The Pains Of Being Pure At Heart :: 17 januari 2012, Botanique

De Verenigde Staten zijn een raar land. Ze houden er bijvoorbeeld niet van goeie popmuziek. Echt niet. Het gaat zelfs zo ver dat als ze iets schrijven dat op een popsong lijkt, ze die begraven onder tonnen stofzuiggitaren. Alles, om toch maar niet door te breken. Je wil toch geen succes hebben, zeker? Althans, zo lijkt het toch te zijn voor The Pains Of Being Pure At Heart.

Met het soort melodieën als die waar de New Yorkse groep in grossiert, zou bijvoorbeeld elke Britse band er immers alles aan doen om toch maar zo snel mogelijk de deur van de mainstream open te krijgen, verzuchtend “bestond Top Of The Pops nog maar”. Niets van dit alles bij Kip Berman en vrienden. Zich genoeglijk nestelend in de knusse incrowd van de indiescene, neemt hij meer dan genoegen met een volle Botanique. Dat volstaat ruimschoots.

Nu, sterke songs of niet, het zou ook niet gemakkelijk zijn om van Berman een echte ster te maken. Zelfs al doet hij hard zijn best in de intro van “Come Saturday”, veel star quality heeft hij niet. En dan is er ook zijn zang, die voor eeuwig en drie dagen de achilleshiel van The Pains Of Being Pure At Heart zal blijven: zwak en vlak is ze te weinig geprononceerd om een concert te dragen, en ook vandaag zakt alles bij momenten in als een soufflé.

En toch is dit het sterkste concert dat we het viertal al zagen geven. Voor het eerst klinkt de groep snedig en gefocust, waar dat al eens wat wazig kon zijn. Het dromerige kantje dat op plaat al eens charmant kan zijn, maar live eerder naar kabbelen neigt, wordt er zo wat afgevijld. De songs van Berman krijgen de tanden die ze nodig hebben.

Dat is al duidelijk vanaf opener “Belong”; één en al gruizige gitaren die spelen op power. Wanneer de groep de aanstekelijke huppelnummers “This Love Is Fucking Right” en “Heart In Your Heartbreak” na vuurt, zit de groep op koers. Dit is pop met het zelfvertrouwen van rock, zoals “My Terrible Friend”, dat op synthpartijen drijft die zo van The Cure konden zijn, laat horen. Al valt het ook op hoe de songs van het recentere Belong — waarvoor de groep topproducer Flood kon strikken — toch altijd wel een trapje lager zullen staan dan die van op hun titelloos debuut uit 2009.

Met dit krachtige geluid komen de in honing en prikkeldraad verpakte songs van de groep ook het meest tot hun recht. Rechtdoorzee, zonder in hun eigen naïviteit te verdwalen, worden ze losgelaten. Het zijn stuk voor stuk pareltjes van tienerromantiek; verlangend smachten naar het weekend, zwijmelend kussen achter het fietshok van de school. “A Teenager In Love”, hobbelend op een stevige motownbeat, windt er zelfs in zijn titel geen doekjes om.

Naarmate de avond vordert, zet de groep nog meer op kracht in. “Everything With You” knalt de boxen uit, zelfs al moffelt Berman dat gitaarheldbruggetje dat op plaat zo geweldig is een beetje weg. Met “The Pains Of Being Pure At Heart” wordt de set naar een explosief einde gestuwd. Des te verrassender dus dat de frontman besluit om als eerste bis een soloversie van “Contender” te brengen. Het is geen goed idee, en ook de andere bissen — “Strange” en de vinylsingle “Say No To Love” — gaan wat de mist in.

Het is een wat ongelukkig, halfslachtig punt na een optreden dat op een uitroepteken leek te zullen eindigen. Neen, in de Top 30 zult u deze jongens en dit meisje niet snel ontmoeten. Misschien is het uiteindelijk maar goed ook: we zouden ze niet graag in een Sportpaleis zien verdrinken. Hier, in deze Botanique, zorgden ze echter wel voor een fijn uur popmuziek. En dat was eigenlijk al veel te lang geleden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × vier =