City of Ember






Regisseur Gil Kenan zit nog maar aan zijn tweede langspeler en
toch hebben wij al een boon voor de man. De jonge hond die eerder
al ‘Monster House’ voorzag van dat tintelendee eighties kid
flicks
-sfeertje en ons onverwacht in een Goonies-roes deed
belanden gaat met ‘City of Ember’ namelijk verder op hetzelfde
nostalgische elan. Oké, zijn eerste live-actionfilm heeft wat
moeite met een bevredigende pay off, maar visueel valt er
te smullen en bovendien ruilt de regisseur de schreeuwerige
CGI-capricolen (hello, Narnia) voor een ouderwets
atmosfeertje dat regelrecht afkomstig lijkt uit de Spielberg-stal
van de jaren tachtig. Het uit fabuleuze designs opgetrokken ‘City
of Ember’ – denk aan een kruisbestuiving tussen Gilliams ‘Brazil’
en Jeunets ‘La cité des enfants perdus’ – heeft te kampen met een
halfslachtige uitwerking, maar met het naar jeugdsentiment geurende
induffeldekentje in de buurt valt hier toch te genieten.

Omdat de wereld bedreigd wordt door een nucleaire oorlog bouwen
topingenieurs en wetenschappers Ember, een ondergrondse stad waarin
een deel van de mensheid kan overleven. Belangrijk om weten is dat
de stad – aangedreven door een gigantische generator en verlicht
door duizenden gloeilampjes – gebouwd is om 200 jaar in te
overleven, daarna is het piepedada met de batterij van de
schuilkelder. Wanneer na tweehonderd jaar de klok effectief klaar
is met aftellen, is de mens uiteraard al lang vergeten dat hij uit
zijn donker hol moet komen. De elektriciteitspannes nemen toe, de
voedselvoorraad slinkt en de inwoners van Ember kijken machteloos
toe hoe hun onbekwame burgemeester (Bill Murray mag niet echt
los gehen) niks onderneemt. Het lot van Ember komt
onverwacht in de handen te liggen van Lina (Saoirse Ronan, die lepe
puber uit ‘Atonement’), een nieuwsgierige meid die zich keert tegen
de passieve houding van haar stadsgenoten. Nadat ze een
geheimzinnig metalen koffertje vindt in de kast van haar
grootmoeder, gaat ze samen met Doon (Harry Treadaway) op zoek naar
het geheim van Ember.

Vanaf het moment dat de titel letterlijk gloeilampgewijs op het
scherm wordt gebrand, voel je het al; visueel gaat ‘City of Ember’
een verwenbeurt worden. En ja hoor, nadat Gil Kenan zijn camera
virtuoos laat zakken onder de grond en de kijker uitnodigt in de
wereld van Ember kom je ogen te kort om elk detail en elk hoekje
van de in een warme gloed badende stad te bewonderen. De
gloeilampen knetteren surrealistisch aan de donkere hemel, de
vermoeide huisjes kraken en de pijpleidingen reutelen harder dan
een volledige afdeling geriatriepatiënten. Ember is een donker
pareltje en de manier waarop Kenan en zijn team het design tot
leven brengen (voor de verandering werden grotendeels echte sets
gebouwd, wat het kille greenscreengevoel aanzienlijk doet dalen) is
een klein applausje waard. ‘City of Ember’ leunt hard op een nogal
fantasierijke – lees, van de pot gerukt – premisse maar er werd
tenminste moeite gedaan om een origineel universum – een
postmoderne time warp van Victoriaanse gezelligheid en
industriële dystopie – te creëren waar je vanaf de eerste minuut
in kan geloven.

Maar zit er ook iets interessants onder die prachtige vormgeving
en knappe fotografie? Ja en neen. Het verhaal bevat opvallend
serieuze accenten – een aanklacht tegen de onwetendheid – die op
een allegorische wijze tussen de puzzelavonturen worden gemoffeld,
maar het blijft te oppervlakkig en te vluchtig om een échte
betekenis te krijgen. Je voelt dat regisseur Kenan en scenariste
Caroline Thompson (ook al verantwoordelijk voor het scenario van
‘Edward Scissorhands’) een volwassen thematiek in een toegankelijke
jeugdfilm wouden steken, maar de uitwerking ervan komt soms iets te
geforceerd over. Voor kinderen vliegt de boodschap over hun hoofd,
terwijl volwassen kijkers de symboliek en motieven van de parabel
eerder obvious zullen vinden. Of zoals het personage van
Tim Robbins het zo kernachtig weet samen te vatten: ‘there’s
more to a bottle cap than keeping liquid from leaking out of
glass’.
Amaai.

Ook structureel zit ‘City of Ember’ met wat probleempjes. De
film duurt anderhalf uur en een dik uur daarvan is opbouw.
Aanvankelijk is zo’n rustige ontplooiing verfrissend, maar wanneer
je tot de vaststelling moet komen dat de eerste grote actiescène
eigenlijk al de climax is, dan blijf je toch wat op je honger
zitten. Alsof je met een rollercoaster héél hoog wordt getrokken,
maar dan op het hoogste punt onverwacht moet uitstappen.
Uncool. Of de makers nu trouw zijn gebleven aan het boek
of niet, ‘City of Ember’ is te veel build-up en te weinig
pay-off . Komt daar nog bij dat er te weinig dreiging in
de film zit door het gebrek aan een waardige slechterik (de
burgemeester is meer schlemiel dan evil mastermind) en
zorgen bepaalde plotgaten voor net iets te veel opgetrokken
wenkbrauwen. Zo sjezen die boomstammetje wel heel hard naar beneden
om te ontsnappen naar, euhm, boven.

Dat klinkt allemaal meer kritisch dan lovend, maar toch is ‘City
of Ember’ een interessante mislukking. Inhoudelijk wat vlakjes,
maar visueel een lust en dat ouderwetse kid flick-sfeertje
is ook een welkome verademing tussen het adhd-geweld van vandaag.
Alleen jammer dat Gil Kenan het te veel op een tease
houdt, want ergens zit er een groter, interessanter avontuur
verborgen in het wonderlijke universum van flikkerende gloeilampen
en kreunende pijpleidingen. Wedden dat het in de buurt zit van die
scary motherfucker van een reuzenmol die ons halverwege
onder het dekentje joeg?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − zeven =