Ice Age :: Dawn of the Dinosaurs




Niet dat veel mensen er van hebben wakker gelegen, maar enkele
weken geleden kwam, met een minimum aan tamtam en bedroevend weinig
publieke belangstelling, de wondermooie animatiefilm ‘Coraline’ uit
– wat mij betreft de beste film van 2009 tot nu toe. Met die prent
bewees regisseur Henry Selick (voor wie daar nog aan mocht
twijfelen) dat animatie, misschien wel meer dan eender welk ander
medium, in staat is om letterlijk nieuwe werelden te creëren.
‘Coraline’ was een intelligente, zelfs moedige film die absoluut
zijn precedenten had, maar wel nieuw en fris aanvoelde. Het was een
fantastische artistieke prestatie, die voor één keer eens niet op
de grootste gemene deler mikte. Nu echter, nu de zomer zich
definitief op gang heeft getrokken, het klein grut vakantie heeft
en de Amerikaanse filmindustrie het nodig vindt om al zijn domste
producten op ons te lozen (nog ‘Transformers 2’, iemand?) is het
back to usual, ook voor animatiefilms. En dus krijgen we
‘Ice Age: Dawn of the Dinosaurs’, het derde deel in de ‘Ice
Age’-franchise, een reeks die sowieso al nooit een
franchise had mogen worden. Al die dingen die ‘Coraline’
zo speciaal en zo mooi maakten, zijn, zoals verwacht, nergens te
bespeuren. Creativiteit en intellect heb je nu eenmaal al lang niet
meer nodig als je al voor de derde keer dezelfde film opnieuw
maakt. Wat overblijft is het cynisme van een gecalculeerde
Hollywoodmachine die de kosten en de winst van de vorige twee films
in kaart heeft gebracht, en vervolgens tot de slotsom kwam dat een
derde deel nóg rendabeler zou zijn. Dat zal ook wel zo zijn, maar
terwijl in de cinemalobby de kassa’s rinkelen, moet het publiek in
de zaal vaststellen hoe bankroet de ‘Ice Age’-films onderhand zijn
geworden. Bankroet aan ideeën, leuke personages, interessante
verhaallijnen en goede grappen.

Het verhaal begint als een ietwat bevreemdende soap rond de
familiale beslommeringen van de hoofdpersonages: Ellie (Queen
Latifah), het vrouwtje van mammoet Manny (Ray Romano), staat op
bevallen en de naderende komst van de kleine spruit zet ook de
anderen aan het denken. Sabeltandtijger Diego (Denis Leary) kampt
met een midlifecrisis (hij kan zelfs geen gazelle meer vangen, de
sukkelaar) en luiaard Sid (een lispelende John Leguizamo) wilt van
pure frustratie zijn eigen gezinnetje stichten. Dat lijkt hem te
lukken wanneer hij onder het ijs drie dinosauruseieren vindt. Nadat
die uitkomen speelt Sid een tijdje lang mama (niet eens papa, maar
expliciet mama) voor de drie baby T-Rexen, totdat hun echte moeder
ze komt opeisen – wat uiteraard gepaard gaat met heel wat gebrul en
geren, dat spreekt voor zich. Sid wordt door de dinosaurus
meegenomen, waarna Manny, Ellie, Diego en tweeling Crash en Eddie
hem gaan redden.

