Hannelore Bedert :: Wat Als

Nee, dit is niet de zoveelste paddenstoel op de boomstronk van de dialectpop. Dit is geen pianoplaat, geen singer-songwriterplaat. Dit is geen folk, geen kleinkunst, laat staan olijke, middelmatige Vlaamse pop. Wat Als is niet in een hokje te duwen. Dit is zoveel meer, zoveel beter, zoveel mooier.

Hoe graag zouden we een nieuw vat met superlatieven willen openen en grote woorden over deze plaat als drankbonnetjes in het rond strooien. Maar daar is dit album niet mee gediend. Hannelore Bedert heeft geen grote woorden of grote gebaren nodig om met een enorm pakkende en overtuigende plaat op uw slagaders tussen hoofd en hart te mikken. En als er al een fanfare te horen is, zoals helemaal aan het einde van Wat Als in “Feest”, loopt Bedert er niet voorop mee het bos in, maar lijkt die ’s avonds laat recht vanuit de eindgeneriek van “Terug naar Oosterdonck” even langs haar studio te zijn gepasseerd.

Wat Als klinkt alsof uw beste vriendin een te zeldzaam, enorm deugddoend gesprek dat u beiden zojuist op café had terwijl de dag nacht werd — of omgekeerd kan ook — woord voor woord in een dozijn songs heeft gegoten die qua taal, thematiek en sfeer ontzettend dicht bij u staan. Al wie beweert dat de Nederlandse taal een te strak keurslijf is om songs in te murwen, zal bij het horen van Wat Als weten dat hij dwaalt. Bederts tussentaal lokt een in Vlaanderen zelden gehoorde aanstekelijkheid, ontroering, openhartigheid en herkenbaarheid uit. Wat Als klinkt bovendien bitterzoet, zonder een korrel suiker of zoetstof teveel.

We kunnen ons niet voorstellen dat wie “Met Uw Ogen Toe” dit jaar gehoord heeft in het Sportpaleis tijdens de Nekkanacht, en aldus vier minuten lang vergat te ademen, niet naar de winkel holt voor deze plaat. Mindere talenten schrijven één keer zo’n song die cultureel erfgoed moet worden, maar glijden daarna weg als een fruitvliegje in uw volle glas wijn. Bedert schrijft er meteen al een handvol. Dat werd al duidelijk op haar zeldzame debuut-e.p. Janker, die gelukkig integraal op Wat Als is beland. Die songs zijn nu wat warmer aangekleed, zonder aan hun ranke schoonheid te moeten inboeten. “Met Uw Ogen Toe” is ook gerijpt met strijkers en drums die halfweg de gordijnen van het nummer opentrekken en er zo nog mooiere dingen in onthullen, maar ook dit zal niet de definitieve versie zijn. Die zal eens een keer ongedwongen, ergens op een podium tussen Strombeek-Bever en Groningen, gespeeld worden. Zorg ervoor dat u er die keer bij bent.

“Geef mij dissolvant om u uit te wissen” verzucht Bedert in een op gitaren en dwingende drums steunende, rotverslavende en toch ook scherpe openingssong die grote beloftes maakt — en al gelijk inlost. “Helemaal”, “Smaak” en het sterk opgebouwde “Altijd Nooit Meer” zijn drie etalages waarin treffende teksten, Bederts ontzettend aangename stem, frasering en uitspraak uitgestald staan op muziek die bloemen plukt op verschillende genreweides. “Imaginaire” — een duet met Van het Groenewoud — en vooral “Ier Ben Ik” halen de hartslag van de plaat op een verstillend mooie manier naar beneden en zullen die van u in uw keel doen kloppen.

Soms gaat het tempo ook naar omhoog in nummers waarin Bedert zichzelf relativeert, maar vooral lijkt te willen bewijzen geen one trick pony te zijn — met wisselend succes. Single “Janker” krijgt in vergelijking met de versie op de e.p. een dosis funk geïnjecteerd en is een van de songs waarin Bedert haar West-Vlaamse roots opgraaft — al is ze telkens wel even verstaanbaar als de dictieleraar van Martine Tanghe. Ook u heeft het ongetwijfeld al anders geweten op een terrasje in de Westhoek. Het iets te drammerige “Meneer” belt aan bij PJ Harvey maar die geeft niet thuis, en het rond woordspelletjes draaiende “Vocabulaire” zal vooral live een adempauze moeten blijken tussen vele andere songs die de zaal in een bevroren stilte zullen drenken.

Alle wegwijzers die haar debuut-e.p. en gewonnen Nekka- en andere wedstrijden waren, konden haast niet anders dan naar een, zoals dat in het vakjargon heet, sterke plaat leiden. Maar Wat Als is, nog één keer, zoveel meer, zoveel beter, zoveel mooier. “Ik heb wat taal zonder gevoel” zingt Bedert toch even in “Kleine Ode” (dat gerust ook een titel voor deze recensie had kunnen zijn). Niets is minder waar. Wat een vertederende plaat.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 4 =