The Horrors :: Primary Colours

The Horrors verrassen met een uitstekend tweede album vol catchy gitaarnoisepop vriend en vijand. Een hoop lof mag hiervoor hun deel zijn. Of verdient producer Geoff Barrow de eer voor een uitgekiend nieuw geluid waarmee The Horrors scoren?

Twee jaar geleden debuteerde The Horrors met Strange House, een opvallende morbide look en concerten die nauwelijks vijftien minuten zouden duren. De muziek was een niet onprettige update van smerige, gothic garage rock à la The Cramps en The Gun Club. Weinig opzienbarends, ware het dus niet dat hun imago en reputatie als kort spelende lawaaimakers voor extra schrijfmateriaal zorgden. Een kleine hype ontstond, maar door het relatief weinig opzienbarende songmateriaal was de groep alweer vergeten zoals zovele gimmick-hypes.

En plots staan ze daar terug, geloofwaardiger dan ooit. De gimmicks zijn samen met het gekrijs en de rockabilly overboord gegooid en in de plaats zijn Portisheads Geoff Barrow en video-artiest Chris Cunningham (u kent hem van bevreemdende clips van Björk en Aphex Twin) als producers aan het roer geplaatst. Het levert een geluid op dat sterk beïnvloed is door de noisepop van The Jesus And Mary Chain, My Bloody Valentine en Spaceman 3. Een vaatje waar wel meer groepen uit tappen dezer dagen.

Op Primary Colours krijgt dat geluid echter een extra donker, doch swingend randje. The Horrors durven bovendien melodieus al eens flink langs de pot pissen (in het refrein van “New Ice Age” en “Mirror’s Image“ bijvoorbeeld), waarmee ze de shoegazer- en eighties- revival een welkome stamp onder haar gat geeft. De dromige gitaarfeedback krijgt door het jachtige gedrum, snerpende synths en ‘s energieke zang in “Three Decades” en “Who Can Say” een flink shot energie en agressie mee.

“I Can’t Control Myself” had de zoveelste Joy Division-kloon kunnen zijn, maar wordt daarvan gered door enigszins smerig een eind weg te swingen. Alleen de titelsong en het wat te lang uitgesponnen “I Only Think Of You” tappen te weinig inventief uit bekende vaatjes. Elders op Primary Colours weten The Horrors steevast te verrassen met inventieve wendingen en een bizar sfeertje dat het beeld van vrolijk (jazeker) dansende Goths in een ranzige nachtclub oproept.

De grootse verrassing staat echter achteraan. Epische (acht minuten durende) single “Sea Witin A Sea” begint als psychedelisch krautrockfeest, krijgt er al snel een streep van ver aangegalmd komende klaagzang over en ontwikkelt zich langzaam uit tot een psychedelische wervelwind waarin het aangenaam verdwalen is. Halverwege maken de klassieke instrumenten bij wijze van ultieme wending plaats voor een tapijt van hypnotiserende synthesizer-arpeggio’s. Mooi zo, maar na een vijfde beluistering komt die majestueuze outro wel erg vertrouwd over. De laatste drie minuten blijken na enig vergelijkend onderzoek een bijna exacte kopie van “The Rip” waarmee Portishead ons een goed jaar geleden wist te charmeren.

Waarschijnlijk heeft Geoff Barrow het er zelf aangeplakt, maar het doet in het licht van voorgaande toch net iets te hard vermoeden dat de producer de grootste verdienste heeft aan dit verslavende plaatje. Er valt geen buil te vallen aan de aanschaf van dit plaatje, maar of dit nu de uitstekende heruitvinding van The Horrors, dan wel een meer dan onderhoudend zijprojectje van het Portishead-opperhoofd is, blijft de vraag.

Niettemin: een meer dan aangenaam album, volgestouwd met uitstekende eighties-stijloefeningen die meer liefde voor muziek en inventiviteit dan makkelijke romantiek en epigonisme suggereren. Hopelijk bewijzen The Horrors live en op een volgend album ook dat het materiaal overeind blijft zonder Geoff Barrow achter de knoppen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − elf =