Dogtooth

In de jaren tachtig schreef Ian McEwan het boek ‘The Cement
Garden’, verfilmd in 1993, over drie kinderen die na de dood van
hun moeder alleen achterblijven in een gigantisch landhuis. Ze
verstoppen het lijk in de kelder, en beginnen met hun een drieën
een ongezond, geïsoleerd bestaan, dat zich grotendeels beperkt tot
het huis zelf. ‘Dogtooth’, van Griekse regisseur Giorgos Lanthimos,
laat zich bekijken als een soort groteske parodie op dat verhaal.
De basiselementen zijn hetzelfde – extreem sociaal isolement dat
leidt tot seksuele perversie en zelfs geweld – maar waar McEwan
koos voor psychologisch realisme, gaat Lanthimos hier voor
overdrijving die soms neigt naar het absurde. Met een uitgestreken
gezicht serveert de regisseur ons een mix van incest, huiselijk
geweld en dierenmishandeling, waarvan ik vermoed dat het allemaal
bedoeld is om te lachen. Het resultaat is – om het zacht uit te
drukken – een vreemde film, die de thematiek van McEwan koppelt aan
het gortdroge gevoel voor humor van Scandinavische cineasten zoals
Anders Thomas Jensen. Eentje voor de meer avontuurlijke filmkijker
dus, maar goed, wat houdt u tegen om een avontuurlijke filmkijker
te zijn?

Het verhaal draait rond een naamloos, welgesteld gezin, ergens
in Griekenland. Vader (Christos Stergioglou) is een
fabriekseigenaar die zijn vrouw en kroost verbiedt om hun riante
villa te verlaten. In het geval van de moeder veronderstellen we
dat ze uit vrije wil het contact met de buitenwereld heeft
opgegeven. De kinderen – een jongen van rond de twintig en twee
meisjes van pakweg achttien – hebben nooit een keuze gehad. Er is
geen telefoon in huis, laat staan een computer. De tv is niet
aangesloten, en wordt alleen gebruikt om sporadisch naar home
videos te kijken die ze vroeger zelf hebben gemaakt. Hun ouders
maken hen wijs dat katten de gevaarlijkste dieren ter wereld zijn
(op een bepaald moment scheurt vader zelfs zijn eigen kleren en
smeert hij nepbloed over zich heen om die illusie in stand te
houden). Het gaat zelfs zo ver dat de ouders de taal naar hun eigen
hand zetten – ze vertellen hun kinderen dat een zee een lederen
fauteuil is en wanneer één van hen het woord “kut” opvangt,
reageert moeder: “Dat is een soort lamp.” De enige invloed van de
buitenwereld is Christina (Anna Kalaitzidou), een veiligheidsagente
in de fabriek van vader, die af en toe mee naar het huis wordt
genomen om seks te hebben met de zoon (de dochters, die nochtans
nauwelijks jonger zijn, krijgen niet het voorrecht van
gelijkaardige bezoekjes van mannen, wat allicht iets zegt over hoe
de vader tegen vrouwelijke seksuele behoeftes aankijkt). Langzaam
maar zeker begint de aanwezigheid van Christina gaatjes te prikken
in het totale isolement van de kinderen.

Een probleem dat veel mensen hadden met ‘Dogtooth’, was dat de
film geen tastbare verklaring biedt voor het gedrag van de ouders –
de vraag waarom ze zichzelf en hun kinderen afsluiten van de
buitenwereld, wordt nooit beantwoord. Op een oppervlakkig niveau is
dat inderdaad frustrerend; fundamenteel willen mensen gewoon altijd
weten hoe de dingen in elkaar zitten. Maar dat gebrek aan een
conventionele, psychologisch realistische motivering, laat de film
wel openstaan voor quasi elke interpretatie die je er aan wilt
geven, waarmee Lanthimos zijn kijker eigenlijk mee aan het werk
zet. De regisseur legt wel een duidelijke link met het africhten
van honden: op een bepaald moment gaat vader op bezoek bij een
hondentrainer, die hem zegt dat je “van een hond kunt maken wat je
wilt: je kunt er een wachter van maken die je gezin beschermt, je
kunt ‘m gemeen of lief maken.” Dat is precies wat de vader met zijn
gezinsleden doet. Door ze volledig af te schermen van externe
invloeden, is hij in staat om hun persoonlijkheid en hun gedrag van
de grond af op te bouwen en te controleren – of althans, hij leeft
in de illusie dat dit soort controle mogelijk is; in de praktijk
blijkt dat seks een te grote kracht is om volledig onder de knoet
te houden.

