Let Me In




Ongeveer negentig procent van de mensen krijg je nog met geen
stokken een zaal binnengerammeld waar een niet-Engelstalige film
speelt, maar dat verhindert niet dat er jaarlijks steevast één
arthouse hit toch een onverwachte doorbraak maakt.
Verleden jaar was dat ‘Des Hommes et des Dieux’, dat een
verbazingwekkend lang leven leidde in de kleinere zalen (dezelfde
zalen waarin films als ‘Mother’, ’22 Mei’ en ‘Mary and Max’
compleet genegeerd werden). Verder terug in het verleden had je
films als Almodóvars ‘Todo Sobre Mi Madre’ en ‘Hable Con Ella’, en
Italiaanse epossen als ‘La Meglio Gioventù’. Films die het
vooroordeel “oei, ‘t is niet in ‘t Engels en Koen De Bouw doet er
ook al niet in mee!” om de één of andere reden moeiteloos wisten te
overstijgen om een onvermoed breed publiek te bereiken.

In 2008 was de arthouse hit du jour ‘Let the Right One
In’, een tamelijk fantastische Zweedse vampierenfilm. Enfin,
eigenlijk is “vampierenfilm” een verkeerde omschrijving: het was
een teder, gevoelig coming of age-verhaal waarin één van
de twee hoofdpersonages toevallig een vampier was. De film trok de
aandacht van Hollywood, maar omdat het in de VS nog veel
ondenkbaarder is om naar een Zweedse prent te gaan kijken dan in
België, werd al snel de voor de hand liggende beslissing genomen:
remaken die hap, en snel een beetje! Matt Reeves, de regisseur van
‘Cloverfield’, werd aan het roer van ‘Let Me In’ gezet, en we
moeten toegeven: de brave man heeft eigenlijk de beste Amerikaanse
versie van het verhaal gemaakt, waar we op hadden kunnen hopen. Als
u ‘Let the Right One In’ hebt gezien, is er geen enkele reden om
naar de remake te gaan kijken, maar Reeves heeft alvast de sfeer en
de lugubere toon van het origineel intact gelaten. Wie – net zoals
wij – een beetje vreesde dat de weerhaakjes uit de versie van
Thomas Alfredson zorgvuldig verwijderd zouden zijn, kan dus
opgelucht ademhalen. Maar goed, met al dat stel ik me nog steeds de
vraag: waarom zou je naar een degelijke kopie gaan kijken als het
origineel daar nog altijd op dvd briljant ligt te wezen?

Het verhaal: Owen (Kodi Smit-McPhee, die u nog kent als het
zoontje van Viggo Mortensen in ‘The Road’) is een eenzaam jongetje
van een jaar of twaalf, die op school genadeloos gepest wordt. Zijn
ouders zijn verwikkeld in een scheiding en vriendjes heeft hij
niet, tot de mysterieuze Abby (Chloe Moretz, Hit Girl uit
‘Kick-Ass’) naast hem komt wonen. Abby heeft de vreemde gewoonte om
op blote voeten door de sneeuw te lopen, komt alleen ‘s nachts
buiten en leeft samen met een oudere man (Richard Jenkins), van wie
wordt aangenomen dat hij haar vader is. Owen en Abby sluiten een
voorzichtige, fragiele vriendschap. Uiteindelijk komt het hoge
woord er uit: Abby is een vampier.

