Het 2009 van Ellen Cosijn

Albums

1/ Arctic Monkeys
– Humbug

Voorafgegaan door single van het jaar “Crying Lightning” en meest
halsreikend naar uitgekeken. Met hun derde bevestigen Alex Turner
en co dat ze er echt staan als band. Voortgestuwd door de bloedhete
productie van Josh Homme is dit een album dat bij iedere
luisterbeurt meer en meer onder je kleren kruipt. Opnieuw slagen ze
er in net genoeg te veranderen aan hun sound om te verrassen, maar
nog altijd te klinken als de band die we vijf jaar geleden in ons
hart sloten. Bijna briljant.

2/ Slow Club –
Yeah So

Pretentieloze debuutplaat van Rebecca Taylor en James Watson,
volgestouwd met indiepop-pareltjes. Gewapend met een gitaar, drums
en hun beider stemmen wisselen ze prachtige ballads af met frisse
uptempo-songs. Sinds de release in april is er geen week voorbij
gegaan waarin ik dit album niet heb beluisterd. Te lief, te mooi,
te schattig.

3/ Florence and
The Machine – Lungs

Meest terechte hype van het jaar. Florence Welch krabt, bijt,
huilt, schreeuwt, lacht en leverde met haar eerste langspeler een
46 minutende durende rollercoaster-trip langs het spectrum der
menselijke emoties af. Van opener “Dog Days Are Over” (één van de
beste songs van het jaar overigens) tot afsluitende cover “You’ve
Got The Love” houdt ze de luisteraar in een ademloze
houdgreep.

4/ The Antlers –
Hospice

“And all the while I know we’re fucked and not getting unfucked
soon”. Peter Silberman schreef een album dat de kroniek van een
aangekondigde dood vormt. En hij komt er mee weg. Hartverscheurend
uurtje, maar op een vreemde manier ook ongelooflijk warm en
ontroerend. Een muur van gitaren maar toch nog steeds zacht en
aaibaar. Tragisch, maar we worden er vrolijk van omdat het zo
ongelooflijk mooi is. Een beetje zoals heel erg triest zijn
eigenlijk ook wel eens goed deugd kan doen.

5/ Monsters of
Folk – Monsters of Folk

Conor Oberst, Mike Mogis, M. Ward en Jim James, het rijtje namen
op zich is al genoeg om elke gerechtigde indie-snob vuurwerk in de
broek te bezorgen. Dat de vier er, in tegenstelling tot die andere
supergroep, in slaagden om ook nog eens een kwalitatief hoogstaand
album af te leverden maakt het verhaal alleen maar spannender. Hun
titelloze debuut brengt je precies wat je zou verwachten: een
beetje Bright Eyes (“Temazcal”), een beetje M. Ward (“Whole Lotta
Losin”) en veel Jim James (“Dear God, Sincerely M.O.F.”). Op z’n
best zijn ze wanneer ze echt samensmelten en hun respectievelijke
solo-projecten even vergeten, zoals in afsluiter “His Masters’
Voice”.

6/ Girls –
Album

Quarterlife-crisis, weer zo’n nieuwe hippe term die 2009 ons
bracht. ‘t Is dit vaag begrip dat de rode draad doorheen het
debuutalbum van deze band uit San Francisco vormt. Verveling,
onbestemdheid, eenzaamheid en het Grote Niets, overgoten met een
lo-fi sound en gitaren die herinneringen aan zowel de Beach Boys
als The Jesus And Mary Chain oproepen. Je moet het maar kunnen.
Zowel “Hellhole Ratrace” als “Laura” halen trouwens moeiteloos top
20 als het op beste songs van het jaar aankomt.

7/ Animal
Collective – Merriweather Post Pavillion

Ik probeer al drie jaar lang, onder invloed van grote fanboys in
mijn omgeving, de magie van Animal Collective te ontdekken. Op één
of andere manier raakte ik er nooit. Tot nu. “Merriweather Post
Pavillion” zat van eind mei tot midden juli onophoudelijk in m’n
Winamp most-played-list geparkeerd. “My Girls” en “Brother Sport”
werd ik meteen verliefd op, maar het is opener “In The Flowers”,
met die trage opbouw, het gitaarriedeltje op de achtergrond en het
kloppende hart dat het nummer ondersteunt, dat tot op heden nog
steeds een kamerbrede glimlach tevoorschijn tovert. Iel
schuun

8/ Mumford &
Sons – Sigh No More

Moesten op Crossing Border nog wijken voor het optreden van The Low
Anthem. Van deze laatste echter geen spoor te vinden in mijn
lijstje dus ik heb toen vast de foute keuze gemaakt. “Sigh No More”
is de plaat bij uitstek om deze vriesdagen te overleven. De
combinatie van de rauwe doch warme stem van Marcus Mumford met de
country folk-gitaarbegeleiding zorgen voor warm, koud en heet
tegelijkertijd. Op zo’n mooist in de songs waar meerstemmigheid de
scepter zwaait.

9/ The xx –
XX

The xx werden keihard gehypet dit jaar. En terecht. Het piepjonge
duo werd duidelijk beïnvloed door de eighties en wisselt
hypnotiserende baslijnen af met gitaargepokkel en synthesizerbeats.
Beide bandleden nemen delen van de zang voor hun rekening en het is
vooral in de songs waar zich een dialoog tussen beiden afspeelt dat
The XX hoge toppen scheert. Lyrics over verlangen en verlies
klinken er net dat beetje oprechter door.

10/ The Pains of
Being Pure At Heart – s/t

Nog zo’n jonkies, uit New York deze keer. Speelden een erg strakke
set in de Trix in mei van dit jaar en hebben duidelijk erg goed
geluisterd naar The Jesus And Mary Chain. Het album klokt af op
iets meer dan een half uur en dat is net genoeg. Vinnige songs,
dromerige samenzang en een handvol ijzersterke songs.

Net niet: “First Days of Spring” (Noah and The
Whale), “Hombre Lobo” (eels), “Fantasies” (Metric), “To Lose My
Life” (White Lies), “It’s Not Me It’s You”, (Lily Allen) en “LP”
van Discovery. “Dark Was The Night” heeft me ook bij de keel
gekregen. Quintessential verzamelaar voor alle liefhebbers van
indie.

Teleurstellingen
De nieuwe Decemberists en de nieuwe Jenny Lewis.

Concerten
Alles ervoor en erna verzinkt bij Bruce Springsteen op Pinkpop. Nog
nooit zo hard onder de indruk geweest van een artiest. Staren met
open mond en dankbaar zijn dat je het nog mee hebt mogen
maken.

Bleven me ook bij: Florence en Buraka Som Sistema op Pukkelpop,
Arctic Monkeys in de Lotto Arena, Monsters of Folk op Crossing
Border, Nick Cave op Werchter. En The Gaslight Anthem in de
Botanique.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + tien =