Bill Orcutt :: A New Way To Pay Old Debts

Als er de voorbije jaren één plaat is die aanspraak kan maken op het label “kletterende rammelblues”, dan is het deze wel. Absoluut te mijden voor wie graag duidelijke structuren en spel volgens de regels verwacht, maar een totale must voor wie op zoek is naar pure expressie via rauwe vrijheid.

Het album zou in de topregionen van ons voorbije eindejaarslijstje terechtgekomen zijn als het niet al verschenen was in 2009 (enkel op LP). Maar nu het eindelijk ook een cd-release krijgt, is er geen reden meer om dit snoepje achter te houden. Want we hebben het hier echt over een ruwe diamant, een ongeslepen bastaardsteen die blijft imponeren met zijn wilde sound en zijn overrompelende mix van primitieve roots, improvisatie en punkenergie. Bluespuristen krijgen het hier ongetwijfeld van op de heupen, maar wie luistert er in godsnaam nog naar puristen?

Orcutt maakte in de jaren negentig een tijdlang kabaal met het noisetrio Harry Pussy. Die band, die opgedoekt werd in 1997, was een typisch undergoundfenomeen met verwaarloosbaar succes tijdens zijn levensdagen, maar met een generatie volgelingen die nog altijd zweert bij hun withete, semi-geïmproviseerde gitaarfurie. Orcutt ontsnapte een decennium lang aan het muziekleven om zich aan andere dingen te wijden (een job, een gezin, dat soort dingen), maar werd wakker geschud toen hij in 2008 betrokken werd bij de release van You’ll Never Play This Town Again, een langverwachte Harry Pussycompilatie.

Hij haalde zijn aftandse akoestische gitaar nog eens boven, een jarenvijftigmodel waarvan twee snaren ontbraken en die lager gestemd was nadat de gitaarhals al eens gebroken was. Daarop plaatste hij een pick-up om versterkt te kunnen spelen, en dat is het recept om aan die kletterende, metalige sound te komen die A New Way To Old Debts domineert. Het album is grotendeels instrumentaal, met Orcutt die hier en daar eens een kreet uitstoot of meeneuriet, maar nergens heb je het gevoel iets te missen.

Deze editie bevat niet enkel de originele LP (de eerste acht songs), maar voegt twee songs toe die op een 7” te vinden waren, en vier onuitgegeven songs, maar de sound varieert enkel tijdens de laatste vier songs een beetje. Voor de rest klinken deze stukken alsof de snaren werden aangevallen met een onaflatende furie, alsof Orcutt eraan wilde trekken en sleuren en wringen tot ze het zouden begeven. Vanaf opener “Lip Rich” opent zich een intense wereld met voodoo-allures, een bezwerende trip van merkwaardig felle improvisaties.

Je denkt daarbij spontaan aan gitaarmeesters als Mississippi Fred McDowell en Lightnin’ Hopkins, maar net zozeer aan de niet te categoriseren folkblues van John Fahey, de door effecten verwrongen avant-blues van Gary Lucas en, onvermijdelijk, de radicale improvisaties van Sonny Sharrock en Derek Bailey. Met die laatste heeft Orcutt een verbazend arsenaal aan technieken gemeen, al zit er bij de Amerikaan een buikgevoel, directe impact en rock-‘n-rollfeel in die zelden bij de Britse meester te horen was.

Alhoewel heel wat van de nummers teren op herhaling (“Sad News From Korea”) en nu en dan ingetogener oorden opzoeken (“Cold Ground”), blijft het voor de rest een dans uitvoeren op een slappe chaoskoord. Orcutt maakt gebruik van vage routes en heeft zeker een trukendoos ter beschikking, al blijven deze stukken onvoorspelbaar en ontembaar, goed genoeg om een emotionele belevingswereld op te roepen tussen extase en grimmigheid, terwijl de sound genadeloos blijft kerven en snijden. Ook al is dit spul opgenomen met een akoestische gitaar in ’s mans huiskamer (je hoort auto’s voorbijrijden en in de opener rinkelt er zelfs een telefoon), het spreekt zo luid als een gemeen rockconcert.

De basisingrediënten die Orcutt gebruikt (blues, improvisatie, noise) zijn niet nieuw. De manier waarop hij die elementen weet te vermengen tot een verrekt spannende en zelfs verslavende luisterervaring, is echter voldoende bewijs dat we te maken hebben met een uniek artiest. Het is dan ook niet een beetje terecht dat het album ook z’n weg vindt voorbij een handvol vinylfreaks en liefhebbers van obscure avant-garde. A New Way To Pay Old Debts is gewoonweg de shit.

Voor de liefhebbers: intussen verscheen er al een nieuwe release, de ‘one-sided LP’ Way Down South.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + 19 =