The Simpsons

21 min. per aflevering / USA / 1989 – heden

Een special over ‘The Simpsons’ kon moeilijk uitblijven. Het is een van de langstlopende series aller tijden, zowel het grootste icoon als de grootste criticaster van de hedendaagse Amerikaanse (pop)cultuur en werd een slordige tien jaar geleden nog door Time uitgeroepen tot beste reeks van de 20e eeuw. Ja, zo’n ‘Beste … Aller Tijden’-lijstjes moet je natuurlijk altijd met een korrel zout nemen (zou er écht nog iemand rondlopen die ‘Nevermind’ de beste plaat ooit vindt?), maar toch… Het toont wel aan hoe invloedrijk ‘The Simpsons’ is, zeker als je haar impact en vooral haar kwaliteit vergelijkt met die van andere animatiereeksen. ‘South Park’, bijvoorbeeld, is bij momenten grappig, maar weet slechts hier en daar het niveau van goedkoop celebrity bashing en cultuurfenomeenkakken te overstijgen, terwijl ‘The Simpsons’ veel meer is dan alleen postmoderne cleverness en de kijker een dwarsdoorsnede van de Amerikaanse maatschappij weet aan te bieden. ‘Futurama’, niet toevallig óók van de hand van bedenker Matt Groening, haalt al vaker een enorm hoog niveau, maar laat toch nog net een beetje te vaak een steekje vallen. Ze is ook iets meer fragmentarisch, waar ‘The Simpsons’ een coherenter en constanter geheel vormt. ‘Family Guy’ tenslotte, dat hier eindelijk begint door te breken, combineert heel flauwe met heel geestige stukjes, en is meestal wel leuk, maar zeker geen noemenswaardige concurrent. Ook in vergelijking met 99% van gewone, live action series, staat ‘The Simpsons’ op eenzame hoogte te blinken. Homer is een fenomeen, en als we even mogen: ‘Here’s to alcohol, the cause of, and solution to, all of life’s problems.‘ Welaan dan… Here’s to you, Simpsons, the mirror of, and example to, all of America‘s families. James, een overzicht, graag!

“My Homer is not a communist. He may be a liar, a pig, an idiot, and a communist, but he is not a porn star.” – Abe Simpsonsimpsonsserie2.jpg

Het begon allemaal, en hier ben ik dikke vriendjes geworden met Wikipedia, in 1987. Matt Groening was op aanraden van James L. Brooks – hoofd van productiehuis Gracie Films – begonnen met het uitdenken van een disfunctioneel gezin, voor een reeks korte afleveringen – eerder clips eigenlijk – van telkens zo’n minuut lang. Hij gebruikte voor de personages de namen van zijn eigen gezin (‘Bart’ verving Matt), en bedacht als concept een nimmer eindigend gevecht van epische proporties tussen vader (een tirannieke oerversie van Homer) en zoon. Die basisgedachte verwaterde al snel omdat er bij nader inzien toch niet zoveel kanten mee kon worden uitgegaan; men koos dus voor een meer algemene koerswijziging. De meer ervaren Brooks had Groening opgepikt als jong talent omwille van zijn comicbook-reeks ‘Life In Hell’. ‘The Simpsons’ kwam er pas als alternatief van een geanimeerde vorm van die strip, enkel omdat Groening de rechten van zijn geesteskind niet wou kwijtspelen aan een tv-reeks. Be that as it may, Homer, Marge, Bart, Lisa en Maggie waren geboren en werden voor het eerst op het kleine scherm losgelaten als bescheiden tussenclips bij ‘The Tracey Ullman Show’. Fox zag echter al gauw potentieel en Groening en Brooks mochten samen met Sam Simon (met z’n drieën de founding fathers van de reeks, kun je zeggen) een volwaardige reeks lanceren in 1989, met afleveringen van ongeveer een halfuur. De rest is geschiedenis: ‘The Simpsons’ groeide in no time uit tot een hit, en was na enkele jaargangen al een culturele mijlpaal in het entertainmentlandschap.

Trivia: Sam Simon lag mee aan de basis van ‘The Simpsons’ en creëerde ook enkele personages, maar zijn specifieke rol in het hele gebeuren is nogal onduidelijk. In 1993 verliet hij de show al. Er is niet veel gekend rond hem als persoon of over de situatie van zijn vertrek – hij zou de show met tevreden gevoel de rug hebben gekeerd, maar naar verluidt zou er toch onenigheid geweest zijn tussen hem en Matt Groening. Nu ja, harde feiten daarrond zijn er niet. Wel gekend is dat hij nog altijd geld in ontvangst neemt voor elke nieuwe aflevering én nog steeds op de credits mag blijven staan.

In de loop der jaren heeft de serie dus logischerwijze al massaal veel schrijvers gekend. Er zijn altijd een aantal vaste waarden die nogal wat seizoenen op hun palmares hebben staan – en hier verdient John Schwartzwelder een speciale vermelding als meest productieve en wellicht meest geniale Simpsons-schrijver – maar toch zijn er onvermijdelijk veel personeelswissels geweest sinds 1989. Daarom is het opmerkelijk hoe de reeks zo fantastisch consequent blijft. De humor blijft steeds op hetzelfde hoge niveau – hoewel er rond seizoen acht wel een absoluut hoogtepunt wordt bereikt, dat enkele seizoenen blijft duren – en ook de boodschap áchter die humor blijft behoorlijk gelijklopend. Steeds met een sarcastisch randje, vaak bijtend satirisch, belachelijk ‘quotebaar’ (voila, dat is nu ook een woord) en met het hart op de juiste plaats, dat is ‘The Simpsons’ ten voeten uit.simpsonsserie3.jpg

Trivia: Een typisch kenmerk van Schwartzwelder-scenario’s is het gebruik van de zin ‘for some reason’ waarop er altijd een absurde situatie wordt beschreven. Zo zijn de Simpsons in een bepaalde aflevering in een nagemaakt cowboystadje. Er wordt een show opgevoerd met een shoot out, dus twee partijen staan tegenover elkaar en in één kort shot zien we een cowboy op de achtergrond een put graven. De reden? In het scenario stond ergens ‘one of them starts digging a hole for some reason’. Schwartzwelder is ook de persoon die opperde dat Homer een hond is: ongelooflijk trouw, oliedom, niet in staat om meer dan een paar seconden op iets geconcentreerd te blijven, onvoorstelbaar wispelturig, en without a care in the world.

“Uh, no, you’ve got the wrong number. This is Nine-One-… Two.” – Chief Wiggum

De show bleek dus al snel een commercieel schot in de roos, maar toch waren de eerste twee jaargangen geen onverdeeld succes. Bij het bekijken van deze oudere episodes merk je duidelijk dat de makers nog op zoek zijn naar een goed evenwicht. De animatie is nog wat cru, het stemmenwerk staat nog niet op punt – zeker als je weet hoe de personages zouden moeten klinken, werkt dat nogal storend – en ook de scenario’s missen nog de magische schwung en typische grappen die de latere seizoenen in overvloed tentoon spreiden. De serie is in de beginjaren al goed – een Halloweenaflevering afsluiten met ‘The Raven’ van Edgar Allan Poe in animatievorm is sowieso durven – maar vanaf het derde seizoen trapt men pas definitief naar een hogere versnelling. Vanaf dan is er echter geen houden meer aan. ‘The Simpsons’ wordt steeds succesvoller en de kwaliteit blijft in stijgende lijn verder evolueren. En we begrijpen volkom waaróm. The secret of their success? We vertellen het u gaarne.

Om te beginnen zijn er de personages: Springfield is een uiterst levendige stad die krioelt van secundaire en tertiaire typetjes. Een belangrijke reden waarom de rsimpsonsserie4.jpg eeks zo goed werkt, is dat al die kleinere rollen fantastisch worden ingevuld, niet in het minst dankzij het geniale stemmenwerk van vooral Dan Castellaneta, Harry Shearer en Hank Azaria, die de meeste stemmen voor hun rekening nemen. Uitschieters zijn Moe, Comic Book Guy, Duffman, Professor Fink, Chief Wiggum, Barney Gumble, Ol’ Gil, Hans Moleman, Mr. Burns en eigenlijk nog heel veel anderen; dat ligt wellicht voor iedereen anders. De magie werkt in ieder geval. Maar het kloppende hart van de reeks zit natuurlijk bij de familie Simpson zélf. Homer is legendarisch en zorgt voor het meeste verbale vuurwerk, maar ook de rest doet dat meer dan goed; Marge is de typisch burgerlijke huisvrouw, Bart, de rebel without a cause, en Lisa de onuitstaanbaar pedante, maar tegelijk aandoenlijk eenzame know-it-all. En dan is er nog Maggie, de onophoudelijk tutterende baby-Simpson die vooral op de achtergrond blijft. Toegegeven, afleveringen die Lisa centraal stellen (milieuproblemen, morele lessen, rrrroooonnkkk…) zijn vaak wat minder, maar toch is ook zij een belangrijk personage, net omdat zij meer dan de rest, bijdraagt tot de emotionele relevantie van de bijwijlen uiterst absurde verhalen. Dat emotionele niveau – vaak zitten er oprecht mooie momentjes in ‘The Simpsons’ – is van cruciaal belang voor de makers en helpt ongetwijfeld om deze reeks boven haar soortgenoten te verheffen. Een situatie waarin Homer alles volledig verkloot op zijn eigen gepatenteerde manier, zou overigens maar half zo grappig zijn als hij geen liefhebbend gezin zou hebben om naar terug te keren. Een doordeweekse zatlap die kattenkwaad uithaalt is gewoon minder geestig dan een huisvader die stomdronken de school van z’n kinderen trasht en er de volgende ochtend niks meer van weet.

Trivia: Altijd leuk om te weten: wie doet nu juist welke stem? Dan Castellaneta: Homer, Grampa, Barney, Krusty, Groundskeeper Willie, Mayor Quimby, Hans Moleman, Kodos, Itchy, Sideshow Mel, Squeaky Voiced Teen, e.a. Hank Azaria: Moe, Chief Wiggum, Apu, Comic Book Guy, Duffman, Carl, Cletus, Professor Frink, Dr. Nick Riviera, Snake, Kirk Van Houten, Sea Captain, Superintendant Chalmers, e.a. Harry Shearer: Mr. Burns, Smithers, Reverend Lovejoy, Ned Flanders, Ranier Wolfcastle, Lenny, Dr. Julius Hibbert, Kent Brockman, Otto, Scratchy, Dr. Marvin Monroe. Julie Kavner: Marge, Patty, Selma, Jacqueline Bouvier, Gladys Bouvier. Nancy Cartwright: Bart, Kearney, Nelson Muntz, Todd Flanders, Ralph Wiggum. Yeardley Smith: Lisa. Yep, dit zijn dan ook de enige vaste castleden ooit in de geschiedenis van ‘The Simpsons’. Toch ook een speciale vermelding voor Phil Hartman, de stemacteur die op een heerlijke manier de gluiperige advocaat Lionel Hutz en de narcistische tv-ster Troy McClure neerzette, tot hij in 1998 werd doodgeschoten door zijn echtgenote.

Ook heel leuk om te zien als je ‘The Simpsons’ echt volgt, is dat er binnen Springfield, en de personages onderling, doorheen de hele reeks opvallend veel running jokes zijn terug te vinden: de massa begint in Springfield steevast belachelijk snel rellen te veroorzaken, simpsonsserie5.jpg Smithers heeft een verborgen passie voor Mr. Burns, Mr. Burns is fysiek ontzagwekkend zwak, Gil, een werkloze loser – bijna een figurant – komt af en toe kijken en wordt bij elke nieuwe verschijning nóg zieliger, Barney’s haar ligt altijd mooi achteruit als hij nuchter is etc. De makers hebben ook lak aan alle logica: het huis van de Simpsons heeft áltijd een andere achtergrond wanneer dat nodig is voor een goeie grap (af en toe ligt de kerncentrale achter hun huis, dan weer kunnen ze uitkijken op de school, etc.), en zelfs de architectuur van het huis ligt niet helemaal vast. Zo is er een grap waarin Homer een emmer vuilnis boven Flanders z’n hoofd uitkapt. Het raam waaruit hij die emmer houdt moet zich dus logischerwijs boven de voordeur bevinden. Dat is ook zo in die scène, maar het punt is dat daar normaal gezien helemaal geen raam ís. Enkele minuten later in dezelfde aflevering is het dan ook al weer verdwenen. Of nog een voorbeeldje: naast de trap in de hal staat er een deur die onder de schrijvers bekend staat als de mystery door. Soms is het een bezemkast, soms ligt er een trap naar de kelder achter, etc. naargelang wat het scenario op dat moment vereist.

Trivia: Vaak moet er in een aflevering iemand op z’n horloge kijken. Bij de close up zie je dus duidelijk een horloge, maar meestal is dat in het volgende shot al weer verdwenen. Horloges verschijnen dus blijkbaar alleen als ze nodig zijn.

“Weaseling out of things is an important thing to learn. It’s what seperates us from the animals… except the weasel.” – Homer Simpson

Het leuke aan het feit dat het een animatiereeks is dan ook dat dit soort onnozelheden gemakkelijk door de beugel kunnen. Er zijn gigántisch veel visuele gags die nooit zouden werken in live action. Kijk bijvoorbeeld naar die beroemde scène waarin Homer op ski’s van een berg sjeest en overal zijn kruis tegen stoot. No way dat dat werkt met echte acteurs. Bij animatie is het echter geweldig geestig. En het moet gezegd, de tekenaars van ‘The Simpsons’ kennen hun stiel. Aan een enkele aflevering wordt negen maanden gewerkt, en dat zie je. Lachanimaties, valanimaties, grote menigtes etc. zijn dingen die enorm moeilijk te tekenen zijn, en nog moeilijker om te animeren, maar ze worden steevast fantastisch uitgewerkt. Pas in het zevende seizoen – lang nadat iedereen al met nieuwe technologieën bezig was – werd er overgeschakeld op digitale inkleuringtechnieken en zelfs dan werd er nog veel met de hand gedaan. Die overschakeling werd overigens opgelegd op de makers, want zelf wilden zij veel liever manueel blijven werken.simpsonsserie6.jpg

Die beslissing is ergens wel te begrijpen; de serie ziet er vanaf seizoen zeven strakker en scherper uit. Dat kleine verlies aan charme neem je er dan maar bij. Het lijkt misschien onvermijdelijk, aangezien ‘The Simpsons’ bij Fox zit – een enorm rechtse televisiezender – maar toch worden niet al te veel beslissingen opgelegd van bovenaf. Schrijvers hebben relatief veel vrijheid en thema’s als wapenbezit, religie, politiek, alcohol en gokken mogen met veel gevoel voor humor behandeld worden, zonder dat de helft er moet worden uitgeknipt. Alleen in heel specifieke contexten, zoals een kind dat een geweer vasthoudt, wordt er meestal ingegrepen, en zelfs dan niet altijd. Met andere woorden, de schrijvers hebben ruimte genoeg om hun fantasie de vrije loop te laten. Het grappige is dat de meningen binnen het schrijversteam zelf niet altijd gelijklopen. Zo beginnen twee schrijvers bij een bepaalde commentaartrack te discussiëren over wapenbezit. Veel personages hebben ook zowel rabiate fans als fanatieke tegenstanders onder de crew.

Trivia: Ook al staat een aflevering meestal op naam van één schrijver (soms staan er ook wel meer op de credits), het hele team schrijft mee aan elke aflevering. De kern van het verhaal en de eerste versie komen van één persoon, en de ganse ploeg werkt het concept vervolgens verder uit.

Trivia: Commentaartracks bij de afleveringen op de dvd-boxen zijn voor één keer echt de moeite. De schrijvers, bedenkers, producers, en af en toe de stemacteurs doen hun best om het entertainend te houden en geven veel informatie over het productieproces, het idee achter een aflevering, de evolutie van de personages etc. Plus, het is leuk om Homer met z’n normale stem te horen praten. Of wij zijn grotere geeks dan wij dachten, natuurlijk.

“I’m normally not a praying man, but if you’re up there, please save me, Superman.” – Homer Simpson

Het feit dat ‘The Simpsons’ een schrijversteam met verschillende stemmen en meningen herbergt, wil dus ook wat zeggen over de statements die worden gemaakt. En die zijn meestal behoorlijk genuanceerd. Oké, het christendom wordt vaak belachelijk gemaakt – Homer die alsmaar de naam ‘Jebus’ gebruikt is een geweldige mop – maar er zijn ook veel gelovige elementen terug te vinden. Het politieke systeem krijgt er vaak van langs, maar er wordt nooit bewust op mensen ingehakt. Figuren als Bush Sr. of Bill Clinton worden af en toe (soms letterlijk) in hun blootje gezet, maar dat blijft allemaal behoorlijk braaf (hoewel die ene aflevering met Bush Sr. toch een heuse hetze heeft veroorzaakt). ‘South Park’ gaat hier veel simpsonsserie7.jpg verder in – ‘The Simpsons’ is veel voorzichtiger in het uitspreken van waardeoordelen. Zo krijgt Mel Gibson, toch niet bepaald de meest progressieve kerel, hier bijvoorbeeld een gastrol en wordt hij door de makers geloofd om zijn gevoel voor humor en de bereidheid om zichzelf belachelijk te maken. ‘The Simpsons’ kiest resoluut voor familiewaarden en wil voor de rest gewoon goeie humor brengen, zonder een politieke boodschap. Op politiek vlak en inzake sociale fenomenen is ‘South Park’ ongetwijfeld een stuk stouter, maar ook – en dat zal binnen enkele jaren wel blijken – een stuk minder tijdloos.

Het duidelijkst is ‘The Simpsons’ een satire op de typische Amerikaanse middenklasse, maar zelfs dat is allemaal nog very much in good spirits. Afleveringen zoals ‘Citizen Kang’ (eigenlijk onderdeel van een jaarlijkse ‘Treehouse of Horror’-Halloweenaflevering) zijn wel duidelijk parodieën – in dit geval op het Amerikaanse tweepartijensysteem – maar daar moet je je allerminst op blind staren. ‘The Simpsons’ is een komische reeks, punt. Er komen wel degelijk een pák goeie grappen rónd religie, politiek, etc. in, maar probeer daar dus geen ingewikkelde stellingen of politieke statements achter te zoeken. Verontrustend is wel dat Nancy Cartwright, stem van Bart Simpson, lid is van Scientology. Maar bon, daar valt niets van te merken, aangezien sektes vaak genoeg geridiculiseerd worden doorheen de reeks. Iets waar de makers in ieder geval wél voor de volle honderd procent achter staan, is het milieu. Dat merkte je het duidelijkst in ‘The Simpsons Movie’ – die overigens niet het niveau van de beste Simpsons-afleveringen haalt. Kritiek moet altijd mogelijk zijn en er moet met alle thema’s gelachen kunnen worden. Ziedaar de filosofie van de makers, áls ze er al een hebben.

Trivia: De familie Simpson en de familie Bush. Na de fantastische aflevering ‘Two Bad Neighbors’ uit seizoen zeven – waarin Bush Sr. nogal te kakken werd gezet – kwam het nooit meer goed tussen de twee. Maar ook daarvoor lag hun relatie al scheef. Barbara Bush liet ooit optekenen dat ‘The Simpsons’ ‘the dumbest thing she’s ever seen’ was en haar echtgenoot liet zich eens ontvallen dat Amerika ‘more like the Waltons and less like the Simpsons’ moest zijn. Waarop de Waltons – een conservatieve tv-familie – doodleuk mee werd geparodieerd in de bewuste aflevering. Simpsons 1 – Bush 0.

