The Men Who Stare at Goats




More of this is true than you would believe, knipoogt
een titel aan het begin van ‘The Men Who Stare at Goats’. Dat is
natuurlijk gewoon een manier om aan te geven dat de makers zich min
of meer gebaseerd hebben op ware feiten, maar dat het onnodig is om
hen te pakken op onnauwkeurigheden – ze weten zelf ook wel dat ze
er het merendeel eigenhandig hebben bij gefantaseerd. En toch, als
zelfs maar tien procent van de waanzin die we in de film te zien
krijgen overeenkomt met de werkelijkheid, dan zit het Amerikaanse
leger dieper in de problemen dan we allemaal dachten. ‘The Men Who
Stare at Goats’ is een vermakelijke, zij het wat al te milde satire
op het gebruik van new age technieken in militaire
kringen. Een flashy, hippe komedie die zich laat
beschrijven als een kruising tussen ‘Three Kings’, ‘Burn After
Reading’ en (dankzij de aanwezigheid van Jeff Bridges in
dude-modus) ‘The Big Lebowski’. Goed gezelschap dus – en
hoewel de film het “be all you can be”-adagium van het
leger zelf niet altijd ter harte neemt, valt er dan ook best wel
wat af te lachen.

Bob Wilton (Ewan McGregor) is een journalist van het zevende
knoopsgat die verlaten wordt door zijn vrouw. Om haar te bewijzen
dat hij een echte vent is, besluit hij op eigen houtje naar Irak te
trekken en zichzelf te bombarderen tot oorlogscorrespondent. Dat
blijkt nog niet evident te zijn, tot Bob toevallig kennismaakt met
Lyn Cassady (George Clooney). Die beweert immers deel uit te maken
van een bijzondere afdeling van het Amerikaanse leger (het First
Earth Batallion), dat werd opgericht in de jaren tachtig en tot
doel had om “supersoldaten” af te leveren. Soldaten met paranormale
gaven, die hun zesde zintuig gebruiken om missies tot een goed
einde te brengen. Zitten onder andere in hun arsenaal: de gave om
het hart van een dier stil te zetten door ernaar te staren. De
locatie van gevangenen raden, enkel door er zich hard op te
concentreren. Oh ja, en wolken scheiden door er naar te kijken.
Veel van die gaven gaan gepaard met wijd opengesperde ogen en
manisch gerol van wenkbrauwen. De soldaten van het First Earth
Batallion noemen zichzelf “jedi warriors”. Bob en Lyn trekken samen
Irak in, om de één of andere ongespecificeerde “missie” tot een
goed einde te brengen.

In dit alles zit dus een onrustwekkende grond van waarheid: het
First Earth Batallion bestaat echt, en hun technieken werden ook
tijdens de huidige oorlog in Irak al toegepast – één van de
bekendste daarvan is Irakese gevangenen 24 uur lang non-stop
blootstellen aan het themamuziekje van kinderprogramma ‘Barney the
Dinosaur’ (YouTuben die handel!). Ronald Reagan, groot liefhebber
van ‘Star Wars’, was destijds een sleutelfiguur om de “jedi
warriors” van fondsen te voorzien – het is niet echt een
comfortabele gedachte dat wereldleiders die met hun vinger op de
atoomknop zitten, hun beleid gedeeltelijk laten bepalen door George
Lucas z’n ruimtefantasieën en heel wat paranormale new age
mumbo-jumbo.
Wanneer George Clooney in de film een
machinegeweer onder z’n neus geduwd kijkt, werpt hij zijn vijand
een intense blik toe en prevelt hij: “Leg je geweer neer.” Krék
Alec Guinness in de eerste ‘Star Wars’-film die de Stormtroopers
overtuigt om hem met rust te laten. Alleen pakt het in de echte
wereld meestal niet zo denderend goed uit.

De feiten achter ‘The Men Who Stare at Goats’ zijn zo van de pot
gerukt dat lachen het enige is dat je tegenhoudt om er doodsbang
van te worden. Vandaar ook dat het jammer is dat de film, ondanks
al zijn positieve punten, niet harder durft te bijten. Regisseur
Grant Heslov (die al eerder met Clooney samenwerkte aan het
scenario van ‘Good Night and Good Luck’) heeft er een amusante
klucht van gemaakt met heel wat geslaagde grappen en een goed
tempo, maar aan het einde van de rit blijft de prent net iets te
vrijblijvend. De makers steken als het ware hun tong uit naar de
legerleiding, maar waar je heimelijk op zit te wachten is het soort
opgestoken middenvinger waar komische klassiekers uit de jaren
zeventig als ‘MASH’ en ‘Catch-22’ wél toe in staat waren. Het
blijft allemaal wat te braaf om dienst te kunnen doen als een
aanklacht van de werkmethodes van het Amerikaanse leger.

Maar goed, het is een komedie en hij is grappig, so there we
are.
Heslov gebruikt een knappe flash-back structuur waarin we
te zien krijgen hoe het First Earth Batallion ontstond, dankzij het
gewauwel van Bill Django (Jeff Bridges) een Viëtnamveteraan die
zich na zijn terugkeer volop in de hippiecultuur stortte. Bridges
speelt de rol als the Dude in een legeruniform: zijn
theorieën zijn voornamelijk gebaseerd op de consumptie van enorme
doses LSD en cannabis, en wanneer hij ervan beschuldigd wordt dat
hij zijn budget heeft opgesoupeerd aan hoeren en drugs, reageert
hij: “Dat van die hoeren is niet waar!” Het spreekt voor zich dat
Bridges gaat lopen met elke scène waar hij in zit.

Die flash-backs zorgen ervoor dat de hedendaagse verhaallijn
tussen Clooney en McGregor wat wordt aangedikt – en dat is nodig,
want al bij al gebeurt er met de twee mannen niet zoveel. Ze biedt
context en omdat er erg vlot over en weer wordt gegaan tussen de
twee tijdlijnen (zij het ook niet té snel), blijft de vaart er in
zitten. ‘The Men Who Stare at Goats’ is één van de weinige films
van het voorbije jaar waarvan ik schrok dat hij al gedaan was.

Clooney en McGregor vormen een leuk komisch duo. Dat Clooney een
knappe komische timing heeft, wisten we al uit zijn samenwerkingen
met de gebroeders Coen, en ook hier hangt hij ongegeneerd de paljas
uit. In tegenstelling tot zijn werk in ‘O Brother Where Art Thou’
en ‘Burn After Reading’ weet hij de karikatuur hier wel te
vermijden (wat overigens geen kritiek is op zijn eerdere
vertolkingen: daar was karikatuur precies wat ze wilden). McGregor
is dan weer boksbal van dienst: de ongelukkige straight
guy
die de klappen moet incasseren. Hij doet dat goed, in wat
wellicht de eerste écht geslaagde film moet zijn waar hij de
laatste vijf jaar in heeft gezeten. Grijnsmoment bij uitstek:
Clooney die tegen McGregor zegt dat ook hij een jedi in zich heeft.
Die moet ik niet uitleggen, zeker? Kevin Spacey, ten slotte, heeft
een relatief kleine bijrol als Larry Hooper, een antipathieke jedi
die zowel Django als Cassady een hak probeert te zetten. Zijn rol
is eerder clichématig en Spacey weet er ook nooit mee uit de
schaduw van zijn tegenspelers te treden.

‘The Men Who Stare at Goats’ had wat mij betreft gerust was
scherpere tandjes mogen hebben en goed bekeken is de voornaamste
verhaallijn enkel een mager excuus om het verhaal van het First
Earth Batallion uit de doeken te doen. Maar het zit goed in elkaar,
het is geestig en de acteurs hebben er duidelijk zin in. Dus laat
ik vooral niet te veel zeuren. Voor die ene keer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien + 6 =