The Birth of a Nation




Toen D.W. Griffith in 1915 ‘The Birth of a Nation’ maakte,
creëerde hij meteen een nauwelijks op te lossen dilemma voor elke
filmliefhebber en academicus. Enerzijds had hij ontegensprekelijk
een meesterlijke synthesefilm gemaakt, waarin zowat elke techniek
die destijds gekend was, werd aangewend om een episch verhaal te
vertellen. ‘The Birth of a Nation’ wordt vaak omschreven als
the birth of a medium, en dat is eigenlijk niet eens een
overdrijving. In dat opzicht is de film dus een monumentale
prestatie, die bestudeerd moet blijven worden door iedereen die ook
maar een béétje serieus bezig is met cinema. Maar anderzijds is de
prent ook een ongegeneerd racistisch pamflet, waarin blanken hun
“Arisch geboorterecht” moeten beschermen tegen gewelddadige
zwarten. Griffith’s rassenpolitiek was zelfs naar de normen van
1915 aanstootgevend, wat ertoe leidde dat ‘The Birth of a Nation’
verboden werd in verschillende staten van de VS. Tegenwoordig wordt
de film behandeld als een soort genant relikwie uit de begindagen
van de cinema, te belangrijk om te negeren, maar inhoudelijk
verwerpelijk.

Het eerste deel van de film doet echter nog het beste hopen. We
krijgen een (naar huidige normen) conventioneel melodrama over twee
families aan de vooravond van de Amerikaanse burgeroorlog: de
Stonemans zijn noordelijke abolitionisten, hun vrienden de Camerons
zijn zuidelijke slavenhouders. Dan barst de oorlog los, beide
families sturen hun zonen naar het front en tegen de tijd dat het
allemaal achter de rug is, hebben ze beide zware verliezen geleden.
Hun persoonlijke vriendschap blijft echter ongeschonden.

Het is in het tweede deel dat ‘The Birth of a Nation’ zich
ontwikkelt tot het licht ontvlambare stuk cinema dat het is. Hier
schetst Griffith de reconstructie van de VS, die volgens hem
gepaard ging met de opkomst van black rule in South
Carolina: zwarte milities patrouilleerden de straten, blanke
vrouwen werden aangerand, de plantage-eigenaars mochten niet meer
gaan stemmen en rechtbanken kwamen in de handen van corrupte
zwarten, zodat er een complete wetteloosheid heerste. Uit pure
zelfpreservatie werd daarna dan de Ku Klux Klan opgericht, hier
afgeschilderd als een heroïsche organisatie die vecht voor orde en
“het Arische geboorterecht”. Enfin, je ziet waarom Spike Lee niet
echt een fan is.

Het racisme van de film is onontkenbaar, maar niet zonder
precedent. Veel van wat er te zien is in ‘The Birth of a Nation’
werd in 1915 aanvaard als een correcte afbeelding van de
burgeroorlog en zijn nasleep. Toenmalig president Woodrow Wilson,
zelf de auteur van een Amerikaans geschiedenisboek, zou na het
bekijken van de film de beruchte opmerking hebben gemaakt dat
“it’s like history, written in lightning”, en ook Griffith
zelf meet zijn film het air aan van een historisch document. Hij
voegt geschiedkundige tableau’s toe die niets met het eigenlijke
verhaal te maken hebben (Lincoln die soldaten oproept, bv), en
verwijst in zijn tussentitels regelmatig naar de historische
bronnen waarop hij zich gebaseerd heeft. Dat die bronnen effectief
bestonden (inclusief president Wilsons ‘History of the American
People’), toont aan dat Griffith niet alleen stond in zijn
interpretatie van de geschiedenis.

Voor Griffith had het verhaal ook een persoonlijke dimensie:
zijn vader was een kolonel geweest in het leger van de
geconfedereerden, en de regisseur was opgegroeid in een zuiden dat
nog steeds de naweeën van de oorlog voelde (in 1915 was die oorlog
nog maar goed 50 jaar afgelopen, dichterbij toen dan WO II nu). Ze
voelden zich vernederd, tekort gedaan en verslagen, en dat alles
kristalliseerde zich in de haat en angst voor de zwarten, die
beschouwd werden als de voornaamste aanleiding voor de oorlog. Voeg
daar nog eens Griffiths natuurlijke voorliefde voor groots
spektakel en melodrama aan toe, en zo krijg je dan ‘Birth of a
Nation’.