Vampirisme als metafoor voor (pre)puberale vervreemding en
angst: echt verblindend origineel was dat idee vanaf het begin
eigenlijk al niet. Owen voelt zich een buitenstaander op school en
zelfs thuis, en dat wordt dan gespiegeld in de ervaring van Abby,
die zich per definitie aan niemand kan binden, behalve aan haar
menselijke assistent, Richard Jenkins. Met hem onderhoudt ze een
bizarre meester-slaaf relatie: Jenkins moet zich de buitenwereld in
wagen om mensen te vermoorden, hun bloed af te tappen en dat mee
naar huis te nemen als voer voor Abby. Wanneer hij daar op een
avond niet in slaagt, is haar woede groot. Je moet je haast
afvragen hoe die relatie ooit is ontstaan. Toen Jenkins zelf een
eenzaam jongetje van twaalf was die een vriendin nodig had? Dat
alles is in feite een beetje obvious, maar de relaties
tussen de personages werden in ‘Let the Right One In’ met een bijna
poëtische tederheid in beeld gebracht, waardoor de film toch onder
je huid wist te kruipen. De remake behandelt die zelfde thema’s,
maar Reeves plaatst ze in een specifiek Amerikaanse context. De
film speelt zich opnieuw af in 1983. Op tv horen we Ronald Reagan
spreken over de kracht van Jezus tegen het kwade, op school moet
Owen braaf de eed aan de Amerikaanse vlag opdreunen en zijn moeder
heeft zich in haar verdriet blijkbaar op het geloof gesmeten, met
nadrukkelijk in beeld gebrachte gebedjes voor het eten. Owen leeft
dan ook in een geritualiseerde Amerikaanse omgeving, maar geen
enkel van die rituelen kan hem gelukkig maken of het gevoel geven
dat hij er bij hoort. Het gewelddadige vampirisme van Abby –
waarvan het steeds duidelijk blijft dat het onschuldige mensen hun
leven kost – lijkt in vergelijking veel zinvoller.

Helaas is die sociale context zowat het enige dat Reeves
toevoegt aan het origineel. De enige geloofwaardige reden waarom
een remake ooit zinvol zou kunnen zijn, is als een filmmaker zich
het bronmateriaal volledig eigen maakt en er nieuwe dingen mee
doet. Een beetje wat Steven Soderbergh deed met ‘Traffic’ en het
onderschatte ‘Solaris’. In het geval van ‘Let Me In’ mag Reeves nog
honderd keer zeggen dat zijn film eigenlijk gewoon een nieuwe
verfilming is van het boek van John Ajvide Lindqvist, het is en
blijft een hondstrouwe kopie van ‘Let the Right One In’. Eén
schokkend sleutelmoment uit de Zweedse film wordt hier overgeslagen
(meteen de enige toegeving die Reeves doet om de impact van het
verhaal te verzachten voor een Amerikaans publiek), maar voor de
rest wordt het origineel haast scène voor scène, en zelfs shot voor
shot gevolgd. De ontmoeting tussen Owen en Abby op het klimrek, de
ziekenhuisscène tussen Abby en haar beschermer, de finale in het
zwembad… Ze zijn allemaal present en verschillen in zo goed als
niets van hun tegenhangers in de eerste film.

Wie het positief wil zien, zal opmerken dat ‘Let Me In’ dus het
gestage tempo, de onheilspellende sfeer en het compromisloze geweld
van ‘Let the Right One In’ allemaal bewaart, waarmee de film
zichzelf sowieso profileert als een welkome anti-‘Twilight’. We
krijgen ook een moody beeldvoering, die wordt gedomineerd
door de gelige schijn van de winterse straatverlichting en strakke
camerabewegingen, én uitstekende, onderkoelde acteerprestaties van
Smit-McPhee en Moretz, wellicht twee van de meest getalenteerde
jonge Amerikaanse acteurs. Om het simpel te zeggen: iemand die ‘Let
the Right One In’ nooit gezien heeft en per ongeluk bij ‘Let Me In’
binnensukkelt, zal een goeie film zien. Alle anderen zullen
waarschijnlijk lichtjes opgelucht zijn dat Reeves er niét de
typisch Amerikaanse verkrachting van heeft gemaakt waarvoor
gevreesd kon worden… Maar daarna ook concluderen dat het
origineel toch onovertroffen blijft.

Een Amerikaans publiek, dat grotendeels onvertrouwd zal zijn met
‘Let the Right One In’, zal de film waarschijnlijk gewoon
aanvaarden zoals hij is en zich nooit de vraag stellen of het hele
project vanaf het begin al wel zinvol was. Maar iedereen die niét
vies om verder te kijken dan zijn eigen achtertuin, kunnen we
alleen maar aanraden om een dvd’tje van ‘Let the Right One In’ op
te snorren – voor de prijs van nog geen twee cinematickets heb je
meteen the real thing in huis. In feite is dat meteen een
aardige vergelijking voor de hele film: ‘t is niet dat een Pepsi
niet lekker kan smaken, maar als er daarnaast een fles echte Cola
staat…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − drie =