Juana Molina :: 14 oktober 2008, STUK

Op plaat is ze een meester in het verpakken van schoonheid in een beperkt aantal minuten. Live komt Juana Molina een pak minder ontwapenend over. Of lag het aan ons?

Want het klopt: de Soetezaal van het STUK ligt er wat academisch bij en vanzelfsprekend schikt het publiek zich daarnaar. Het zou best kunnen dat Juana Molina zich voelde als een prof die zo goed en zo kwaad als het gaat de aandacht van de studenten probeert op te eisen. Het is er alleszins niet de plek om uit de bol te gaan.

Uitgerekend iets wat we wél doen bij het laatste album van de Argentijnse zangeres, die al enkele jaren in alle stilte een ontroerend huwelijk in stand houdt tussen folk en elektronica. De fluisterende melodieën in sexy loops gewikkeld van haar eerste drie platen werden omgevormd tot dynamische ritmepatronen die vrolijk tegen elkaar opbotsen in een vaak woordenloze stroom.

Opener van dit korte (een vol uurtje) concert is niet geheel onverwacht de titeltrack van die nieuwe plaat, Un Día. Een knaller van een nummer: Braziliaanse ritmes (inclusief fluitje!), het stemvolume van een flamencozangeres en uiteraard de onmisbare loops . Op het podium wordt het een dissectie van het Molina-universum. Doorgaans hoeven we niet na te denken over hoe de muziek technisch in elkaar zit, maar live worden we er simpelweg mee geconfronteerd. Loops worden geconstrueerd, ontelbare pedalen worden ingedrukt, riedeltjes ingespeeld, knopjes gemanipuleerd. Allemaal erg wetenschappelijk en daardoor misschien automatisch veel koeler dan wanneer we blind overgeleverd worden aan het eindresultaat. Met de hulp van een drummer en een bassist kwam Molina eerder professioneel dan ontwapenend over.
De eerste drie nummers van de plaat worden exact nagespeeld. Pas als de set al half voorbij is, verschijnt er voor het eerst een glimlach van plezier, wanneer haar bassist zich tijdens “Un Beso Llega” in een korte improvisatie laat gaan.

“Zal ik even stil zijn als jullie?” vraagt ze zich luidop af. Dat Molina in een vorig leven stand-up comedian is geweest verbergt ze in elk geval erg goed. Ze beperkt zich tot een haastige “gracias” na elk nummer. Nummers die ze zelf graag vergelijkt met een treinrit: zonder strofe of refrein, lineaire klankencocktails op basis van een akoestische gitaar.
“¿Quién? (suite)” uit het laatste album wordt live aan het originele “¿Quién?” uit het tweede album Segundo gebreid. Een ingenieuze krop muziek, die helemaal op zijn hoogtepunt komt in een ontroerende versie van “Salvese Quién Puede”. Een extra laag stemmen maakt dit nummer over lekkere tomaten beklijvender dan het origineel.

Een humoristische (dan toch!) interlude met een ritmisch spel van plastic bekertjes bewijst dat Molina een van de meest originele, talentrijke en — vooral — onderschatte zangeressen is. Afsluiter “Los Hongos De Marosa” doorspekt ze met zoveel motieven en ritmes dat het bijna een rave-nummer wordt. Zonder plaats om te dansen.

Dus misschien lag het toch een beetje aan ons. Wie Juana Molina nog niet kent moet alvast haar platen beluisteren. En een beetje ruimte maken in de woonkamer. Om te dansen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeven − 1 =