Gonjasufi :: A Sufi And A Killer

Met het verschijnen van Irwin Chusids boek Songs in the Key of Z: The Curious Universe of Outsider Music in 2000 kreeg het fenomeen outsider music langzaamaan meer weerklank. Net als art brut spreekt het tot de verbeelding, omdat het niet gehinderd wordt door conventies en het puurheid en oprechtheid uitademt. Dat het gros ervan nergens naar lijkt, is daarbij van ondergeschikt belang.

Het is aanlokkelijk om ook Sumach Valentine aka Sumach Eck als outsider muzikant te bestempelen. De man heeft per slot van rekening al enkele obscure releases op zijn naam staan (met Masters Of The Universe en Killowatz), werkt hij als yogaleraar en ziet hij eruit alsof hij de voorbije jaren vooral op straat heeft geleefd. Dat hij onder de naam Gonjasufi nu op Warp debuteert, hoeft zelfs niets te betekenen, want hij verscheen pas op hun radar nadat Flying Lotus Sumach (als Gonjasufi) een rolletje had gegeven op zijn album Los Angeles en meer bepaald op "Testament".

Door het abstracte jazzbeïnvloede geluid van Flying Lotus verdween Gonjasufi’s opmerkelijke stemgeluid wat naar de achtergrond. Het is pas nu hij zelf door de grote poort naar buiten treedt met A Sufi And A Killer dat pas echt duidelijk wordt hoe onwerelds hij wel klinkt. Uiteraard zijn er verschillende parallellen te trekken met andere zangers (de meest voor de hand liggende is de karikatuur van de oude bluesneger) en mag net zo goed opgemerkt worden dat Gonjasufi’s krakende stem vaker naar vervormd spreken en onvast zingen neigt dan wensbaar hoort te zijn.

Maar net als bij bijvoorbeeld Tom Waits bepaalt zijn stemgeluid de helft van de plaat. De andere helft wordt bepaald door zijn producer — hoe kan het anders — Flying Lotus, die hier samenwerkt met Gaslamp Killer (een andere protegé van hem) en Mainframe, en meer dan zijn tijd nam voor het mixen van het album. Het resultaat mag er dan ook zijn: moeiteloos wordt overgeschakeld van lome hiphop ("Ancestors") naar gedementeerde dancehall ("Kowboyz & Indians") en snedige The Stooges garage meets Bad Brains hardcorepunk ("SuzieQ") met tussendoor nog een pastiche op een ballade ("Duet") waarbij Gonjasufi’s ouwe mannengeluid de enige constante is.

Net als de artiesten bij Stones Throw weet Gonjasufi samen met zijn kompanen perfect de grens tussen intrigerend en vernieuwend enerzijds en vervelende moeilijkdoenerij anderzijds liggen. De geserveerde hiphop en aanverwanten prikkelt en stimuleert zonder te vervallen in een goedkope samplegraaicultuur. Zo klinkt een psychedelische popballade als "Sheep" herkenbaar zonder dat de bronnen overduidelijk in het gezicht geslingerd worden en is de Indische onderstroom van "Kobwebz" verrassend verfrissend. Het is haast onmogelijk om er tracks uit te vissen, want hoe aanstekelijk het swingende "She’s Gone" ook klinkt, het nummer staat de facto niet boven of onder het carnaveleske "Klowds", maar is er doodeenvoudig gelijkwaardig aan.

Een aantal outsider-muzikanten hebben doorheen de jaren een niet onbelangrijke bekendheid en cultaanhang gekregen dankzij niet te ontkennen talenten. Zo werd er onder meer een documentaire gedraaid van Daniel Johnston en van Jandek en krijgen in het bijzonder de nieuwe releases van Johnston de nodige aandacht. Toch is het niet correct om Gonjasufi daaronder te plaatsen, daarvoor zit A Sufi And A Killer te goed in elkaar en wist Gonjasufi duidelijk, getuige ook het vele werk dat in de mix gekropen is, waar hij met dit album heen wou gaan.

A Sufi And A Killer is geen album dat zich eenvoudig laat omschrijven. Hoewel de plaat duidelijk beïnvloed is door hiphop (en dicht aanleunt bij Stones Throw-releases) kan niet naast het opmerkelijke stemgeluid van Gonjasufi zelf gekeken worden. Technisch gezien valt er heel veel op aan te merken, maar zoals alle groten heeft hij van zijn handicap zijn sterkte en kenmerk gemaakt. A Sufi And A Killer is een tijdloze plaat, een die nergens kleur bekent en net daardoor uitnodigt tot een telkens hernieuwde kennismaking.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + achttien =