DOSSIER 1969 :: ‘Everybody Knows This Is Nowhere’ :: de ideale Neil Young

In 1969 verscheen met Everybody Knows This Is Nowhere één van de sleutelplaten van Neil Young. Aan de vooravond van de jaren zeventig liet de Canadese Amerikaan zich van zijn meest geïdealiseerde kant horen op het eerste album dat hij samen met Crazy Horse maakte.

Hoewel Iggy Pop in dat jaar op het debuut van The Stooges zong dat 1969 een nieuw jaar was waarin niks te beleven viel, was het — toch achteraf beschouwd — een van de interessantere muzikale jaren. Niet alleen omwille van het verschijnen van The Stooges, een plaat die de fundamenten zou leggen voor onderhand bijna vier decennia punk, maar evengoed omdat het jaar op meerdere vlakken een snijpunt was. Bijvoorbeeld tussen folkrock en stadionrock. Of tussen braaf doen wat verwacht werd, en het opzoeken en verleggen van eigen grenzen. In beide toonde Neil Young zich in dat jaar een meester.

Amper een half jaar nadat Neil Youngs titelloze solodebuut was verschenen, bracht de man al een volgende plaat uit, die eigenlijk ook een beetje een debuut was. Everybody Knows This Is Nowhere was de eersteling van Neil Young met Crazy Horse en stond mijlenver van de poëtische en dromerige uitloper van The Buffalo Springfield die Neil Young nog was. De eerste samenwerking met Crazy Horse luidde een nieuw tijdperk in, eentje dat de rest van Youngs carrière zou blijven duren.

Uiteraard zou er nooit een Everybody Knows This Is Nowhere II volgen, daarvoor waren en zijn Youngs wegen te grillig. Maar ondanks de drang om nieuwe paden te verkennen, kruisen de wegen van Neil Young en Crazy Horse elkaar om de zoveel tijd.

Niet verwonderlijk, gezien Young zelf al eens opmerkte dat Everybody Knows tot zijn eigen favorieten behoort. Ondanks het vele knappe, en vaak intrigerende, werk dat de man later nog uitbrengt, is deze plaat misschien wel zijn meest cruciale: de elpee druipt van de ruizige gitaarrock die decennia later furore zal maken als grunge. Al blijft er natuurlijk een zekere sixtiesfeel aanwezig, wat ervoor zorgt dat dit zo een unieke plaat is: verleden en toekomst vallen kortstondig samen in zeven nummers die hun gelijke niet kennen.

Een zeldzaam geval van de juiste plaat op het juiste ogenblik, zeg maar. Niet lang na het verschijnen zouden de hippies een laatste hoogtepunt kennen met Woodstock, waar Neil Young overigens met Crosby, Stills, Nash & Young op de affiche stond. Nog voor het jaar om was, spatte de droom uit elkaar in Altamont. Maar toen was Neil Young ook al lang met andere zaken bezig. Begin 1970 diende zich grootschalig succes aan met de Crosby, Stills, Nash & Young-plaat Déjà Vu. Met Harvest was het niet veel later opnieuw raak, en daarmee was het hek helemaal van de dam.

Young liet zich door niemand in een richting duwen. Die koppigheid siert hem, maar droeg bij tot wat Young zelf zijn destructief carrièrepad noemde. Niet alleen werd door zijn toedoen The Rockets, de voorloper van Crazy Horse, opgedoekt, ook diverse projecten werden halverwege omgegooid, geannuleerd of belandden simpelweg decennialang op de schappen. Wanneer Crazy Horse gitarist Danny Whitten en roadie Bruce Berry vervolgens kort na elkaar een fatale dosis heroïne nemen, raakt Young ook op persoonlijk vlak uit zijn lood geslagen, wat weer zijn effect had op de platen die de man maakte. Tonight’s The Night was een doorzopen in tequila gedrenkt gitzwart werkstuk dat in niets te vergelijken valt met het vroegere werk van Young. Pas bij het verschijnen van Zuma in 1975 lijken de donkere wolken op te trekken. Geen zes jaar zijn verstreken sinds Everybody Knows This Is Nowhere, maar niets is nog hetzelfde.

