The Veils

Fileleed en sneeuwellende zeg je? Weinig van gemerkt op onze
avondse wandeling richting Handelsbeurs, zo’n kwartiertje van onze
woonstee verwijderd. Daar orkestreerden The Veils, een
Nieuw-Zeelands/Londens bandje dat tot de intelligentsia van de
indie mag worden gerekend. Er valt wat voor te zeggen.

Finn Andrews houdt doorgaans het midden tussen een meisjesicoon
want schoon kopje, en Pete Doherty want hoed, en ook gisteravond in
de Handelsbeurs zat geen sleet op die formule. Daarnaast houdt
Andrews live vocaal het midden tussen Thom Yorke en in zijn meest
donkere momenten Tom Waits, al was het maar omdat je vaak geen
woord verstaat van wat hij wegcroont, maar het is wel altijd raak.
Van foreshadowing gesproken, we kunnen u nu al verhalen
dat The Veils steen en steengoed waren.

Openen deed de band met ‘Not Yet’, iets wat we wegens fashionably
late enkel goed hebben bevonden van horen zeggen, maar vanaf ‘The
Letter’, een aardig wegrockend doch nooit verwoestend uithalend
indienummer zoals er het afgelopen decennium wel een
zeventienhonderdtal gemaakt zijn, waren we helemaal aanwezig.
‘Calliope!’ was wel een stuk steviger, inventiever en leuker, en
toonde een band en toch vooral frontman – al hebben wij zeker ook
genoten van de van waar wij stonden wel erg naar Kim Deal neigende
bassiste – die heel wat binnen de grenzen van hun mogelijkheden
hadden liggen, en ook nog eens zo welwillend waren om in ons de
mensen te vinden met wie het gedeeld mocht worden. Niet zonder op
te merken dat het publiek wel heel stil was, een opmerking die
beter in het ongewisse was gebleven – ondergetekende kon zijn
misprijzen voor de obligate en telkens weer misplaatste kreten van
aandacht die uit de bulk opstegen nauwelijks onderdrukken. Toen
Andrews schertsend vroeg welk nummer van ‘The Runaway Found’ het
publiek graag wou horen en daarna plagend ‘The Tide That Left And
Never Came Back’ inzette, was het signaal meteen gegeven om maar na
elke noot om ‘Lavinia’ te smeken, een bede die twee nummers later
werd ingelost, zij het in een vlugge en wat tegendraads afgewerkte
versie. Maar The Veils zijn al lang veel meer dan ‘Lavinia’ alleen.

Zo was ‘Pan’ opener van een nieuw bedrijf. Andrews achter piano
lijkt nooit excellent en klinkt vaak als een kleuter die wat
tokkelt, maar die gedachte is dezelfde als Picasso geen kunst maar
geklieder vinden. Andrews weet eenvoud tot klasse te verheven, en
The Veils rijmen de wat melige pianointro’s die nummers als ‘Pan’
of ‘The House She Lived’ kenmerken meer dan aardig met een slagwerk
en gitaarspel dat het geheel een meer opwindend gevoel meegeeft.
Jammer dan ook dat pianopartijen al eens vervangen werden door
minder stevig gitaarspel, zoals op Jesus For The Jugular het geval
was. Ons hoogtepunt kwam er net voor de toegift toen het allemaal
wat donkerder werd en het salvo ‘Advice For Young Mothers To Be’
(dat nog wat aarzelend aftrapte), ‘Sit Down By The Fire’ en het aan
Roy Orbison opgedragen ‘Larkspur’ ingezet werd. The Veils klonken
op dat moment enigmatisch en meeslepend in een moment, we
overdrijven geen jota.

We kunnen ons een perfecte voorstelling maken van de altijd hoge
kreetjes die geslaakt werden toen Andrews voor de bissen het podium
besteeg en wat elektrisch jammen in nummers als ‘The Tide’ en ‘The
Wild Son’ goot, de man was content dat hij na een uur labeur
eindelijk een pint kreeg, wij toen de band nog een keer het de
bühne betrad om met ‘Nux Vomica’ het spelen te besluiten. Wij
trokken de donkere nacht in met een warm gevoel, het zou nog wel
even wijds blijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 1 =