The Informant!

Informanten zijn altijd al een heel dankbare inspiratiebron
geweest voor succeshongerige regisseurs. Denk maar aan de Marlon
Brando-klassieker ‘On The Waterfront’, Sydney Pollacks John
Grisham-verfilming ‘The Firm’ of Michael Manns ‘meesterwerk’ ‘The
Insider’. Telkens wordt daarin het hoofdpersonage geportretteerd
als een man op een tweesprong. Een man die noodgedwongen moet
kiezen tussen hart en verstand, tussen gevoel en geweten. Het is
wellicht het oudste dilemma ter wereld, maar dat maakt het lot van
de informant er niet minder tragisch op, en ook niet minder
aangrijpend. Des te opmerkelijker is het dat regisseur Steven
Soderbergh datzelfde uitgangspunt heeft gebruikt om er een komedie
rond te maken. Een komedie zowaar.

‘The Informant!’ neemt ons terug naar november 1992. Mark
Whitacre (Matt Damon, een dikke twintig kilo later) lijkt goed op
weg om een mooie carrière uit te bouwen bij ADM, een multinational
in de landbouwsector. Hij kent het bedrijf van binnen en buiten,
staat op goede voet met zijn bazen, en ondanks de dalende
productiecijfers, moet hij op geen enkel ogenblik vrezen voor zijn
baan. Zijn leven neemt een drastische wending wanneer hij in
contact komt met FBI-agenten Brian Shepard (Scott Bakula) en Robert
Herndon (comedian Joel McHale), die op zoek zijn naar
bewijzen van interne bedrijfssabotage. Halsoverkop beslist Marc om
de agenten op de hoogte te brengen van een dringender geval van
witteboordencriminaliteit binnen ADM: price-fixing.
Concreet beweert hij dat er afspraken bestaan omtrent de prijs van
lysine, een essentieel voedingssupplement dat onder meer gebruikt
wordt in ontbijtgranen. En vanaf dan gaat de bal pas goed aan het
rollen, want niemand minder dan Whitacre zelf wordt ingeschakeld
als FBI-informant om het hele complot te ontmaskeren.

De evidente vraag, die ook de FBI-agenten zich meermaals
stellen, is: waarom? Waarom is een veelbelovend zakenman als Mark
Whitacre bereid uit de school te klappen en op die manier zijn hele
toekomst op het spel te zetten? Beschouwt hij het als zijn morele
plicht om de vuile was van ADM buiten te hangen? Of heeft zijn
goedgelovige, idealistische vrouw Ginger (Melanie Lynskie, ‘die
andere’ uit ‘Heavenly Creatures’) hem ertoe aangezet? Nee, het
antwoord dat Soderbergh hier suggereert, is veel eenvoudiger.
Whitacre wil doodgewoon een held zijn. Een whistleblower
zoals Tom Cruise in ‘The Firm’. Een spion à la James Bond, maar
naar eigen zeggen ‘twee keer zo slim’. Dat hij zijn eigen carrière
verknoeit en zijn omgeving schade berokkent, is van secundair
belang. In de eerste plaats is hij er trots op dat hij de hoofdrol
kan spelen in zijn eigen verhaal.

Dat alles maakt van Whitacre een zielige, wereldvreemde
persoonlijkheid. Zo’n type dat ik eerder vertolkt zie worden door
Philip Seymour Hoffman dan door Matt Damon – al brengt Damon het er
meer dan behoorlijk vanaf. Soderbergh doet bovendien zijn uiterste
best om de waanzin van zijn hoofdpersonage toegankelijk te maken,
bijvoorbeeld met behulp van schuine camerahoeken die Whitacres
vervormde wereldbeeld moeten weergeven. De meest directe manier om
Whitacre te doorgronden, is echter zijn voice-over, die ons een
hoogst opmerkelijk idee geeft van zijn logica – of eerder: zijn
gebrek daaraan. Zo ratelt hij door over de juiste uitspraak van het
automerk Porsche, over meisjesondergoed in verkoopautomaten en over
de zwarte neuzen van ijsberen. Na twee zinnen weet je al genoeg:
ofwel heeft hij net een slechte drugstrip, ofwel is de man
stapelgek.

Als er in ‘The Informant!’ al gelachen kan worden, is dat dus
voornamelijk de verdienste van Mark Whitacre, die hardnekkig zijn
trots blijft bewaren, zelfs wanneer zijn eigen vrouw – nochtans een
stand-by-your-man-type van het zuiverste water – zijn
fuckups onder ogen moet zien. Damon doet het, zoals
gezegd, verrassend sterk als tragikomisch personage, al heeft hij
daarvoor wel de hulp gekregen van een bespottelijke bril en een
walgelijke snor: het contrast met Jason Bourne kan moeilijk groter.
Ook Scott Bakula is ronduit aandoenlijk als goedbedoelende,
overijverige FBI-agent, terwijl Melanie Lynskie niet genoeg
screentime krijgt om zichzelf te onderscheiden. ‘The
Informant!’ teert tenslotte vooral op de prestatie van Matt Damon.

Zoals altijd heeft Soderbergh veel energie gestoken in het
uitzicht van zijn film. Met zijn vale kleuren en korrelige beelden
lijkt ‘The Informant!’ te zijn gemodelleerd op een spionagethriller
uit de jaren ’70. Dat idee wordt nog versterkt door het ouderwetse
lettertype in de credits en de gedateerde, soms ongepast
vrolijke riedeltjes van oldtimer Marvin Hamlisch. Omdat
het verhaal zich afspeelt in de jaren ’90, lijken Soderberghs
stilistische keuzes op het eerste zicht weinig meer dan een
gimmick. Alsof hij even wilde tonen dat hij zonder problemen in
staat is om de sfeer op te roepen van een vervlogen decennium.
Anderzijds heeft ‘The Informant!’ op die manier precies de
looks gekregen van het type film waar Mark Whitacre deel
van wil uitmaken: een soort kruising tussen ‘The Sting’ en ‘All The
President’s Men’. Alleen is hij hier niet de held, maar de risee
van het hele gebeuren.

Misschien dat een ander regisseur Whitacres verhaal helemaal
anders zou hebben verteld, met meer aandacht voor zijn
gezinssituatie, met meer aandacht voor de manische depressie waar
hij naar verluidt aan zou lijden. Feit is echter dat Soderbergh een
leuke, ontspannende film heeft gemaakt die vooral niet te serieus
moet worden genomen. Want – laat het duidelijk zijn – alles aan
‘The Informant!’ schreeuwt uit dat het ‘maar om te lachen’ is. Van
het uitroepteken in de titel tot de stand-up comedians in
de supporting cast. Maar de beste grap? De film is op
feiten gebaseerd. Mark Whitacre bestaat écht.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − vijf =