LES ARDENTES 2010 :: donderdag 8 juli

Het kwik dat vlotjes boven de dertig graden Celsius uitsteeg, de lange reis, de taalbarrière,… goddeau hees zich over al die drempels, en begaf zich dan toch voor het eerst naar Les Ardentes. Dat heeft zich dit jaar met een aantal straffe namen dan ook stevig op de vaderlandse festivalagenda geplaatst, vastbesloten het vierde grote festival van België te worden. Met goeie passages van onder andere Broken Social Scene en Pavement leek die missie alvast geslaagd.

De affiche van Les Ardentes heeft een groot voor-elk-wat-wilsgehalte; veel hiphop en dance, maar ook voor de indiekid is er meer dan genoeg te vinden. Neem nu het IJslandse FM Belfast dat grossierde in het soort dansbare electropop die van ver leek op iets als Scissor Sisters. En bevonden we ons in een hip etablissement mét airco, dan hadden we ons misschien ook effectief aan een dansje gewaagd, maar in de blakende zon was het te warm om onze gezondheid zo vroeg op de dag al op het spel te zetten. En dat leek ook de rest van het publiek te denken want veel beweging wist de groep niet op te wekken. Wij dan maar wat filosoferen: hoe slagen die vermaledijde IJslanders er trouwens in om zoveel bands te blijven uitsturen? Zit daar — afgezien van een flinke dosis vulkanische as — iets in het water, of hebben die noordelijke eilandbewoners echt niets beters te doen?

Here We Go Magic daarna doet achtereenvolgens denken aan The Jesus and Mary Chain (de repetitieve drones), Flaming Lips (de psychedelica), Sonic Youth (de noise), Bon Iver (de harmonieuze samenzang) en Belle and Sebastian (de fragiliteit): zullen we het maar esoterische progpop noemen, of psychedelische stofzuigerrock? Maf zicht trouwens, hoe het halve publiek lichtjes stond te headbangen, onderwijl zichzelf koelte toewapperend met programmaboekjes. Hoewel de kwetsbare sound niet altijd even goed tot zijn recht kwam in de betonnen fabriekshal waar het HF 6-podium stond, zorgde de Amerikaanse band toch voor het eerste, bescheiden hoogtepunt van de dag.

Les Plastiscines, vier kortgerokte en langbenige rockchicks with tons of attitude, leken van recht van een of andere Parijse catwalk geplukt en op het hoofdpodium geplaatst. Een begrijpelijke scepsis maakt zich dan ook meester van het publiek, maar dat wantrouwen vliegt na een paar songs alweer vrolijk aan de kant: Les Plastiscines rockten echt, met de spreekwoordelijke mosterd duidelijk bij Joan Jett, Babes In Toyland en Hole gehaald. Dit is drie-akkoordenrock waaraan de Aguilera’s, Spearsen en Gaga’s van deze wereld een puntje kunnen zuigen.

De 21ste eeuwse potpourri van Wave Machines kan het publiek minder bekoren. Misschien ligt dat ook wel aan de tropische temperaturen: aan de waterverdeelpunten is dan ook drukker dan voor het podium. Toch zou het stom zijn om de Engelse band snel af te schrijven, want hier en daar deed Wave Machines ons op positieve wijze denken aan MGMT, Prince en Hot Chip.

Lokale helden en publiekslieveling The Tellers worden — niet geheel ten onrechte– al eens vergeleken met Violent Femmes. Op andere momenten moesten we — the horror, the horror — dan weer terugdenken aan The Levellers en Amy MacDonald. We begrijpen overigens perfect waarom The Tellers in eigen regio zo succesvol zijn: zanger Ben Bailloux-Beynon beschikt over een erg fotogeniek mombakkes dat zestienjarige bakvissen licht wazig uit de ogen doet kijken. De songs vielen echter een pak lichter uit: poprock zoals we het al te vaak hoorden.

Jamie Lidell is een geboren entertainer maar ook zo zot als een achterdeur. Wat zeggen we? Twee achterdeuren! Geen wonder dus dat de Brit de wei van Les Ardentes met zijn al even weergaloze band moeiteloos weet in te pakken en voor het eerste echte feestje van de dag zorgt. Hoogtepunten zijn het venijnig stompende “I Wanna Be Your Telephone”, het met Beck opgenomen”Coma Chameleon” en de op een dwarsfluit drijvende single “Enough’s Enough”. Kippenvel komt er als het publiek afgekoeld wordt met behulp van een brandslang en je kleine regenbogen in de waas van water zag verschijnen; hét sein voor het erg vrouwelijke publiek om dan maar helemaal door het lint te gaan.

