die voor de eerste keer op een podium staat.

Vreemd genoeg heeft de frontman een klein uur later wel de moed om als eerste encore een nummer uit de oude doos (waarvan de titel ons ontgaat) enkel met begeleiding van zijn elektrische gitaar te brengen. Na verloop van tijd heeft de band zo te horen aan vertrouwen gewonnen. Het kwartier daarvoor klinkt de band alleszins bijna op zijn best: wanneer het met prikkeldraadgitaren het gehoor probeert te teisteren en het beste van Smashing Pumpkins met Stone Roses combineert. Bescheiden hoogtepuntjes van de set zijn echter wel de afsluiters “This Love Is Fucking Right!” en “Belong”, de opener van de gelijknamige, superbe plaat.

The Pains Of Being Pure At Heart bracht een optreden dat balanceerde tussen flets en onderhoudend, maar kende te weinig euforische momenten — waarbij de sterke melodieën, verrukkelijke baslijnen en pulserende drums het publiek volledig meeslepen. We willen de band nog niet volledig afschrijven, maar ook nog niet de hemel in prijzen. Misschien moeten de vier heren eerst nog eens een ouderwets scheurende plaat uitbrengen, werken aan de podiumpresentatie en een nieuwe keyboardiste/zangeres (dat missen we ook) aanschaffen, en dan pas terugkeren?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 4 =