Dinner for Schmucks




Wanneer Judd Apatow een jaar of twee geleden een nieuw project
aankondigde, was het steevast reikhalzend uitkijken naar zijn
slacker-producties vol uitermate citeerbare slagzinnen,
prettig vettige humor en een gezond streepje oprechte emotie. Grote
kanonnen als ‘Knocked Up’, ‘The 40-Year-Old Virgin’ of – de
godfather der slacker-komedies – ‘Anchorman’
hebben in menig studentenkamer op repeat gestaan, en
terecht. ‘Superbad’ is de ultieme tienerfilm. ‘Forgetting Sarah
Marshall’ was de meest frisse romantische komedie tussen
‘Punch-Drunk Love’ en ‘(500) Days of Summer’ in en zelfs verguisde
filmpjes zoals ‘Step Brothers’ en het onderschatte ‘Walk Hard’
konden op onze goedkeuring rekenen. Anno 2008 begon de fabriek der
leute met o.a. ‘Drillbit Taylor’ spijtig genoeg horendol te
draaien, wat in het jaar daarna het ontgoochelende ‘Funny People’
opleverde (van Apatow zelf) en zelfs het scabreuze ‘Year One’. Meer
en meer films gingen net niet straight-to-dvd en de hechte
acteurskliek versplinterde, wat resulteerde in meer films met het
frat pack zonder dat Apatow er nog iets mee te maken had
(zie: ‘Night at the Museum 2’, ‘I Love You Man’, ‘Role Models’,
etc). Vaak met redelijk affreuze gevolgen, dat spreekt. En toch zag
‘Dinner For Schmucks’ (zelfs met ‘Get Him to the Greek’ vers in het
achterhoofd) er nog redelijk appetijtelijk uit.

Op papier heeft deze slapstickfarce dan ook wel wat te bieden.
Paul Rudd als enige hoofdpersonage, dat werkt niet, zo heeft het
verleden al meermaals uitgewezen (nog ‘I Could Never Be Your
Woman’, iemand?), maar hier krijgt hij versterking van de nooit
minder dan genietbare Steve Carrell. Bijrollen worden vertolkt door
‘Hangover’-ontdekking Zach Galifianakis en (voor het eerst terug
samen in een productie sinds ‘Flight of the Conchords’!) Jemaine
Clement en Kristen Schaal. Daarbij zou het concept – een dinner
party
waarbij halvegaren en hele zotten worden geëxploiteerd –
nog voor een amusante sitcom-aflevering kunnen zorgen
(getuige hiervan de laatste twintig minuten van de film). Alles wat
daarbij komt kijken, zit echter genadeloos fout. De hele
build-up, de romantische misverstanden, de
onhebbelijkheden van Steve Carrells personage, de vaak aftandse
moppen en de tergend lange speelduur van twee uur zorgen voor een
ronduit gênante ‘Mr. Bean’-kloon met situatiehumor een aflevering
van ‘F.C. De Kampioenen’ waardig.

Het verhaaltje – minus die gestoorde dinner party dan –
is al een keer of dertig verteld in romantische komedies met
kantoorsetting, maar alla, omdat u het bent: Paul Rudd
speelt een financieel expert (iets van die strekking althans) die
kans maakt op promotie. Zijn baas (Bruce Greenwood) wil eerst
echter testen of hij wel uit het juiste hout gesneden is en nodigt
hem uit op een dinner for winners. Rudd moet een idioot
vinden en meenemen naar het etentje, alwaar die laatste uitgebreid
belachelijk kan worden gemaakt. Zijn vriendin (Stephanie Szostak)
kan er niet mee lachen, maar na een toevallige ontmoeting met de
excentrieke (lees: knettergekke) belastingbediende Barry (Steve
Carrell) begint hij de uitnodiging van zijn baas toch serieus te
overwegen. Wat volgt is een lawine van amoureuze fiasco’s en
onmogelijke misverstanden.

De makkelijke straight guy met wie u zich dient te
identificeren, krijgt dus de keuze tussen een stapje op de sociale
ladder en zijn integriteit, maar aan die keuze hangt niet alleen de
toekomst van zijn carrière af, maar ook het antwoord van de vrouw
die hij ten huwelijk wil vragen. Wow. Waar blijven ze het halen?
Maar goed, een beetje kleffe onzin in een voor het overige prettig
gestoorde komedie kan nog wel door de beugel natuurlijk – welke
komedie heeft immers niet minstens één scène waarin een personage
even zijn ziel mag uitstorten? Spijtig genoeg is het clichématige
scenario al even voorspelbaar als irritant (de scènes met de
krankzinnige stalker zijn zo slecht dat het begrip
“plaatsvervangende schaamte” bij me opkomt). De absurde situaties
die elkaar opvolgen – steevast door toedoen van Steve Carrell –
zijn zo geforceerd dat je de wanhoop van de schrijvers haast
lijfelijk voelt: “please, lách, al is het maar één
keertje, LACH!” Waarna wij beschaamd wegkijken.

Net zoals in Mr. Bean’s ‘Ultimate Disaster Movie’ mag Mr.
Carrell in het eerste uur (anderhalf uur?) het ene onheil na het
andere afroepen over ons sympathieke, maar onfortuinlijke
hoofdpersonage, om daarna in één of twee dialogen duidelijk te
maken hoe eenzaam hij eigenlijk wel niet is, en hoe goed hij het
bedoelt, etc. Waarna Paul Rudd natuurlijk even diep moet beginnen
nadenken over de richting die hij met zijn leven wil uitgaan.
Afijn, als dat (anderhalf) uur dat daarvoor kwam nu enigszins te
pruimen was, hadden wij de mechanische gekunsteldheid van het
scenario nog door de vingers willen zien; wat nu overblijft is een
hondsbrave, saaie en steriele genrefilm, al even rampzalig als de
schmucks uit de titel.

Ach ja, om niet al te negatief te eindigen, durven we nog wel
even een pluim op de hoed van de castingafdeling te steken. De
rollen van Jemaine Clement en Zach Galif… euh, de dikke van ‘The
Hangover’, zijn immers óók slecht geschreven, maar die worden
tenminste grappig omdat het die twee acteurs zijn – hell,
die kerels moeten nog maar gewoon door beeld wandelen en wij
beginnen al te gieren van het lachen. Voor het overige is een
vijftal geestige momentjes verspreid over een periode van twee uur
gewoon niet genoeg om ons te kunnen boeien. Bij een smos kaas neemt
u toch ook geen genoegen met een broodje waartussen alleen een
schijfje komkommer en toefje mayonaise gepropt zitten?
Hewel, dan. En nu maar hopen dat Apatow zijn mensen terug
onder controle krijgt en nog eens zelf met een topper komt
aankloppen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + achttien =