Sufjan Stevens :: Age of Adz

Asthmatic Kitty, 2010

Eerder dit jaar waren er geruchten over een onbekende ziekte die
Sufjan Stevens enige tijd in het bed gekluisterd hield, waardoor
een nieuw muziekproject gedoemd was tot uitstel. Uit het niets kwam
er toch het verrassende ‘All Delighted
People
‘, een e.p. die via het internet beschikbaar werd gesteld
voor streaming en downloaden. Een uur lang prettige
combinaties van intimiteit en bombast van een onovertroffen en zeer
herkenbare Sufjan Stevens, die zo een vervolg breidde aan het
succes van ‘Illinoise’ uit 2004 (al mag ‘The Avalanche‘ uit
2006 ook niet vergeten worden). ‘All Delighted People’ is
uiteindelijk niet het enige afgeleverde product in dit jaar, want
een maand later is het nieuwe ‘Age of Adz’ al ready for
shipping
en vormt dit ‘volwaardige’ album de artistieke
afsluiter van zijn bewogen jaar.

De lovende woorden van mijn collega-recensent zijn nog maar net
droog, wanneer ik de mogelijkheid krijg om ‘Age of Adz’ aan een
kritische doorlichting te onderwerpen. Eerlijk toegegeven, is het
moeilijk om iets zinnigs te zeggen over Sufjan Stevens zonder in
extremen te vervallen. De artiest heeft een eigen stijl en doet
daarmee de ene trillen van genot en de andere opborrelen van
ergernis. Ik behoor grotendeels tot de eerste categorie, al doen
sommige nummers van ‘Age of Adz’ mij lichtelijk overhellen naar de
tweede.

‘Age of Adz’ start nochtans foutloos met het fijngevoelige
gitaargetokkel van ‘Futile Devices’ dat dankzij de warme
sfeerinvulling een vaag gevoel van heimwee en geborgenheid opwekt.
Stevens weet meesterlijk het evenwicht te behouden tussen een
kleurrijke, bijna psychedelische muziekstijl die zowel intimiteit
als uitbundigheid incorporeert. De zachte repetitieve tonen op de
piano geven dat fijngevoelige reliëf nog een extra dimensie.

‘Too Much’ valt vrij letterlijk te nemen en creëert een
spanningsveld met een veelheid aan elektronisch gebroebel en
bitonale beats. Het koele aura dat soms doorheen het
nummer loopt, neigt naar Scandinavische triphop en
ambient, maar is een welgekomen inspiratiebron in de
muziek. Sufjan Stevens teert niet op gevoelens van angst zoals
DM Stith maar
brengt altijd een positieve boodschap die bulkt van liefde en
solidariteit (al is dat bij ‘Age of Adz’ vatbaar voor
interpretatie). Vooral de amoureuze thematiek komt soms heel sterk
naar voren. ‘Too Much’ eindigt met een orkestraal orgelpunt en kan
makkelijk doorgaan als een onconventioneel anthem.

‘Age of Adz’, de explosieve titeltrack, is een soort Chinees
vuurwerk met zowel urban als classical invloeden.
Ook hier kan er gesproken worden van een anthem-gevoel,
door de overweldigende kracht van het instrumentarium. ‘Age of Adz’
bruist vooralsnog van het leven maar is allesbehalve melig of
voorspelbaar. Dat illustreren ook de teksten: “When it dies, when
it dies / It rots / And when it lives, and when it lives / It gives
it all it gots / This is the Age of Adz / Eternal living”. Stevens
klinkt bij momenten raadselachtig en vertelt zijn verhaal met
sporadische flarden, maar die kleine borrelnootjes hebben een felle
nasmaak.

Het tweede deel van het album ligt mij iets minder, vooral door
enkele keuzes die Stevens maakt. ‘Now That I’m Older’ lijkt me
eerder gebaat bij een verstillende uitvoering, want het nummer
raakt helemaal ontwricht door de elektronische geluiden en beats.
Het reflexieve karakter van de teksten, die de indruk geven dat
Stevens een breuk aan het verwerken is, zouden beter tot hun recht
komen in een akoestische bewerking. ‘Get Real Get Right’ voelt aan
als een tijdelijke ontsporing door het gebrek aan magie en
bezwering. Pas met het schichtig op de voorgrond treden van het
organisch klinkende fluitspel is er een kleine emotionele
opwelling. De ambient-achtige klanken van eerder zijn nog
even te horen op ‘Bad Communication’, maar de korte duur van het
nummer is een obstakel om dat prettige gevoel van opstijgen in de
muziek volledig tot zijn recht laten komen. Sufjan Stevens is zich
goed bewust van het ruimtelijke aspect van zijn muziek maar springt
er soms onzorgvuldig mee om.

De eerste tonen van ‘Vesuvius’ herstellen echter het korte
gevoel van twijfel: het knetterende vuur komt werkelijk tot leven
in het nummer (“The heart of the earth & the weapons of
warmth”), dat een uitstekende verbeelding is van de mythische
vulkaankrater. ‘All for Myself’ reikt met een opzienbarende stuwing
naar de hemel: mocht Sufjan Stevens in de zestiende eeuw leven, dan
zou hij ongetwijfeld de vaandeldrager zijn van de
contrareformatorische propagandamachine van de Rooms-katholieke
Kerk.

‘I Want to be Well’ start nogal verkrampt, maar gewenning treedt
op naarmate het nummer zich verder ontwikkelt. Uit het nummer
blijkt een ambivalente houding ten aanzien van de massa.
‘Impossible Soul’ vormt een exuberante exodus maar valt net iets te
lang uit naar mijn smaak – ondanks de veelbelovende start van het
nummer.

Misschien zijn enkel hyperkineten of schizofrenen echt
in staat om alle aparte schillen in de muziek van Sufjan Stevens te
ontleden en tot op het bot te analyseren. ‘Age of Adz’ laat soms
glunderen van genot maar geeft mij uiteindelijk vooral een gevoel
van verwarring. Uit ‘All Delighted People’ en ‘Age of Adz’ valt
ongetwijfeld een geniaal album te destilleren, maar op
laatstgenoemde (als losstaand geheel) is dat niet altijd even goed
hoorbaar.

www.sufjan.com
www.myspace.com/sufjanstevens

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − drie =