Balmorhea :: Constellations

In deze haastige tijden moet je als muzikant de luisteraars zo snel mogelijk bij de kraag vatten opdat ze opkijken en geboeid blijven. Balmorhea doet met zijn nieuwe Constellations dan ook een gewaagde zet: een album dat zich met een slakkengangetje ontplooit en waarvoor je de tijd moet nemen.

Het Texaanse kwintet vond na All Is Wild, All Is Silent blijkbaar de tijd rijp om het over een andere boeg te gooien, de drums zo goed als achterwege te laten en behalve piano en akoestische gitaar nauwelijks andere instrumenten in te schakelen. En dat alles met de vaart van een schildpad. Is dit een goede plaat? Ja, dit is een bloedmooie, serene en meditatieve plaat als je maar de tijd neemt om hem te ontdekken.

Bij het horen van de opzet van Constellations hoeden we ons voor overmoed: een album over de plaats van de wereld in het universum. Constellations blijft echter bescheiden en biedt genoeg ruimte om zelf invulling aan de louter instrumentale muziek te geven. De nummers ontplooien zich zonder haast en geven beetje bij beetje meer van zichzelf prijs om dan rustig weg te ebben. De melancholische pianoakkoorden van openingsnummer "To The Order Of Night" misleiden niet; overgoten met galm lijken ze zachtjes te wiegen op golven. De rest van het album vaart voort op die golven, het ene moment al woeliger dan het andere, maar altijd in vloeiende bewegingen.

"Bowsprit" werkt zich naar een eerste hoogtepunt toe volgens de regels van de postrock, beginnend met een spaarzame akoestische gitaar die even later gezelschap krijgt van de strijkers en ritmisch aan het rollen gaat wanneer de banjo van zich laat horen. Het gestamp en geklap geven net dat extra duwtje in de rug.
"Steerage And The Lamp" brengt een tweede hoge golf teweeg, een woelige piano wisselt af met statische akkoorden en een streepje jazz contrabas, steeds woeliger tot de storm geluwd is. De piano brengt een prachtig slotstuk dat als de zon door de grijze wolken priemt.

"On The Weight Of Night" flirt een laatste maal met een bijna-uitbarsting en is geheel schatplichtig aan Sigur Rós. De trage, in reverb gedrenkte drums lijken zo weggelopen uit de titelloze plaat van de IJslandse muzikanten. Tussen die zorgvuldig geplaatste hoogtepunten kronkelen "Winter Circle", "Herons" en "Constellations", mijmerende pareltjes die niet meer om het lijf hebben dan gitaar of piano. De eenvoud daarvan stuit niet tegen de borst, maar die nummers komen soms te vroeg aan hun einde terwijl ze nog meer beloven. "Palestrina" sluit in schoonheid af met een koor en een elektronische knipoog naar Fennesz.

Constellations is een gevoelig album dat uitblinkt in eenvoud en je na een meeslepende tocht weer aan land brengt. Enkel aan te raden voor geduldige luisteraars.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − tien =