Soit, dit alles terzijde, staat ‘The Simpsons’ dus – uiteraard – in de allereerste plaats voor Humor met een grote H. Zonder blozen en in alle eerlijkheid kunnen wij melden dat ‘The Simpsons’ wellicht de beste comedy aller tijden levert. Wíj zijn er in ieder geval van overtuigd dat deze reeks er na 30 jaar nog altijd zal staan als een huis. Akkoord, vele culturele referenties zullen verloren gaan – zoiets is nu eenmaal onvermijdelijk als je een reeks maakt die wel eens kritisch durft zijn – maar de makers zijn tenminste slim genoeg geweest om hun reeks niet op postmoderne of politieke knipoogjes te funderen. De serie heeft vaak de commentaar gekregen van na seizoen negen bergaf te zijn gegaan, maar dat is (voorlopig toch) niet waar. Hoewel seizoenen tien en elf (over seizoenen twaalf en later hebben we het hier niet) inderdaad meer cartoonesk en absurd dan hun voorgangers zijn, zijn ze ook vaak grappiger. Het hangt er gewoon van af waar je voorkeur ligt; het niveau blijft in ieder geval steeds even hoog. Maar laten we eerlijk zen, dit is muggenziften. Occasionele kijkers van ‘The Simpsons’ zullen het verschil tussen seizoenen negen en elf niet eens merken, daar ben ik zeker van. Voor de meer diehard fans is er misschien iets meer aanpassingsvermogen vereist, maar alla, daarvoor zijn we doorgewinterde cultuurliefhebbers, nietwaar?

“Well, he’s kind of had it in for me ever since I accidentally ran over his dog. Actually, replace ‘accidentally’ with ‘repeatedly’, and replace ‘dog’ with ‘son’.” – Lionel Hutzsimpsonsserie8.jpg

Wel waar! En als doorgewinterde cultuurliefhebbers kunnen we natuurlijk ook niet naast alle culturele referenties kijken die in ‘The Simpsons’ soms subtiel, soms in your face, verstopt zitten. Van Munch en Dalì, over Spielberg en Poe, tot Hitchcock en zelfs Road Runner, je bent pas een beroemdheid als je vereeuwigd bent als een van Matt Groenings gele ventjes. Dat maakt de show des te aantrekkelijker voor studenten en volwassenen. Naast de sublieme visuele en verbale humor krijg je een onderliggend laagje intellectueel vertier; de meeste verwijzingen zijn immers zo ingebouwd dat je ze ook kan smaken als je het referentieobject niét kent; een kennisvoorsprong maakt het gewoon grappiger. Voor kleine kinderen zijn er dan weer de hilarische slapstick (Homer In Pain-momentjes, zoals de schrijvers dat noemen zijn áltijd grappig) en de felle kleuren om de serie aantrekkelijk te maken. Het is en blijft een reeks voor volwassenen, maar het hele gezin kan er wel van genieten.

Een animatiereeks is meer dan haar live action variant een samenwerking op verschillende niveaus. Die productiestappen zijn enorm afhankelijk van elkaar om te slagen, maar elke groep opereert wel afzonderlijk, zonder dat iedereen voortdurend in dezelfde kamer, of zelfs dezelfde stad zit. Schrijvers geven het beste van zichzelf en passeren de vrucht van hun arbeid naar de stemacteurs. Die wringen hun stembanden in tienduizend bochten, waarop de animatieafdeling mag beginnen tekenen om het plaatje te doen kloppen. Klinkt simpel, maar zo’n proces duurt wel negen maanden (het kan dus zijn dat een grap pas geschrapt wordt als ze al getekend is, als ze toch niet zo goed blijkt te werken als verhoopt). Knap dus dat ‘The Simpsons’ nooit ofte nimmer hervalt tot simpel bandwerk. Alles zit hier dus wel degelijk op zijn plaats. Wat na seizoen elf komt, weten wij niet, maar we hebben er vertrouwen in. Kwatongen beweren dat de allernieuwste seizoenen – we zitten inmiddels aan 20 (jawel, twintig) – wat minder zijn, maar dat hebben ze ons over seizoen tien óók proberen wijsmaken. ‘The Simpsons’ is een fenomeen en een van de beste tv-reeksen aller tijden, zoveel is zeker. Meer dan een half puntje (voor de eerste twee seizoenen, dju toch!) durven wij echt niet afnemen van zoveel moois. Wij schenken hier ondertussen een halve liter goudgeel schuimend genot – in een ouderwets bierglas, dat spreekt – en drinken er eentje, op de gezondheid van Homer Simpson. En omdat u het zo lief vraagt. Nog ééntje.

“Kids, you tried your best, and you failed miserably. The lesson is, never try.” – Homer Simpson

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 + 17 =