Girls :: Album

Matador, 2009

Denkt u ook weemoedig terug aan de zomer, nu de vroege winterkou
diep in de botten trekt? Dan hoeft u niet per se melanomen te gaan
kweken onder de zonnebank. Het debuut van Girls in huis halen, is
al ruim voldoende om uw tintelende tenen te ontdooien. De
ontwapenende, maar edgy popsongs van Christopher Owens en Chet
White toveren namelijk moeiteloos opnieuw bladeren aan de bomen en
kleuren de flora weer groen (en dan hebben we het niet over die in
uw darmen). Het Amerikaanse duo grossiert daarmee in de felste
zonnestralen van het najaar en het is dan ook heerlijk de handen
warmen aan hun gloedvolle en eclectische poppracht. Ons kunnen deze
girls alvast krijgen!

Een mannelijk duo dat zichzelf Girls noemt en hun plaat gewoon
‘Album’ doopt… Christopher Owens en Chet White zijn grapjurken
van het zuiverste water, maar hun muziek is allesbehalve
onderbroekenhumor. Niettemin zullen Girls voor een kamerbrede
glimlach op uw gelaat zorgen. De twee muzikale omnivoren hullen
namelijk verschillende decennia popmuziek in een zwoele waas
reverb. Dat de plaat opgenomen is in geïmproviseerde
slaapkamerstudio’s zal daar niet vreemd aan zijn, maar die
beperking wordt moeiteloos omgebogen tot een voordeel. Mede door
die nostalgische echo is ‘Album’ namelijk een onweerstaanbare
terugblik op wat geweest is, maar toch verzandt de plaat bijna
nergens in kleffe nostalgie. Waar vele andere bands enkel oude
koeien uit de gracht halen, gaat Girls namelijk verder. Owens en
White sleuren hun kwikzilveren sixtiespop namelijk bij de horens de
21ste eeuw in en brandmerken ze met een heet ijzer van
eigenzinnigheid en vreemde genreversmeltingen.

Geen toeval dan ook dat verschillende nummers aan het steigeren
gaan en de luisteraar bij de eerste draaibeurten van zich af
werpen. ‘Album’ bulkt dan wel van de popsongs, maar dan not as we
know them. De hypnotiserende mantra ‘Hellhole Ratrace’ wordt
heerlijk in tweeën gekliefd door atmosferische postrockgitaren,
dreigende synths schuiven voor de zon in ‘Summertime’ en de
intimistische fluisterpop van ‘God Damned’ geurt naar borrelend
zwavel. De narcotische genotsmiddelen zullen er misschien voor iets
tussen zitten, maar Owens en White slagen erin om zowel zalig
verrukt als bevreemdend disfunctioneel te klinken. The drugs do
work!

Maar ook niet altijd! Soms leunt het duo te stoned achteruit, met
bij de haren getrokken pastiches en verwaarloosbare kladjes tot
gevolg. Zo is ‘Headache’ geforceerd relaxte Club Med-pop die alleen
tot z’n recht komt aan de zwembaden van hotels met all
inclusive-formules. Owens klinkt een plaat lang als het baldadige
neefje van Elvis
Costello
, maar hier wauwelt hij als die andere Elvis, na een
cheeseburger of tien welteverstaan. ‘Big Bad Mean Motherfucker’ is
dan weer een vingeroefening die ze beter aan The Raveonettes
hadden overgelaten en ‘Morning Light’ heeft Sonic Youth al een
oneindig aantal keer beter gedaan. Of hoe eclecticisme ook een
nadeel kan zijn.

Gelukkig zijn het slechts een paar smetjes op een glanzend blazoen,
want op de rest van de plaat scoren Girls wel met hun veelheid aan
invloeden. The
Shins
, The
Flaming Lips
, Belle &
Sebastian
, The Beatles en The
Stones: Girls zuigen het allemaal op als hongerige sponzen en zoals
de opwindende opener ‘Lust For Life’ verraadt, straalt het
resultaat een onbedwingbare joie de vivre uit.

Christopher Owens groeide op in de Children of God-sekte, volledig
geïsoleerd van de moderne maatschappij. Die periode is ongetwijfeld
deels de verklaring voor de gulzigheid waarmee hij met Chet White
de popgeschiedenis plundert. Het resultaat is een ravissante plaat
die bloemenrokjes doet opwaaien én de wenkbrauwen doet fronsen. Zin
in een nazomers delirium? Girls is de naam, ‘Album’ is de
plaat!

www.myspace.com/girls

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 4 =