Tegen dan is reeds een deel van het publiek van Neil Young vervreemd, en mogelijk ook vice versa. Met de jaren zou het er niet op beteren. Hoewel Everybody Knows niet het grote succes is dat Harvest enkele jaren later zou worden, is het wel een meer "typische" Neil Young-plaat, voor zover dat al bestaat. Eerder is de Neil Young van Everybody Knows het ideaalbeeld van Neil Young: de Neil die je verwacht wanneer hij een nieuwe plaat uitbrengt of nog eens een festivalweide in vuur en vlam komt zetten.

Maar dat is uiteraard niet de Neil die Young zelf altijd wil zijn. En dat zou het publiek onderhand mogen, en kunnen, weten. Zelf maakt Young er immers geen geheim van dat hij makkelijk op zoek gaat naar nieuwe projecten. En dat wanneer een plaat uitgebracht wordt, ze voor hem eigenlijk al verleden tijd is. Daardoor krijgt het publiek deze model-Neil Young slecht sporadisch te zien. Zuma komt in de buurt en ook op Live Rust is het opnieuw prijs, al is dat een live-plaat, maar laat dat geen belemmering zijn: in het oeuvre van Young nemen deze een imposante en belangrijke plaats in. Denk maar aan Arc-Weld dat volgde op Ragged Glory en eigenlijk het hele >Live Rust concept nog eens dunnetjes overdeed. Enkele jaren later is het opnieuw prijs en krijgt Broken Arrow een live-vervolg met Year Of The Horse, een plaat waarvan het interessantste aspect er in bestaat dat een gelijknamige documentaire van Jim Jarmusch verkrijgbaar is.

Year Of The Horse, uit 1996 alweer, is voorlopig de laatste Young-plaat in de lijn van Everybody Knows. De man maakte samen met een deel van Crazy Horse weliswaar nog Greendale, maar de houthakkers-Neil laat zich niet meer zien. En hoe boeiend de experimenteerdrift van de man ook mag zijn — het beruchte Trans is best een fijne plaat — toch is het jammer dat fans het moeten stellen met de Performance Series Archives om nog eens een gloed van opwinding te voelen bij het verschijnen van een nieuwe Neil Young-plaat.

Uiteraard bestaat er zoiets als artistieke vrijheid en kan van een artiest niet verwacht worden dat hij of zij altijd platen in dezelfde stijl maakt. Het probleem met muzikale experimenteerdrift is echter dat niet alles even zeer in de smaak valt bij het publiek en iedereen uiteraard zijn favoriete platen heeft die hij graag een vervolg ziet krijgen. Zoiets kan alleen maar tot ontgoochelingen leiden, en daar kan Neil Young een aardig mondje over meepraten. Albums die niet uitgebracht werden, zijn eigen label dat een rechtszaak tegen hem begon om zijn platen meer als Neil Young te laten klinken, de diverse begeleidingsgroepen die komen en gaan, …

Met het vorderen der jaren — Young is onderhand 63 — lijkt het er op dat er voor het publiek niet veel anders opzit dan afwachten wat de volgende carrièrezet van Neil Young zal zijn. Voorlopig richt die carrière zich weer volop op het verleden. Tijdens zijn passage op Rock Werchter in 2008 speelde Young zowaar een set waarbij de nadruk lag op albums als Harvest en After The Gold Rush. Bovendien zou, hout vasthouden, in januari eindelijk het eerste deel van de fameuze archieven verschijnen.

Of daar veel onontdekte parels in te vinden zullen zijn, valt af te wachten. Feit is dat, zelfs voor artiesten met een wispelturig oeuvre als Neil Young, een boxset vaak het soort blik achter de schermen biedt die de magie wegneemt die de reguliere platen hebben. Aangezien de eerste box de periode 1963-72 zal overspannen, is het goed mogelijk dat hij demo’s en outtakes van Everybody Knows zal bevatten. Vraag is of dat ideaalbeeld wel behoefte heeft aan demystificatie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 2 =