No Age :: Everything In Between

Sub Pop, 2010

Zo briesend als op het kleine meesterwerk ‘Nouns’ klinkt No Age
sinds kort niet meer. Niet dat het ultieme noisepopduo opeens aan
intensiteit of urgentie heeft ingeboet, wel integendeel. Maar Dean
Spunt en (vreemd genoeg géén pornoacteur) Randy Randall laten hun
muziek wel, veel meer dan vroeger, ademen, tot rust komen,
rijpen. ‘Everything In Between’ is een volwassen plaat,
waarin alles op de juiste plaats zit, van de nummerlengte over de
instrumentale intermezzo’s tot de gevoelige ambientinvloeden: No
Age wordt volwassen, maar blijft en passant wel verrassen,
kopstoten uitdelen en eenvoudigweg geweldige muziek maken.

Als diehardpunkers klachten hebben dat Spunt en Randall hun
attitude zijn verloren, dat ze zich hebben overgegeven aan het
geluid van de massa en dat ze hun fuck it all and no
regrets
-instelling op betreurenswaardige wijze hebben laten
varen, laat die gasten dan maar zagen. Vooreerst hebben dat soort
kerels allicht fluopaars haar of een outfit die doodskoppen met
legerpatronen combineert (just sayin’) en ten tweede is
het duo dan wel minder rechttoe-rechtaan hard, maar dat wil
geenszins zeggen dat ze in hun muziek opeens compromissen zijn gaan
sluiten, laat staan dat ze voetje voor voetje dichter naar de massa
proberen te schuifelen. No Age wil vooruit en laat haar geluid op
organische, ongeforceerde wijze evolueren.

Zelfs subtiele toetsen keyboard en elektronica komen af en toe
gedag zeggen, zoals in opener ‘Life Prowler’, een melancholisch
stukje punkpop gedrapeerd rond een doelbewuste drum, een brok
feedback en een ijl gitaarstukje dat vanuit het wolkendek door de
noise komt turen: een nummer om hot damn tegen te zeggen.
Ook ‘Glitter’ – de single – is zo’n toonvoorbeeld van de ‘nieuwe’
No Age: equal parts striemende noise en
melancholische ambientpop, hier en daar herinnerend aan
Deerhunters laatste meesterwerk. De invloeden gaan van vroege
hardcore over shoegaze tot new wave, maar nergens klinkt
‘Everything In Between’ als een collage: de sound past No Age en
klinkt origineler dan mijn gebrekkige beschrijving doet
vermoeden.

Indierock uit de nineties – of dat nu gaat om Sebadoh,
Superchunk, Teenage Fanclub, Pavement of Sonic Youth – blijft
een belangrijk referentiepunt, maar het moet gezegd worden dat No
Age die klassering ook overstijgt. Groepen als Cymbals Eat Guitars
of Surfer Blood blijven ergens meer schatplichtig aan de traditie
van de lo-fi rammelrock, terwijl Spunt en Randall er
duidelijk in slagen om hun geluid open te trekken en nieuwe
horizonten op te zoeken. Momenten van pure ambient (zie: ‘Positive
Amputation’, het slot van ‘Fever Dreaming’) doorspekken de noisepop
en in bijna elk nummer komt een geweldige gitaarlijn van Randy
Randall (ik zeg het u: ‘t is niét die van ‘Good Will Humping’)
emotioneel weerwerk bieden tegenover de vinnige punk die de nummers
nog vaak domineert.

‘t Is dus niet zo dat No Age probeert om haar sound hier en daar
wat te tweaken om mee te zijn met de laatste hype du
jour
(zoals pakweg Le Loup dat al eens durft te doen). Spunt
en Randall worden simpelweg volwassen en slagen erin om het genre
waar zij verliefd op zijn (want dat blijft rammelende noisepunk)
naar een nieuw niveau te tillen, en te spelen met de regels van het
genre. Zo is ‘Everything In Between’ een soms meesterlijk rockende,
soms bescheiden ontroerende plaat geworden van twee kerels die hun
sound zodanig hebben weten perfectioneren dat zij de concurrentie
nogmaals ver achter zich laten. Een ingehouden triomf van twee heel
grote, doodnormale gasten, kortom. Subliem!

http://www.myspace.com/nonoage

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =