Bonnie ‘Prince’ Billy + Susanna

Dylan
speelde gisteren in Brussel! Elke avondvullende bezigheid die zich
niet binnen de vier uit gewapend beton opgetrokken muren van Vorst
Nationaal bevond, was dus a priori blasfemie, maar als je dan toch
moet ketteren, kan je het beter op niveau doen. Weinig plaatsen
boden een beter alternatief dan de apocriefe geschriften van Bonnie
‘Prince’ Billy. Met ‘Beware‘ bracht hij een enigszins controversieel want
atypisch-maar-toch-weer-niet album uit, met countrysongs die de ene
keer naar de keel, dan weer naar de ballen of de lachspieren
grijpen. Het doet er niet toe wat zij zeggen, wij vinden het
degelijk werk van een vakman zoals er na het verwijlen van Nand
Buyl en J.G. Ballard niet zo gek veel meer over zijn.

Maar voor de man uit de Midwest mocht aftrappen kon voorprogramma
Susanna haar kunstjes bewijzen. Ze heeft met
‘Flower Of Evil’ net een album uit dat goeddeels met covers is
gevuld – Reed, Nico, Prince – maar bracht live een wat fletse show.
Hoogtepunt was het duet dat ze met Bonnie ‘Prince’ Billy verzorgde
op ‘I Can’t Live’ (u kent het van Mariah Carey – hoe staat het
ondertussen in Vorst, Bob?), maar zelfs dat was veel meer slapstick
dan kunst met een hoofdletter. Susanna is het Deense antwoord op
Joan As Police Woman, maar dan minder flamboyant,
ravissant, extravagant en helaas ook minder interessant.

Dat Bonnie ‘Prince’ Billy een curiosum is, hoeft al lang niet meer
gezegd. De man betreedt de zaal gewoon met alle lichten aan, speelt
zijn eigen roadie, en geeft vluchtig een teken dat hij zal beginnen
spelen als de lichten prompt dimmen. Zaallicht is voor Will Oldham
een element van de show zoals muren en een dak dat zijn, meer ook
niet. Bonnie staat er om te spelen, maar hoe. Hij oogt als de
zoveelste schlemiel – denk Woody Allen of E – danst als een robot
die te lang naar Thom Yorke gekeken heeft en bespeelt het
publiek alsof hij zelf niet goed begrijpt waar hij heen wil – de
Peter Pan-scène als bewijs – maar tussendoor brengt hij wel
kwaliteit. Op ‘You Want That Picture’ bijvoorbeeld, een duet met
zijn violiste. Of het folkrocky ‘Strange Form Of Life’. Dat het
niet altijd even goed zit, moet ook gezegd. Soms haalt Oldham het
tempo er zodanig uit dat het wat ambetant is om weer in te pikken.
Zo op ‘Careless Love’, gevolgd door een zo bombastisch ‘I Am
Goodbye’ – heerlijk nummer, dat! – dat het bijna operesk als was de
bard lid van de erven Wainwright aandoet.

Wij zien Oldham het liefst als het een beetje uptempo mag zijn, als
er wat op drums mag worden geslagen, aan gitaren gesleurd en
tussendoor wat mag worden gegrapt. Hoogtepunt was dan ook ‘You
Don’t Love Me’, energiek en exquise, maar eveneens fantastisch
gemengd met Elvis’ ‘Marie’s The Name’. Van ‘Beware’ werd opvallend
weinig gespeeld, al lieten wij ons naast ‘I Am Goodbye’ ook ‘Death
Final’ en ‘You Don’t Love Me’ welgevallen. Finale uitschieter was
‘Just To See My Holly Home’, de bissen brachten naast een obligaat
duet met Susanna en de oersaaie uitsmijter ‘I Called You Back’
weinig noemenswaardig.

Geen Bob Dylan dus voor deze dienaar, maar weldegelijk een concert
van erg hoogstaande kwaliteit. Dat Oldham zowel de intensiteit, de
sérieux (met sneren naar Bush, het gebrek aan sociale veiligheid en
zowaar onbedoeld Pieter De Crem) als de spanningsboog niet altijd
gespannen hield, stoorde slechts heel even. Dat hij op andere
momenten ware pareltjes uit zijn gitaar schudde, deed dat
allerminst. Als je een schlemiel met cachet zoekt, is Bonnie
‘Prince’ Billy je man.

Beware‘ van Bonnie ‘Prince’ Billy is nu uit bij
Munich.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 2 =