Otto e Mezzo (8 1/2)

Net zoals de meeste Italiaanse regisseurs van zijn generatie,
werd Frederico Fellini volwassen in een filmlandschap dat
gedomineerd werd door het neorealisme. In de nasleep van de Tweede
Wereldoorlog beschouwde een invloedrijke golf aan jonge filmmakers,
zoals Vittorio De Sica en Roberto Rossellini, het min of meer als
hun plicht om een authentiek beeld te schetsen van de Italiaanse
maatschappij – een volstrekt realistische afbeelding van de
economische en sociale miserie van die tijd, gedraaid op locatie,
vaak met niet-professionele acteurs. Fellini groeide op in die
omgeving, maar was vanaf het begin van zijn carrière altijd net
iets meer dan een neorealist. Zijn vroege films, zoals ‘I
Vitteloni’ en ‘La Strada’, zaten nog stevig ingebed in die
stroming, maar meer dan zijn collega’s, had Fellini ook hier al de
neiging om zijn persoonlijk leven in zijn films te verwerken – met
verwijzingen naar zijn eigen jeugd, zijn ouders en zijn vrienden –
en om weg te glijden in droom en fantasie. Voor Fellini was de
verbeelding altijd een manier om tot een soort van hogere waarheid
over de werkelijkheid te komen, wat uiteraard botste met de strikte
drang naar authenticiteit van de neorealisten.

In de jaren zestig liet Fellini het neorealisme helemaal los, om
steeds explicieter te experimenteren met droom en fantasie. ‘La
Dolce Vita’ is wellicht zijn meest populaire film, terwijl deze ‘8
1/2’ wordt beschouwd als zijn beste. Het is ook één van zijn meest
bizarre: de artistieke en emotionele crisis van het hoofdpersonage
wordt uit de doeken gedaan aan de hand van een serie surreële
flashbacks, droomsequensen en fantasieën, die op een lyrische
manier door elkaar vloeien en de werkelijkheid binnensijpelen. Geen
lichte kost dus, maar wel een meesterwerk, dat achteraf nog
regisseurs zou beïnvloeden als Woody Allen (‘Stardust Memories’),
Terry Gilliam (‘Brazil’), Spike Jonze (‘Adaptation’) en ga zo maar
door.

Marcello Mastroianni speelt Guido, een regisseur die niet weet
wat te doen met zijn volgende film. Het script is nog niet klaar en
hij heeft geen enkel bruikbaar idee in zijn kop zitten. Kort voor
het draaien begint, trekt hij zich terug in een kuuroord, maar ook
daar vindt hij geen seconde rust: de scenarioschrijver zeurt hem de
oren van het hoofd over de politieke en religieuze implacties van
het verhaal (dat er nog niet eens is), zijn producer heeft een
peperdure set laten bouwen en wilt garanties dat die ook effectief
gebruikt zal worden en een resem acteurs wilt weten wat hun rol
precies zal zijn. Alsof die professionele crisis nog niet genoeg
is, wordt Guido ook achtervolgd door zijn verleden – zowel zijn
vrouw als zijn maîtresse duiken op, en hij wordt geplaagd door
herinneringen aan zijn jeugd.

Dat is het verhaal, maar door dat te vertellen kun je onmogelijk
een idee hebben wat voor ervaring het is om naar de film te kijken.
Fellini gooit het realisme immers helemaal overboord, en maakt van
‘8 ½’ een soort van collage aan indrukken, dromen en fantasieën.
Soms wordt een droom expliciet aangekondigd, zoals tijdens de
openingssequens: Guido beeldt zich in dat hij bijna stikt in een
auto. Hij ontsnapt uit de wagen, enkel om als een ballon de lucht
in te zweven. Wanneer hij aan een touw naar beneden wordt gehaald,
wordt hij wakker. Daar is dus geen vergissing mogelijk, maar op
andere momenten dringt de fantasie de werkelijkheid binnen: aan het
begin van de film zien we de gasten van het kuuroord aanschuiven om
een glas water te gaan halen, hun bewegingen zorgvuldig getimed op
de muziek. De rijen mensen lijken bijna een chorus line
aan dansers, maar Fellini presenteert het als (een versie van) de
realiteit.

