Sky Larkin :: The Golden Spike

De lente is daar en dat vraagt om een zweverige lentesingle. Sky Larkin deed met het vooruitgestuurde “Fossil, I” een aardige poging maar weet ook het album dat niveau aan te houden?

Hoezee, die van Los Campesinos! zitten nog maar aan hun tweede cd en ze hebben er al een coverband bij. Om het zo te stellen is natuurlijk wat overdreven, maar Sky Larkin klinkt weldegelijk als Los Campesinos! gedeeld door twee. Weg is de catchiness van de gitaren, weg is de sterke samenzang, weg zijn de xylofoontjes. Wat blijft er dan nog over? Enkele broeierige zomersingles en een frontvrouw die zich — al klinkt ze na enkele luisterbeurten even aangenaam als een zeehond met een acute verkoudheid — ondanks een breed geluid helemaal overeind weet te houden.

Een half jaar geleden werd de hoekige indiepop van Sky Larkin opgepikt door het populaire Britse radio 1. Enkele ophemelende NME artikelen en vergelijkingen met het afgrijselijke Sleeper later, stond het kleurrijke indiebandje plots op podia in heel Europa als voorprogramma van Bright Eyes’ Conor Oberst en Los Campesinos!. In 2009 komen ze met hun eerste wapenfeit The Golden Spike.

En het begon allemaal nog zo goed. “Fossil, I” dendert chaotisch heen en weer en doet eerst aan als een veredelde demo, maar heeft weldegelijk meer om het lijf. Het is juist die ruwheid die het boven andere nummers uittilt. “Molten” daarentegen, biedt wat meer structuur en klinkt als Leslie Feist die net de distortion-knop heeft ontdekt. Ook het speelse “Antibodies” probeert de zon iets dichter bij huis te brengen, maar weet spijtig genoeg niet lang genoeg te boeien. Het is al ter hoogte van nummertje 5 dat The Golden Spike een heuse duikvlucht neemt.

“Octopus ’08” en “Somersault” kunnen amper nog enige interesse teweegbrengen. Het is wachten tot lichtpunt en tweede single “Beeline” om mee te kunnen blèren met het aanstekelijke “Oh I’ve got a need that I’m following up”, waarna het tweede gedeelte van The Golden Spike strandt in te veel van hetzelfde. De sprankelende indierock verzandt in een overvolle productie — in handen van John Goodmansonen (Nada Surf, Death Cab For Cutie) — en dat is spijtig. Ook het walsende “Keepsakes” weet geen troost te brengen. Een enkele frons ter hoogte van “Matador” en daarna is het wachten geblazen.

Het is moeilijk te zeggen wat er slecht is aan The Golden Spike. Katie Harkin, afkomstig van dezelfde stad als de Kaiser Chiefs, mag dan een perfecte mix lijken tussen Kate Nash, The Ting Tings’ Katie en al het overige dat goed is aan Groot-Brittannië, ze weet nergens echt te verbazen. En dat is het grote probleem met deze cd: Sky Larkin doet zo zijn best om grappig en origineel uit de hoek te komen, maar mist het lef om zichzelf eens flink in de zeik te zetten. Wat eerst aandoet als een frisse wind, begint even later al belegen te klinken. Twee uitschieters daargelaten, gaat het eentonige geluid van Sky Larkin eerder slaapverwekkend werken dan dat het ons door de woonkamer doet dansen.

In essentie heeft het jonge drietal uit Leeds en Londen nochtans best veel te bieden: enkele classy songs, heel wat interessante lyrics (van autowrakken tot archeologie) en een zangeres die zich wel eens Roisin Murphy-gewijs on stage mag blootgeven. Helaas slaagt Sky Larkin er niet in dat alles op plaat te vertalen waardoor het eindigt met een hoop matige songs.
The Golden Spike is een gemiste kans, een teleurstellend debuut van het zoveelste Britse indiegroepje. En neen, het is niet altijd huilen met de pet op, maar Los campesinos! it ain’t.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − acht =