Niets van dat alles kan echter dienen als excuus voor het
racisme van de film. ‘The Birth of a Nation’ is één van de weinige
films die rechtstreeks (en buiten alle discussie) een negatief
effect had op de wereld. De Ku Klux Klan was zo goed als
uitgestorven toen de prent uitkwam; daarna begon er een
heropleving, waarin gebruik werd gemaakt van de parafernalia die in
de film getoond werden, zoals de witte gewaden, brandende kruisen
en ga zo maar door. Racistisch geweld tot in de jaren zestig en
later was het gevolg. Het zegt veel dat men Griffith achteraf moest
uitleggen wat precies het probleem was met zijn film – hij maakte
vervolgens ‘Intolerance’, een nieuw historisch epos en een pleidooi
voor verdraagzaamheid (hoewel hij nooit openlijk heeft willen
zeggen dat hij dat als verontschuldiging deed voor ‘The Birth of a
Nation’).

Waarom is dit Arisch pamflet dan toch zo belangrijk voor de
filmgeschiedenis? Omdat Griffith hier alle kennis samenbracht die
de pioniers van het medium tot dan toe hadden vergaard. De
vernieuwingen die de regisseur doorvoerde, zijn tegenwoordig zo
integraal deel gaan uitmaken van de filmgrammatica, dat het
makkelijk is om er los overheen te kijken. Alleen al het afwisselen
tussen wide shots en close-ups was destijds ongebruikelijk. Neem
een scène laat in de film, waarin onze heldin water gaat halen uit
een bron. Ze buigt zich voorover in een wide shot, en dan krijgen
we een close-up van de emmer die volloopt. Nu de normaalste zaak
ter wereld, maar tot kort voordien een ongekend concept. Ook
cross-cutting was revolutionair in die tijd: aan het einde van de
prent zit het gezin Cameron vast in een blokhut, terwijl de zwarte
militie probeert binnen te breken. De Klan is onderweg om te komen
helpen. Het heen-en-weer springen tussen de Camerons en de Klan was
een techniek die Griffith had ontwikkeld, en die hem aanvankelijk
was afgeraden door de studio waarvoor hij werkte, omdat het “te
verwarrend” zou zijn. En zo zijn er nog zaken, inclusief de
flash-back – op een bepaald moment gaat moeder Cameron bij
president Lincoln smeken om het leven van haar zoon, en terwijl ze
dat doet, voegt Griffith een kort beeld van die zoon toe. Allemaal
zaken die volstrekt evident zijn tegenwoordig, maar die ooit ook
zijn uitgevonden.

Niet dat Griffith al die dingen voor het eerst uitprobeerde in
‘The Birth of a Nation’ – hij had al ettelijke kortfilms gemaakt
voor American Biograph, waarin veel van zijn vernieuwingen
ontstonden, en een aantal technieken waren natuurlijk ook gewoon
van anderen afkomstig. Maar ‘The Birth of a Nation’ bevatte
simpelweg àl die trucs en technieken, perfect uitgevoerd en op een
gigantische schaal die ongezien was tot dan toe. Het is een soort
van encyclopedisch werk, waarin alle beschikbare filmkennis van die
tijd verzameld zit. De basis die Griffith hier legt, wordt nu nog
steeds gebruikt in elke film die gemaakt wordt. In eerdere films
kun je hier en daar al een spaak zien opduiken. In ‘The Birth of a
Nation’ steekt Griffith al die spaken bij elkaar om er een wiel van
te maken.

En daar zit ‘m dus de moeilijkheid: ‘The Birth of a Nation’ is
geniaal en verwerpelijk tegelijk, en Griffith de meest
problematische regisseur om correct en eerlijk in te schatten tot
Leni Riefenstahl langskwam. Heb ik er graag naar gekeken? In zekere
zin wel. Griffith’s tempo en beheersing van een medium dat
nauwelijks een medium was, is ontzagwekkend en dammit,
zelfs met zijn drie uur zit er tempo in dat ding. Maar dat alles
staat wel ten dienste van het vunzigste racisme dat ooit in een
mainstream film is getoond. Wat op zichzelf natuurlijk ook
weer geen slechte reden is om de prent te blijven bekijken en
bestuderen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 − een =