De aanwezigheid van dinosaurussen in de film is al een eerste
probleem waar ‘Ice Age 3’ zich nooit echt overheen weet te zetten.
De logica er achter is evident: een dinosaurus staat nu eenmaal
cool op een affiche en als je je film ook in 3D gaat vertonen, dan
biedt het heel wat geinige gelegenheden om hem z’n snuit door het
scherm te laten steken. Blijft er wel het probleem dat de ‘Ice
Age’-films zich afspelen rond het jaar 9600 voor Christus (het
einde van de laatste ijstijd), terwijl dinosaurussen zo’n 65
miljoen jaar geleden al uitstierven. Om dat probleem te omzeilen,
komen de makers met het idee op de proppen dat er onder het ijs een
soort alternatieve junglewereld bestaat, waarin de beesten gewoon
hebben kunnen overleven. ‘t Is gek wat je wel en niet aanvaardt in
een animatiefilm. Pratende dieren, geen probleem. Een sabeltijger
die bevriend is met een luiaard, oké. Maar het idee dat er al
ettelijke miljoenen jaren lang dinosaurussen onder het
aardoppervlak leven, daar haak ik af. Dat idee is a) inconsistent
met de vorige films; b) overduidelijk alleen bedacht als
marketingtruc, en c) koren op de molen van creationisten, die niet
alleen in de VS maar ook in Europa steeds meer terrein winnen. Die
dinosaurussen zitten hoegenaamd niet in de film omdat regisseur
Carlos Saldanha er iets mee kon doen om een leuk verhaal verteld te
krijgen, maar gewoon omdat de wetten van de economie bepaalden dat
er een ‘Ice Age 3’ moest komen, en dino’s zich nu eenmaal makkelijk
laten marketen. Waarom zou je dan nog verder zoeken naar iets dat
effectief steek houdt?

Die premisse wordt na de eerste 30 minuten eigenlijk niet meer
verder ontwikkeld: na ongeveer een half uur zijn we op het punt
gekomen dat Sid is meegenomen door de dinosaurus en dat de anderen
hem gaan zoeken, en op dat punt blijven we ook zo’n beetje hangen
tot aan het einde. We krijgen de ene actiescène na de andere,
sommige aangevet met slapstick, andere met sporadisch succesvolle
oneliners. En daar moeten we het dan mee stellen. Het lijkt wel
alsof we na de eerste akte van het verhaal meteen naar de climax
gaan, die dan een uur wordt gerekt om ten slotte uitgeput in elkaar
te stuiken aan de finishlijn.

Je zou dan ook denken dat ‘Ice Age 3’ een typisch geval van
ADHD-cinema is, waarin alles sneller en harder moet gaan, maar nee.
Eén van de meest verrassende aspecten van de film is juist hoe
sloom het tempo wel is. Omdat er voor het grootste deel van de film
geen ontwikkeling van plot of personage meer plaatsvindt, zelfs
niet op het meest fundamentele niveau (personages die effectief
iets doen waarmee ze het verhaal vooruit helpen), krijg je de
indruk dat de prent continu in rondjes aan het gaan is. Onze helden
worden aangevallen door dinosaurussen, maar weten zich op het
laatste nippertje te redden. En weet je wat er daarna gebeurt?
Verrek, ze worden aangevallen door àndere dinosaurussen, maar ze
weten zich op het laatste nippertje te redden. En daarna… Je
snapt het wel. Het ritme van de film is zo voorspelbaar en het
verhaal is zodanig een doodlopend steegje dat de prent na een tijd
effenaf vervelend wordt.

Hier en daar zit er natuurlijk wel een leuke grap, hoewel die
gags opvallend vaak gestolen zijn van The Simpsons. (Sid over de
baby van Manny en Ellie: “It’s a boy!” Manny: “That’s
her tail!”
Sid, op identiek dezelfde toon: “It’s a
girl!”)
Het nieuwe personage Buck (stem van Simon Pegg), een
geflipte wezel die duidelijk geënt is op Johnny Depps Captain Jack
Sparrow, zorgt ook nog wel voor aardige momenten. En ja, de
animatie is uiteraard weer dik in orde – gezien het budget waarmee
er gewerkt werd, zou het tegendeel maar erg zijn. Maar er zit geen
hart of ziel in. Het is typisch een film die alleen maar gemaakt
werd om merchandising te kunnen verkopen. (Zelfs eekhoorn Scrat
heeft z’n beste tijd wel gehad – de fratsen met hem en zijn eikel
worden schijnbaar lukraak tussen de film gesmeten en worden steeds
meer voorspelbaar.) Laat je hier dus vooral niet aan vangen en zoek
ergens een zaal waar ze ‘Coraline’ nog draaien. Of bestel alvast de
dvd, je zult het je niet beklagen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − vijf =