En misschien is het niet meer dan dat. Misschien is ‘Dogtooth’
gewoon het verhaal van een man die een zodanige controlefreak is,
dat hij het leven en de gedachtewereld van zijn eigen familie
volledig wil kunnen vormen naar zijn eigen goeddunken. Er zijn
critici die in de film zelfs een politieke parabel hebben gezien,
met de vader als symbool voor een fascistische leider (een
kapitalist dan nog, een fabriekseigenaar) die met onbetwistbare
macht beschikt over het leven van wat je alleen zijn onderdanen
kunt noemen. Dat is een geldige interpretatie, maar verlang vooral
niet van de regisseur dat hij je definitief gelijk of ongelijk zal
geven.

Dat alles wordt vormgegeven in een film die zich aan een lijzig,
ongehaast tempo voortbeweegt, maar die wel steeds grotesker wordt –
de manieren waarop vader zijn kinderen binnenshuis probeert te
houden, worden continu extremer en ziekelijker. Net zoals de
uitlaatkleppen die de kinderen zoeken om hun gevoelens kwijt te
kunnen. Het opmerkelijke is dat Lanthimos zijn trage ritme
aanhoudt, ook wanneer de gebeurtenissen naar hun climax toe werken.
Wàt er gebeurt, wordt gekker en gekker, maar de manier waarop het
gepresenteerd wordt, blijft even gortdroog. Dat zorgt voor een
fascinerend contrast tussen inhoud en vorm, dat doet denken aan de
extreem onderkoelde komedies die sporadisch uit Scandinavië komen
overwaaien. Want vergis je niet: ‘Dogtooth’ is een zwarte komedie.
De waanzin binnen dat gezin is vaak angstaanjagend, maar soms ook
bijzonder grappig, als je de juiste radar hebt om in te schakelen
op Lanthimos’ gesjeesde gevoel voor humor.

Visueel maakt de regisseur interessant gebruik van het
cinemascope-formaat: hij plaatst zijn personages meestal in een
hoek van het beeld of aan de onderkant van het scherm, wat enorm
veel lege ruimte overlaat – de personages zijn geïsoleerd, snapt u
wel? Camerabewegingen zijn zeldzaam, behalve tijdens één
handgehouden shot aan het einde van de film, waar die plotse
beweeglijkheid zeer bewust wordt aangewend om de geestestoestand
van één van de personages aan te duiden. Die visuele stijl neigt
soms naar arty farty-toestanden (nuja, laten we eerlijk
zijn: heel de film neigt daar soms naar, dat zit nu eenmaal in de
aard van het beestje), maar omdat de thema’s en de gebeurtenissen
zo fascinerend en bevreemdend zijn, slaat de balans toch over in
het voordeel van de prent.

Tja, natuurlijk is ‘Dogtooth’ niet gespeend van enige pretentie
– lees die samenvatting gewoon al eens. In dit soort van
festivalcinema heb je dat wel vaker. En ja, zeker tijdens het
eerste half uur zit dat lijzige tempo wel eens dwars. Maar
Lanthimos heeft wel een intelligente, uitdagende prent gemaakt die
je langzaam maar zeker in zijn greep krijgt, om je daarna niet meer
los te laten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 5 =