Benjy Ferree :: Come Back To The Five And Dime, Bobby Dee Bobby Dee

(Nog) geen kat die ’m kent, Benjy Ferree, singer-songwriter te Maryland. Dat hebben we ondervonden toen we enkele mensen vertelden dat we uitkeken naar ’s mans opvolger voor het leuke Leaving The Nest uit 2007. Vragende blikken en geveinsde interesse waren ons deel, maar wij geven niet snel op: ook al kent u Benjy Ferree (nog) niet, u zal zich een kennismaking met zijn debuut niet snel beklagen.

Want dat debuut was een vrolijk en laconiek plaatje, zeer geschikt om een zonnige dag mee te beginnen. "Singer-songwriterij à la de recente Bright Eyes," zouden wij Leaving The Nest omschrijven, "maar dan met een zanger die qua gemoedstoestand lijnrecht tegenover de immer gekwelde Conor Oberst staat." Ferree klonk op zijn debuut als een zorgeloze troubadour en op zijn nieuwe plaat — die we Bobby Dee zullen noemen — zet hij die lijn in essentie verder. Al zijn er ook dingen veranderd.

Zo valt op dat Bobby Dee "serieuzer" is. Ferree’s stemgeluid — werkelijk een al te vrolijke Conor Oberst — is (uiteraard) hetzelfde gebleven en ook de lofi muziek, opgesmukt met nu en dan een ludiek arrangementje, bleef ongewijzigd. Het zijn de songs zelf die serieuzer zijn opgevat.

Op Leaving The Nest klonk Ferree immers fris, alsof de plaat een toevallige verzameling van erg geslaagde demo’s was, zonder de stress van een "coherent album". Deze Bobby Dee is nadrukkelijk wél een geheel, met "afgewerkte nummers", en klinkt daardoor ietwat geforceerd. Alsof Ferree zich in een keurslijf heeft gewrongen dat hem net ietsje te strak zit.

Minder spielereien dus ook, maar dat kan niet anders als je een tragische kindster als Bobby Driscoll als protagonist voor je album kiest. Bobby Driscoll acteerde in de jaren ’40 en ’50 als jonge knaap in heel wat Disneyfilms en vertolkte in 1953 Peter Pan. Daarna waren de Disney-bobo’s echter uitgekeken op Driscoll en raakte de jongeman aan de drugs, die hem uiteindelijk fataal zouden worden.

Toch is Bobby Dee als zodanig geen conceptplaat over Driscoll. Benjy Ferree grijpt dit tragische verhaal veeleer aan om andere verhalen te vertellen over lijdende mensen. Wie echter niet op de teksten let, zal hier makkelijk aan voorbijgaan en zal veelal goedgeluimde rammelrock horen passeren die stevige invloeden uit de jaren ’70 verraadt.

En daarmee kaarten we nog een andere kleine ontgoocheling aan. Leaving The Nest klonk behoorlijk onpeilbaar en tijdloos, Baby Dee teert echter erg op het rockgeluid van de jaren ’70. T-Rex of Status Quo zijn nooit veraf en soms klinkt Ferree zelfs alsof hij zich aan Led Zeppelin wil wagen. Maar wie daarmee wil wegkomen, moet van goeden huize zijn en Ferree blijft een beetje in gebreke.

En toch vind je amper slechte nummers op deze plaat. Iets waar de aanstekelijke up-tempo ritmes van Ferree veel mee te maken hebben. Zo klinkt Big Business als iets dat in 1977 ook al gedaan werd, maar Ferree brengt het nummer schijnbaar met zo veel "plezier" dat wij onmogelijk contra kunnen zijn. In dat plezier zit ’m kortom Ferree’s kracht. Hij brengt zijn klassieke (blues-)rock met een goesting die in deze postmoderne tijden zeldzaam is. Bepaalde garagerockgroepen komen qua sfeer nog het dichtst in de buurt.

Nog enkele andere hoogtepunten? Opener "Tired Of Being Good" zet de olijke toon en drijft nog een beetje op Leaving The Nest. Met "I Get No Love" heeft Ferree zowaar een potentiële meezinger te pakken. "Pisstopher Chrisstopher" had niet misstaan op een QOTSA-plaat. En "Come To Me, Coming To Me" is een opzwepende knaller.

Dus u kent Benjy Ferree nog niet? Hij is meer dan het beluisteren waard! Begin evenwel met zijn debuut, want daarop komen zijn sterktes beter uit de verf en klinkt hij spontaner. Deze Bobby Dee blijft net iets te vaak in goede bedoelingen steken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 5 =