Seefeel :: Seefeel

Waar een verjaardagsfeestje al niet tot kan leiden. Toen het Britse label Warp vorig jaar zijn twintigjarige bestaan vierde met enkele shows, nodigde het de veteranen van Seefeel uit om de festiviteiten mee op te luisteren. Een terechte en vanzelfsprekende invitatie, ware het niet dat deze band maar liefst veertien jaar had stilgelegen.

Dat Warp dit kwartet een uitnodiging stuurde, mag evenwel niet verbazen. Tenslotte was Seefeel rond 1994-1995 een bepalende factor in het verhaal van het label. Met zijn symbiose van dromerige shoegaze-gitaarklanken op zijn Cocteau Twins’ en innovatieve ritmepatronen op zijn Aphex Twins’, week de groep destijds als eerste af van het typische — zuiver elektronische — Warp-geluid. Toen Seefeel vorig jaar bevestigde opnieuw enkele shows te spelen, hielden fans en critici evenwel hun hart vast; termen als “Shoegaze” en “IDM” doen vandaag immers even jaren negentig aan als het gekloonde schaap “Dolly”. Maar Seefeel zette onder meer in Parijs een uitmuntende show neer en zwengelde zo de geruchtenmolen over een nieuwe plaat aan. Enkele maanden later is Seefeel een feit, het eerste nieuwe album in vijftien jaar.

Hierop slaagt de band erin om de bloedvorm waarin hij verkeert ook naar de studio te vertalen. Seefeel heeft na al die jaren namelijk niets aan avontuurlijkheid ingeboet. Integendeel, met dezelfde componenten van toen komt de groep tot een nieuwe uitkomst; de gitaren nemen nu de bovenhand en klinken niet langer gepolijst, maar worden in een gore distortiepoel gedrenkt. Hierbij wordt het experiment niet uit de weg gegaan, zo drijft “Dead Guitars” op een slepend krautrockritme dat haast opengereten wordt door de ruisimpressies en de grofkorrelige gitaren. De scratches, de triphopbeat en de diepe baslijn van “Making” knipogen naar midden jaren negentig (Massive Attack!), maar ook hier zorgt het verzengende ruisbad voor een vervreemdend effect.

Slechts af en toe schemert het onderkoelde, hypnotiserende gevoel van de oude Seefeel door. Zo dolen de karakteristieke, ijle spookgeluiden door het instrumentale “Rip-Run”. “Faults”, dat we nog kennen van de gelijknamige EP die eind vorig jaar als voorbode van dit album uitgebracht werd, is het meest conventionele nummer van de plaat. De lieflijke zang van zangeres Sarah Peacock wordt vooraan in de mix geplaatst, enkel begeleid door minimale percussie en afgeleid door spaarzame sonische obstructie.

Het venijn zit ‘m in echter de staart. Met name in de golvende noise van “Aug30”, een gitzwarte track zonder drums en zonder vocalen die je meedogenloos meesleurt naar donkere dieptes die Fennesz op Black Sea wist te bereiken. Afsluiter “Sway” is met zijn negen minuten niet enkel het langste, maar eveneens het meest emotionele nummer van de plaat. Opnieuw zijn er die kramakkele krautrockritmes, maar ditmaal slaan ze om in heldere, getailleerde elektronica.

Seefeel 2.0. heeft zich niet beperkt zich niet tot het opsmukken van oude ideeën, de band heeft nieuwe uitwegen gezocht en gevonden. Zonder toegevingen en zonder op de kar te springen van het geluid van de dag, komt Seefeel na vijftien jaar met een krachtige plaat aanzetten waarop het laat horen dat het nog niets aan relevantie heeft ingeboet.

Seefeel stelt zijn nieuwe plaat op 25 maart voor in de AB Club.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =