Spinvis’ KamerMuziek :: 2 februari 2009, Vooruit

Het aantal artiesten dat op een bepaald moment besluit even solo te gaan en de eigen nummers akoestisch of in een minimale bezetting te brengen, is al lang niet meer op twee handen te tellen. De meerwaarde van dergelijke sets is er overigens vaak naar, tenzij je Erik de Jong heet uiteraard.

Met zijn geesteskind Spinvis heeft knutselaar en hobbyist de Jong al lang bewezen dat de nodige huis-, tuin- en keukenvlijt, mits gekoppeld aan enige dosissen talent, tot prachtige dingen kan leiden. Nadat hij eerder twee reguliere studioalbums Spinvis en Dagen van gras, dagen van stro uitgebracht had, gooide hij er haast achteloos het gevonden album Goochelaars en Geesten achterna dat in schoonheid nauwelijks onder diende te doen voor de twee andere albums.

Bovendien wist de Jong, met een voltallige liveband achter zich, zijn songs steevast live zo te vertalen dat de essentie en herkenbaarheid behouden bleef zonder ze als computergestoorde doorslagjes te laten klinken of terug te grijpen naar voorgeprogrammeerde klanken en beats. Geen wonder dus dat hij voor zijn soloset KamerMuziek net zo min teruggrijpt naar een resem klaargestoomde geluiden of zich beperkt tot een akoestische gitaar.

Omringd door een hoop instrumenten en geruggensteund door drie televisieschermen treedt Spinvis aan. Alsof het publiek (nog) niet aanwezig is, speelt de Jong een drumritme en enkele geluidjes in die hij daarna een nummer lang in een loop zal afspelen. Op de schermen verschijnt hij ondertussen ondermeer als contrabassist om zichzelf zo als een meerkoppig eenmansorkest te ondersteunen terwijl hij een haast onherkenbare maar daarom niet minder mooie versie van “Kindje van God” brengt.

De werkwijze wordt bijna een hele set lang herhaald, “Wespen op de appeltaart” is een van de weinige nummers die de Jong met alleen een gitaar in de hand brengt. Het is opvallend genoeg net daardoor een van de zwakkere songs binnen de set. De Jong schittert immers het meest wanneer hij zijn songs tot op het bot ontleedt en ze daarna volledig opnieuw aankleedt, waarbij een enkele flard melodie behouden blijft. Bij een aantal nummers, waaronder “In een staat van narcose”, gaat hij daar zelfs zo ver in dat er van het origineel nauwelijks iets overblijft.

Die metamorfoses en herinterpretaties vormen maar een deel van het verhaal, want hoewel een aantal zaken op voorhand ingespeeld zijn, valt vooral de ongedwongen manier waarop de Jong de nummers bijna terplekke opnieuw uitvindt op. Drumpartijen, glockenspielstukjes, gitaarlijntjes, … worden allemaal op het podium ingespeeld en zo nodig herhaald wanneer het de eerste maal niet goed zat.

Een belangrijk gevolg daarvan is dat de vaart meermaals uit de set gehaald wordt maar ook dat er door technische mankementen — loops die weigeren of te laat starten — een paar nummers opnieuw gestart moeten worden. Zo krijgt “Aan de oevers van de tijd” zelfs een herkansing als bisnummer. Vreemd genoeg misschien maken deze “traagheid” en het “geklungel” net deel uit van het geheel en verlenen ze de set zelfs een charme die een perfect geoliede machine als Metallica nooit meer zal kunnen bereiken.

Spinvis’ KamerMuziek is een hulde aan het knutselwerk en het bewijs dat sterke nummers in allerlei vormen en uitvoeringen recht blijven staan, maar het is bovenal een bevestiging van het talent van Eric de Jong als muzikant en componist. KamerMuziek is kortom een ode aan een inventieve artiest, een die bovendien niet bang is om voor een publiek op zijn gezicht te gaan en daarna schouderophalend opnieuw te proberen.

Spinvis brengt het stuk nog verschillende malen in België gedurende de maand februari. Op zijn website vindt u de data en locaties.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × een =