The Green Hornet




Onlangs (in onze bespreking van ‘The Tourist’) hadden we het nog
over het lullige lot van Hollywoods met de regelmaat van de klok
ingevoerde expat-regisseurs. Wees creatief, maar vooral niet te
veel, en was je handen vooraleer je aan de lopende band komt staan,
dat is het devies voor de buitenlandse talenten die zich gretig
naar Tinseltown laten lonken. Een ervan is alvast een uitzondering.
Frans videocliptalent Michel Gondry, u allen bekend van ‘Be Kind
Rewind’, ‘Eternal Sunshine of the Spotless Mind’ en ‘The Science of
Sleep’, kon in Amerika best gedijen zonder aan creatieve kracht in
te boeten, zo leek het. Tot nu. Gondry stapt met ‘The Green Hornet’
mee in het rijtje gewillige topregisseurs die zich voor de kar
laten spannen van een grootschalige blockbuster en bevindt zich
daarmee in het gezelschap van schoon volk als Bryan Singer
(‘X-Men’, ‘X2’, ‘Superman Returns’), Sam Raimi
(‘Spiderman’-trilogie), Darren Aronofsky (het op stapel staande
‘The Wolverine’), Sam Mendes (de volgende, voorlopig titelloze
James Bond) en Kenneth Branagh (het er verschrikkelijk
camp uitziende ‘Thor’). Heeft Gondry dan misschien een
speciale, uit alle poriën fantasie uitademende superhero
movie
in elkaar kunnen knutselen? Nope, ‘The Green Hornet’ is
een bovengemiddeld plezierige, maar weinig indrukwekkende genrefilm
geworden die maar op een zeldzaam moment de aanwezigheid van een
groot talent verraadt.

Het verhaal van ‘The Green Hornet’ is gebaseerd op een antiek
hoorspel dat in de jaren (what else) ’60 naar de televisie
werd gehaald. In de jaren ’40 was ‘The Green Hornet’ ook al een
film serial (zeg gerust een uitgerekte soap in
filmformaat) in navolging van Louis Feuillade’s ‘Fantômas’ en ‘Les
Vampires’, maar dan – dat spreekt – met meer camp en meer
maillots. (Het vervolg op die serial werd trouwens ‘The
Green Hornet Strikes Again!’ gedoopt; als er ooit een vervolg op
mijn biopic gedraaid wordt, eis ik alvast dat die ‘Vincent
Van Peer Strikes Again!’ heet.) Het concept van een krantenmagnaat
die ‘s nachts met zijn side-kick Kato keet gaat schoppen
in de onderwereld komt dus van daar, maar de rest is allemaal
gepimpt om te passen in onze 21e-eeuwse
tijdsgeest; inclusief Seth Rogen, die ook het script verzorgde. Op
zich is die hele mythos rond ‘The Green Hornet’ een toevallig
samenraapsel van elementen van andere succesreeksen: de rijke
miljardairswees die het geboefte ‘s nachts mores gaat leren komt
van Batman (kudos voor mezelf trouwens, om in één zin
zowel “mores” als “geboefte” te gebruiken), de gazet die
dient als spil van de actie zie je ook in Superman én in Spiderman,
en het komische gefoefel met gadgets en oneliners is dan weer pure
James Bond.

Beloftevol opzet, leuke combo (Rogen/Gondry) en Christoph
It’s a bingo!’ Waltz die meedoet als even dodelijke als
onzekere villain. Wat loopt er dan mis? Niet gek veel;
‘The Green Hornet’ is een degelijke ontspanningsfilm, maar het
verhoopte vuurwerk blijft wel uit. De beste puntjes dan, om niet te
zeurderig te beginnen? Gondry heeft zich duidelijk goed geamuseerd
met het enorme, op Versailles gelijkende grondgebied van Britt Reid
(Seth Rogens hoofdrol dus) en stopt enkele bijzonder mooie
symmetrische shots met een subtiel oog voor architectuur tussen de
actiescènes in (hét shot van de film is een ‘Citizen Kane’-achtig
beeld van een dienster die op een gigantische trap staat). Een
enkel visueel snufje knipoogt af en toe naar Gondry’s knetterende
verbeeldingskracht (al blijft het allemaal héél erg binnen de
lijntjes) en één scène, waarin we een dozijn ellenlange
tracking shots volgen in alsmaar kleiner wordende
kadertjes, is bijzonder sterk. Ook: Seth Rogen is een overtuigende
slacker-superheld die zich als scenarist gelukkig niet
genoodzaakt voelde om naar het einde toe enkele obligate
zedenlesjes in te lassen. Hij is een halve idioot aan het begin van
de film en op het eind is hij nog minstens zo onnozel. Fijn zo!

Spijtig is dan weer dat Jay Chou (die Kato vertolkt) – naast
enkele killer moves – heel weinig te doen krijgt, en even
goed Engels praat als Ashton Kutcher Frans. Neen, zo erg nu ook
weer niet (excuus), maar de film zonder ondertitels bekijken zou
toch een uitdaging zijn, me dunkt. Cameron Diaz houdt het dan weer
simpel en krijgt gewoonweg niets te doen. Edward James
‘Battlestar’ Olmos en Tom Wilkinson zijn hun eigen uitstekende
zelve, maar krijgen ook nul uitdieping; gelukkig mag James Franco
nog even een leuke cameo komen brengen en is Christoph Waltz wel
consistent plezierig als slechterik. Voor de rest zijn de dialogen
oké zonder meer, net als de actie – Gondry doet dat goed, maar een
James Cameron zal hij allicht nooit worden – en de humor. Hit
and miss
is het codewoord: soms helemaal raak (een gevecht in
Britts mansion is geweldig) en soms eerder flauw (veel
oneliners missen doel). Ook de plot slaagt er nooit in om écht
vaart te krijgen en het duurt heel lang vooraleer we een (toevallig
erg aan ‘Kick-Ass’ herinnerende) intrige hebben. Maar vervelend
wordt het gelukkig ook nooit.

Voorts dien ik u nog te melden – Dennis deelt tegenwoordig met
weerhaakjes bezette zweepslagen uit als we er niet over
klagen – dat de 3D op niks trekt. Het beeld is scherper en er is
iets meer diepte, wat in sommige shots (dat beeld van die
dienster!) mooie effecten oplevert, maar 99% van de tijd was er van
eigenlijke 3D zelfs geen sprake. Zakkenvullerij, zeg ik u! Als u
gaat kijken, doet u dat dan vooral in 2D. En aangezien het qua
fysiek welzijn van rug en billen voorlopig nog snor zit, hou ik het
maar meteen voor bekeken. Maar u weet het, hé: ‘The Green Hornet’:
oké filmpje, zat meer in, toch nog redelijk plezant. Tot volgende
keer, when we strike again!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × twee =