Paul Weller :: Wake Up The Nation

V2, 2010.

In 2008 werd Paul
Weller
vijftig. Hij trakteerde de wereld op ’22 Dreams’, een 21
tracks tellende cd waarop omzeggens niet alleen evenveel stijlen
verwerkt werden, maar die de criticasters die hem verweten de
laatste jaren af te glijden richting dad rock meteen ook
lik op stuk gaf. Minstens even verrassend is dat er nu al, nog geen
twee jaar later, een opvolger is. Net als bij ’22 Dreams’ kon het
verschil met wat vooraf ging niet groter zijn dan op deze nieuwe
plaat.

Wie had gedacht (en gehoopt) dat Weller na zijn vorige album een
nieuwe weg was ingeslagen en bijgevolg zou uitpakken met een ’22
Dreams, part 2′, is er dus aan voor de moeite. Waar het vorige, bij
momenten pastoraal klinkende album Wellers plattelandsplaat mag
worden genoemd, moest ‘Wake Up the Nation’ – 16 nummers razen in 40
minuten voorbij – een woeste, broeierige, bijeengeprakte stadsplaat
worden. Daar is hij met verve in geslaagd.

Het was overigens Simon Dine – sinds ‘Illumination’ een steeds
belangrijkere pion bij het tot stand komen van Wellers platen – die
de blauwdruk voor deze cd uittekende. Hij kreeg de Modfather zover
dat die onvoorbereid, met nauwelijks een deugdelijke song en enkele
tekstflarden onder de arm, de Black Barn Studios introk. Daar kreeg
het duo het gezelschap van de vaste Weller-entourage (Steve
Cradock, Andy Crofts, Steve Pilgrim, Charles Rees), maar ook van
enkele fraaie, opvallende gasten.

Naargelang de noden van de songs werd immers een beroep gedaan op
de talenten van drummer Bev Bevan (The Move, ELO), gitarist Kevin
Shields (My Bloody Valentine), gitarist/bassist Barry Cadogan
(Little
Barrie
), sessiedrummer Clem Cattini (sinds de jaren ’50 te
horen op meer dan veertig nr. 1 hits in de UK) en – last but not
least – ex-The Jambassist Bruce Foxton, met wie Weller na meer dan
een kwarteeuw radiostilte weer on speaking terms is.

Hoewel Weller altijd al gretig heeft gegraaid uit een halve eeuw
muziekgeschiedenis, klinkt hij op ‘Wake Up the Nation’ meer dan
ooit retro. Onversneden rock-‘n-roll, modrock, psychedelica, een
epische jaren ’60 ballad, een flinke toef soul, funk of glam
tussendoor; het passeert allemaal aan een rotvaart de revue. Dus
toch dad rock? Als u het zo wil noemen, ja, maar dan wel
gebracht met een enthousiasme en een overtuiging waar menig jong
bandje een punt aan kan zuigen.

Ook al staat er geen enkele misser op de plaat, toch zijn er enkele
tracks die er om uiteenlopende redenen bovenuit steken. De
titeltrack bijvoorbeeld, letterlijk een call to arms, waarin Weller
de maat aangeeft door venijnige tikjes uit te delen tegen de enkels
en elke lettergreep nijdig uitspuwt. Of het bezwerende ‘Andromeda’,
dat wordt gedragen door een geweldige zanglijn.

‘Fast Car/Slow Traffic’ is één van de twee songs waarin Weller en
Foxton worden herenigd, maar deze is wel diegene die ons weer
regelrecht naar de gloriedagen van The Jam katapulteert. Ook
voorzien van een hoge Jam-factor (even opwindend, maar zonder
Foxton) is ‘Grasp & Still Connect’. En met ‘Find the Torch,
Burn the Plans’ staat er zelfs een heuse meezinger op:
Beatlesque psychedelica zet de toon, maar de hoofdrol is
weggelegd voor de samenzang van Weller, zijn dochter en een
vriendje.

Zeker ook het vermelden waard is ‘7 & 13 Is The Strikers Name’
en dat niet alleen omdat Kevin Shields van My Bloody Valentine er
op meespeelt. Een schuimbekkende bas ligt grommend op de loer,
klaar om toe te slaan. Het zijn echter niet u en ik, gewone
stervelingen, op wie hij het heeft gemunt, maar de waardeloze,
money suckende koninklijke familie en de rest van het invisible
estanblishment
, die hier een ferme knauw riskeren.

Single ‘No Tears to Cry’, waarin de Tom Jones in Weller naar boven
komt, deed bij een eerste kennismaking nog de wenkbrauwen fronsen.
Al snel werd echter duidelijk dat hij ook hier in zijn opzet is
geslaagd, namelijk een hommage brengen aan de ballads waarmee
ondermeer The Walker Brothers in de jaren ’60 de successen aan
elkaar regen. Een ander geslaagd eerbetoon (aan seventies funk en
soul, is het met een falsetstem gezongen ‘Aim High’, dat ons er
doet aan denken dat we dringend nog eens naar Curtis Mayfield
moeten luisteren.

Instrumentals ‘Amsterdam’ en ‘Whatever Next’… Kom, genoeg! Alle
nummers afzonderlijk bespreken doet eigenlijk afbreuk aan het album
als geheel, want ‘Wake Up the Nation’ sorteert nog het meeste
effect wanneer je de rit – vooral tijdens de eerste luisterbeurten
– in één ruk uitzit. Dan lijkt het alsof je als luisteraar op een
zomerse avond in een convertible door de drukke uitgaansbuurt van
één of andere stad wordt gevoerd. Uitstappen en je in het
feestgedruis mengen kan altijd later nog.

Wie de plaat nog niet in huis heeft gehaald (maar dat wel van plan
is) raden we overigens aan voor de ‘Deluxe Edition’ te gaan. Daar
zit een bonus-cd bij met een pak uitstekende herwerkte versies,
remixes en originele opnames. Ze laten horen dat je met het
materiaal ook nog andere, vaak verrassende kanten opkan (zoals de
electropopversie van ‘Find the Torch, Burn the Plans’), maar dat
sommige songs zelfs nóg beter kunnen worden gemaakt (zoals
‘Andromeda’, waar Richard Hawley niet alleen extra drums, gitaren
en bas, maar ook een flink pak dreiging aan toevoegt).

Weller staat naar verluidt te springen om met zijn nieuwe songs de
hort op te gaan. Dat treft, want ook wij kunnen nauwelijks wachten
tot we binnen twee weken weer oog in oog staan met de man die – als
muzikant – het eeuwige leven lijkt te hebben.

Paul Weller speelt op 17 mei in de Ancienne Belgique in
Brussel.

www.paulweller.com
www.myspace.com/paulweller

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien − 9 =