Hooverphonic :: The Night Before

Sony, 2010

Hooverphonic is dood, leve Hooverphonic! Dat lijkt de leuze te
zijn als we naar de charts kijken. Terwijl Geike Arnaerts jongste
project Dorléac na nochtans lovende kritieken een stille dood
stierf, scheert haar vorige stal zowel met single als plaat hoge
toppen in de eindejaarsverkoop, wat ons toch enigszins verbaast.
Toegegeven, Noémie Wolfs is zowat de perfecte opvolgster. Qua stem
benadert ze soms akelig dicht Arnaerts timbre, maar ze voegt er met
een rauwer kantje wel een eigenheid aan toe: herinneren en vergeten
tegelijkertijd dus.

Een tiental minuten ver in ‘The Night Before’ en alle argwaan is
als sneeuw voor de zon verdwenen. De opener ‘Anger never dies’ –
Hooverphonic does Bondsong – mag wat ons betreft meteen de radio
opgegooid worden. Die strijkers! Die typische
Callier-gitaarrimpeling! Dat bombaste refrein! De eerste slag is
nog maar binnen of daar is de titeltrack al. Absoluut niet de beste
single uit hun repertoire, maar wel een moordend aanstekelijke.
‘Driemaal is scheepsrecht’ moet Alex gedacht hebben, want meteen
erna volgt ‘Heartbroken’, een jazzy Bacharach-ode die om een
rokerige nachtclub schreeuwt en waarin de nieuwe kracht zeer sterk
uit de hoek komt: haar heesheid maakt het refrein helemaal af. Drie
duimen omhoog dus! Akkoord, dit klinkt na de welgekomen
horizonverbreding van ‘The President of the LSD
Golf Club
‘ als de zoveelste terugkeer van Jackie Cane, maar dit
sterke trio doet ons plotsklaps inzien dat we Hooverphonic
eigenlijk wel wat gemist hebben. Callier blijft uiteindelijk een
sixties-freak en zal met die invloed zijn beste werk blijven
afleveren.

Net wanneer je deze comebackplaat liefdevol zou willen omhelzen,
gaat ze echter de mist in. In het eerste bedrijf lijkt alle kruid
verschoten en daarna is het meer van hetzelfde, maar op een heel
wat lager niveau. ‘One Two Three’ en ‘Sunday Afternoon’ (met een
schaamteloze kopie van de Jackie Cane-gitaar) liggen lekker in het
oor, maar zijn meteen vergeten. Alweer polkadotpop, alweer
strijkers – en dit komende van een liefhebber – trop is te veel! In
de grote dertien-in-een-dozijnzee die het merendeel van ‘The Night
Before’ overspoelt, steken nog maar twee nummers hun kop boven
water: ‘George’s Cafe’, een nachtwandeling doorheen Montmartre, en
de knipoog richting ‘Blue Wonder Power Milk’, ‘Danger Zone’
geheten. Bij die laatstgenoemde afsluitende track geraken is op
zich al geen sinecure. Dit album bevat simpelweg te veel
middelmatigheid om de concentratie hoog te houden. Bij het
repetitieve snoozefest à la ‘How can u sleep’ – het antwoord ligt
aan het einde van het nummer voor de hand – gooide zelfs deze
normaal gezien o zo consciëntieuze reviewer de handdoek bijna in de
ring.

Het goede nieuws is dus dat er zeker en vast leven na Geike is,
maar de zoektocht naar opvolging lijkt langer geduurd te hebben dan
het schrijfproces van deze langspeler. Vijf sterke songs maken
immers geen album. De beproefde Hooverphonic-formule wordt
schaamteloos gekopieerd en zelfs binnen de plaat denk je soms dat
de teller terug op de titeltrack is gaan staan (ironisch genoeg in
de eerste seconden van ‘Identical Twin’). “Schoenmaker blijf bij je
leest” is een schone wijsheid, maar mag niet te ver gedreven
worden.

http://www.hooverphonic.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − twee =