BrokenSocial Scene heeft de pech zijn concert te moeten aftrappen wanneer het optreden van Lidell nog volop aan de gang is, maar lijkt toch te kunnen rekenen op een schare hardnekkige fans. De met allerlei invloeden geïnjecteerde, barokke powerpop komt op plaat wel een stuk beter tot zijn recht. Live was vooral “Forced To Love” een uitschieter. James, graag nog eens een concert van deze band in zaal, dit najaar.

In een rode ribfluwelen broek en een al even warm uitziende rode jas — cool über alles, zullen we maar veronderstellen? — beklom StrokesfrontmanJulian Casablancas het hoofdpodium van Les Ardentes. Met de deur in huis vallend, wordt meteen “Hard To Explain”, misschien wel de grootste hit van The Strokes, prijsgegeven. Tijdens “Out of The Blue” flikkerde een fan een vingerloze handschoen het podium op, waarop de flegmatieke New Yorker repliceert: “Oh, youknow me so well, you really know my fashion weaknesses.” Nog een hoogtepunt: de synthesizers in “11th Dimension” die door het publiek vrijwel onmiddellijk op herkenningsapplaus onthaald worden.

Met Crystal Castles verandert het HF 6-podium in een zweterige undergroundclub. Vooral het jonge volkje weet de gelaagdenoise, de clicks en bleeps en de overstuurde kreetjes van zangeres Alice Glass erg te smaken. Anderzijds zagen we ook heel wat — vooral oudere — festivalgangers niet begrijpend en met de vingers diep in de oren afdruipen. Crystal Castles blijft een band die zijn publiek verdeelt, en door sommigen als geluidsterreur wordt omschreven. Zouden de Amerikaanse strijdkrachten in Guantanamo en Abu Ghraib hun exemplaren van Crystal Castles I en II trouwens al besteld hebben?

Na de noiseterreur van Crystal Castles klonk zelfs Cypress Hill als muziek in de oren. Vooral “I Want To Get High”, “Insane In The Brain”,”When The Shit Goes Down” en “How I Could Kill A Man” — het oudere werk dus — deden bij het publiek een belletje rinkelen. Het moge trouwens duidelijk zijn: het volk was op de eerste festivaldag vooral gekomen om de Californische hiphoppers aan het werk te zien; u ging massaal uit uw dak op dit feestje.

Als in voetboeien gekluisterd, schuifelen zanger/gitarist Stephen Malkmus en bassist Mark Ibold van Pavement het podium op, wat even doet twijfelen of ze er wel echt zin in hebben. De band uit Stockton, Californië speelt echter een erg relaxed concert en blijkt wel degelijk met volle goesting op de planken te staan. Starten gebeurt met een breekbaar “Silence Kit”, om verder te gaan met “Shady Lane”, dat door het schaarse publiek — het grootste deel van het volk bevond zich voor het podium waar Missy Elliott speelde– meteen op allerhande herkenningskreten wordt onthaald.

Verdere hoogtepunten? Een erg strakke versie van “Perfume-V”, publiekslieveling “Cut Your Hair”, een aan de Luikse schrijver Georges Simenon opgedragen “Fin”, het erg gejaagd klinkende “Trigger Cut”, een bloedstollend”Stop Breathin’” en het door het publiek luidkeels meegezongen “Range Life”. Fijn om te merken dat de legendarische indieband meer dan tien jaar na hun split — om de gokschulden van toetsenist Bob Nastanovich te betalen trekt de Amerikaanse band onder het mom van een reünietournee momenteel de wereld rond — nog steeds een verademing vormt tussen al die acts die hun set van begin tot eind orkestreren en weinig of niets overlaten aan het toeval. Wel tekende zich duidelijk een generatiekloof af in het publiek: terwijl we de oudere generatie helemaal loos gaan, zien we jongeren met open mond staan kijken naar wat misschien wel hun ontdekking van het jaar is.

En zo sluit Pavement de eerste, erg warme, maar ook erg geslaagde dag van Les Ardentes magistraal af. Met goeie herinneringen aan Jamie Lidell, Here We Go Magic, Julian Casablancas en Crystal Castles onder de arm gaat het opnieuw bus en trein op, naar een ver Vlaams bed. Over twee dagen doen we opnieuw de taalgrenshop voor een portie Luiks festivalvertier. Tot dan!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − acht =