Motorpsycho :: Child Of The Future

Het Noorse Motorpsycho, misschien wel de beste, hardst werkende en meest complementaire rockband die continentaal Europa ooit heeft voortgebracht (sorry, Tom Barman), viert dit jaar zijn twintigjarig bestaan. Kers op de taart is Child Of The Future, een album dat Motorpsycho’s grote klasse nog eens in de verf zet.

Redenen om Motorpsycho goed te vinden: hun werkethiek, hun virtuositeit, hun liefde voor oud en nieuw, hun grooves, jams, melodieën en harmonieën, samenspel en onvoorspelbaarheid, hun creativiteit en legendarische live-optredens, hun no nonsense-aanpak, maniakale toewijding, melomanie, hun accenten en herkenbare platenhoezen. De voornaamste reden is echter het voor de hand liggende gegeven dat hen zo’n trouwe aanhang en een hoop sympathisanten heeft opgeleverd: als geen ander laat deze band zien en horen hoeveel voldoening het geeft om met gelijkgezinden muziek te maken. Weinig bands bewijzen zo effectief dat het geheel zo veel meer is dan de som van de (al indrukwekkende) afzonderlijke delen.

Bent Saether, Hans Magnus Ryan en Kenneth Kapstad trokken naar de befaamde Electrical Audiostudio van Steve Albini om er zes basistracks op te nemen. Enerzijds wat verrassend, want het is een publiek geheim dat Albini het eigenlijk niet begrepen heeft op jazz en andere vormen van muziek die technische virtuositeit centraal stellen. Anderzijds echter ook reden tot opwinding, want Albini slaagt er als geen ander in om de sterke kanten en ware sound van een band naar boven te halen. De Motorpsycho-albums van het voorbije decennium klonken al sterk, dus het was de vraag wat de tovenaar van Chicago daar nog aan toe zou voegen.

Eigenlijk valt dat nog mee: Child Of The Future klinkt iets rauwer en logger, iets meer "live" dan vorige releases, maar maakt duidelijk dat Motorpsycho ook hiervoor al bedreven was in het vastleggen van zijn unieke sound. Het helpt ook dat de drie met Child Of The Future hebben gezorgd voor een handvol songs dat het beste uit de band naar boven haalt. Als er een vergelijking gemaakt moet worden, dan doet het album vooral denken aan Black Hole/Black Canvas (2006), maar dan met een iets lossere feel en hogere retrofactor. Hoewel sommige elementen ervan nog aanwezig zijn, hebben ze de popexperimenten van een decennium geleden grotendeels gelaten voor wat ze zijn om terug te keren naar een meer jamgerichte aanpak, die afwijkt van de cerebrale koers van Little Lucid Moments (2008).

En jammen, dat is iets waar de heren erg bedreven in zijn: psychedelica, bluesrock, prog, hardrock, pop en jazz worden in de blender gekieperd en wat eruit komt is steevast een amalgaam van invloeden en geluiden die een reis maken door de decennia van klassieke rock. Zo haalt "The Ozzylot (Hidden In A Girl)" meteen uit met een aan Led Zeppelin verwante groove, die gekoppeld wordt aan harmonieën die rechtstreeks uit de Beatles-catalogus komen. Om nog te zwijgen van de gitaarsolo’s. In het repetitieve "Riding The Tiger" komt de psychedelische kant meer aan bod en valt op hoe essentieel Kapstad al is geworden voor het groepsgeluid: als geen ander slaagt hij erin om de boel aan het rollen te houden.

De eerste albumhelft wordt afgesloten met een oplawaai van jewelste: "Whole Lotta Diana" is een old school Motorpsycho-kanon, een excentrieke melange van hardrock, blues en prog, alsof Mountain, Santana en Yes een monsterpact gevormd hebben en de vocals laten verzorgen door Crosby, Stills, Nash & Young. Dit hoogtepunt wordt meteen opgevolgd door een nieuwe knaller als je het album omdraait: "Cornucopia (…Or Satan, Uh… Something)", gestuwd door de pompende bas van Saether en het stompende slagwerk van Kapstad, zoekt aansluiting bij "Whip That Ghost" (Let Them Eat Cake) dat op zijn beurt schatplichtig was aan een van de coolste grooves uit de hoogdagen van de jambands: "Whipping Post" van The Allman Brothers.

En het houdt niet op: het donderende "Mr. Victim" doet denken aan de oudere platen en bewijst nogmaals dat de band een manier gevonden heeft om zijn beperkingen om te buigen naar troeven. Gitarist Snah heeft immers een belabberde zangstem en een accent waar hij nog aardig mee zou kunnen scoren in het comedycircuit, maar hier is het net de stem die centraal staat en de song zijn charme bezorgt. Dit wordt gevolgd door "The Waiting Game", een ingetogen stukje huiskamermuziek dat de vingers van Saether ontglipte. Afsluiter "Child Of The Future" is niet bepaald een hoogtepunt (die riff hoorden we trouwens al te vaak), al vormt het wel een aanstekelijk, opgewekt eindpunt voor een trip door de vroege seventies

Op Child Of The Future laat Motorpsycho niets nieuws horen, anderen én zijzelf deden dit al eerder. Maar zoals elke psychonaut (de Motorpsycho-versie van krijsende tienermeisjes) je zal vertellen: Motorpsycho is Motorpsycho, "you gotta hang on to the trip you’re on…" Niemand klinkt als deze band, niemand gebruikt deze tactiek, komt op de proppen met deze sound. En als dat resulteert in een plaat als Child Of The Future, die bruist van de spelvreugde en groepschemie, dan kan je dat enkel toejuichen en hopen dat ze er nog eens twintig jaar aan breien.

Het album verscheen voorlopig enkel op (wit) vinyl, met opvallend artwork en een poster van Kim Hiorthoy. De band staat op 7 november in de Botanique, voor de kruiden zorgt u zelf.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 − 5 =