Seasick Steve :: :: I Started Out With Nothing And Still Got Most Of It Left

Banken balanceren op de rand van een kilometers diepe afgrond, beurzen vertonen de vreemdste bokkensprongen en kleine en grote spaarders dreigen in één klap hun zuurverdiende centen kwijt te spelen. Temidden van al deze economische commotie brengt ouwe bluesknar Seasick Steve een plaat met de titel I Started Out With Nothin’ And Still Got Most Of It Left uit. Eat that, Maurice Lippens!

Het spraakmakende verhaal van Seasick Steve is stilaan genoegzaam bekend. Weggedreven voor de talloze bolwassingen van zijn stiefvader, kiest hij als prille tiener resoluut voor een avontuurlijk doch allesbehalve gemakkelijk leven on the road. Jarenlang zwerft Steve van luizenbaantje naar straatoptreden, maar vergaart onderweg wel voldoende naam en faam om het podium te delen met grote namen als John Lee Hooker en Lightin’ Hopkins.

Als Seasick Steve, Steve Wold, in het najaar van 2006 zijn debuutplaat Dog House Music uitbrengt (hij is de pensioengerechtigde leeftijd dan al een eind voorbij), is het meest in het oog springende wapenfeit op zijn cv het produceren van vroeg Modest Mouse-materiaal. Daar komt echter drastisch verandering in als hij op nieuwsjaardag 2007 opduikt in de "Hootenanny"-special van BBC-coryfee Jools Holland. Met een verbluffende versie van "Dog House Boogie", op een wel erg aftands instrumentarium, blaast hij alle kijkers van de sokken. Prompt is Seasick Steve talk of the town en kan hij overal ter wereld in heuse, goed gevulde concertzalen spelen in plaats van alleen, op straat.

Zijn succes ontgaat ook Warner Music niet en kijk, bijna twee jaar later ligt er een nieuw album van de zwerver-bluesman in de winkel, uitgebracht door deze megalomane major. Maar geen nood: Seasick Steve hield geen uitverkoop van zijn idealen (had u iets anders verwacht van een van de meest authentieke artiesten die er vandaag rondlopen?), daarvoor zit de blues te diep in hart, nieren en vingers. Op zijn tweede officiële studioplaat serveert Seasick Steve ons bijgevolg opnieuw ruwe, bijna viscerale blues in de traditie van stamvader Robert Johnson. Voor de niet-ingewijden: Seasick Steve klinkt als een ontembare leeuw die al veel te lang vruchteloos de knagende honger probeert te stillen (en zo ziet hij er eigenlijk ook wel uit).

Toch is al in het openingsnummer, "Started Out With Nothin’", enige verandering merkbaar. Ergens halverwege de song komen namelijk, out of the blue, enkele soulvolle vrouwenstemmen aangewaaid (getekend: Kim Fleming en Gale Mayes), die zich wonderwel vlijen rond de diepe grom van Seasick Steve. Deze beperkte doch zeer geslaagde opsmuk vinden we ook in "Happy Man", waarin ook KT Tunstall, zij het op rhythm guitar, haar opwachting maakt. Het wondermooie "Just Like A King" op zijn beurt is een duet pur sang. Met warempel Nick Cave in de rol van uitmuntend getypecaste tweede partij en de rest van zijn Grinderman ter ondersteuning: "She makes me feel just like a king/ she lets me kwow my bird can sing". Dolletjes!

Andere uitschieters zijn het ingetogen "Walkin’ Man" (dat live traditiegetrouw wordt opgedragen aan een lukraak uit het publiek geplukte jonge deerne), "Chiggers" (met de heerlijk meebrulbare tekstregel "I wear my socks upon my knees") en vooral "Thunderbird", het absolute hoogtepunt van deze plaat: een hels boogiende ode over de goedkope, inferieure drank die Seasick Steve in zijn zwerversperiode soldaat maakte en nu al één van de singles van dit jaar.

Het meer gevarieerde instrumentarium (vrees niet: de Mississippi Drum Machine is bijlange na nog niet versleten!) en de perfect gekozen aanvullende stemmen zorgen ervoor dat I Started Out With Nothin’ een rijker geluid herbergt dan Dog House Music, maar in se is er in het universum van Seasick Steve niet veel veranderd. Imitatio ad aemulatio, als het ware. Tijdloze pracht!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

acht − zeven =