Op die manier ontwikkelt de film zich tot een soort van
koortsdroom, waarin het meestal niet uitmaakt wat nu echt gebeurt
en wat een droom is, omdat het voor Guido allemaal even belangrijk
is: het maakt allemaal deel uit van zijn artistieke en emotionele
problemen. Het is misschien niet “echt” in de zin van
“dit-gebeurt-hier-en-nu”, maar je mag gerust zijn dat het echt is
voor hém. ‘8 ½’ is een volstrekt subjectieve film, en eens je dat
beseft, is hij niet eens zo moeilijk te volgen.

Veel critici beweren dat ‘8 ½’ enkel gaat over een man die een
film moet maken en niet weet welke, maar dat is slechts een eerste
laag. Jazeker, Guido zit helemaal vast, dat is duidelijk. Net zoals
elke regisseur wordt hij continu bestookt met vragen, maar hij
heeft er geen antwoord op en probeert in de tussentijd te overleven
op zijn reputatie en zijn charisma – “alles komt in orde, ik heb al
zo veel films gemaakt” . Maar waar het echt om draait, is dat Guido
exact hetzelfde meemaakt in zijn privéleven: de film wordt gebruikt
als metafoor voor zijn leven, waar hij óók geen directie aan weet
te geven. Iedereen is uiteindelijk de regisseur van zijn eigen
bestaan, en Guido weet niet waar hij met het zijne naartoe moet.
Ook in dit opzicht krijgt hij continu vragen voor de voeten
geworpen, door zijn vrouw, zijn maîtresse en andere mensen die
belangrijk voor hem zijn, maar hij heeft geen antwoorden. Film en
leven lopen door elkaar en vormen een chaos waar Guido niet wijs
uit kan worden. ‘8 ½’ gaat in essentie over een gefrustreerde
poging om de verwarring van het leven (jeugdherinneringen, seks,
relaties, religie) te ordenen via de kunst, via de cinema, enkel om
tot de conclusie te komen dat dit onmogelijk is. Wat blijft er dan
over? Aan het einde van de film laat Guido alle personages uit zijn
leven én film opdraven in een vrolijke parade, en horen we hem
zeggen: “Al de verwarring in mijn leven is een reflectie van
mezelf. Ikzelf zoals ik ben, niet zoals ik zou willen zijn.” Met
andere woorden: hij aanvaardt dat het leven gewoon chaos is en
houdt op te proberen er een orde aan op te dringen.

Grote delen van ‘8 ½’ waren autobiografisch voor Fellini,
inclusief zijn jeugdherinneringen en zijn ambigue relaties met
vrouwen (die vooral tot uiting komen in de fantasiesequens waarin
Mastroianni een harem aan minaressen – echt en ingebeeld – moet
afweren met een stoel en zweep). Veel mensen komen dan tot de
conclusie dat Fellini niet wist wat hij moest doen met zijn
volgende film, na het monstersucces van ‘La Dolce Vita’, en
uiteindelijk een film maakte óver die frustratie. Maar ‘8 ½’ zit zo
boordevol met ideeën en poëtische intermezzo’s dat ik onmogelijk
kan geloven dat de prent het resultaat is van een gebrek aan
inspiratie. Ik denk eerder dat de film Fellini’s angsten
reflecteert – angst voor een creatieve block, angst voor
het verleden, vrouwen, seks, religie en ga zo maar door – en dat
hij die angsten wilde bezweren door er een film over te maken. Zijn
acht-en-een-halfde, na zes langspeelfilms, twee kortfilms (dat
maakt zeven in totaal), plus een samenwerking aan ‘Boccaccio ’70’
met De Sica, Monicelli en Visconti.

Het resultaat is een eigenzinnige, soms moeilijke prent, die
sowieso gehinderd wordt door de ergerlijke gewoonte van Italiaanse
filmmakers van die tijd om de dialogen niet simultaan op te nemen,
maar achteraf te dubben (wat leidt tot teksten die vaak niks te
maken hebben met wat de monden van de acteurs doen). Maar het is
ook een meesterwerk: poëtisch, lyrisch, diepzinnig en soms zelfs
erg grappig. Het is een ode aan mensen die flamboyant genoeg zijn
om te erkennen dat ze niet weten wat ze met hun leven moeten
aanvangen, maar voor de zekerheid tóch maar investeren in een
peperdure set. Je weet tenslotte maar nooit.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 1 =