Hannelore Bedert :: ”Ik ben heel vatbaar voor emoties”

Met Iets Dat Niet Komt maakte Hannelore Bedert een pakkend meesterwerk van delicate rauwheid, dat het predicaat “Nederlandstalig” ver overstijgt. Met buitenlandse referenties als Feist en de prille Sheryl Crow heeft ze zonder meer de lat weer wat hoger gelegd in ons taalgebied voor de komende tijd. Ook live, zo bleek tijdens een verschroeiende passage in de AB afgelopen vrijdag. U wilt haar ook live horen. Waarover het dan allemaal gaat, leest u hier.

enola: Je hebt jezelf even afgezonderd tijdens het schrijven van dit album.
Bedert: “Ja, bij de vorige plaat was er geen kind. Bij dit album merkte ik dat ik thuis bijna niet meer kon schrijven. Ik schrijf vooral ’s nachts en ik heb niet het budget om dat allemaal in een studio te gaan doen. Als je lawaai maakt ’s nachts wordt je kind wakker en zelf ben je na zo’n nachtelijke schrijfsessie ook geen mens als je vroeg wakker bent. Vandaar dat ik ergens ’s nachts wou kunnen werken, mij afsluiten. Ik had een perfect, afgelegen huisje gevonden. De huisbaas moest ik alleen maar bellen als de kachel kapot was. Het was er zo afgelegen dat ik in het begin een keukenmes meenam (lacht). Thomas Vanelslander, die de plaat mee heeft geproducet, kwam dan al eens af, en dat werkte. Ik ben er echt van geschrokken wat die dagelijkse rompslomp (eten koken, winkelen) als effect heeft op je creativiteit. Ik zie mijn zoontje doodgraag, maar je boet aan tijd in om creatief te zijn.”

<

enola: Jezelf afsluiten komt ook veel terug in de thematiek van de plaat.
Bedert: “Iemand zei me dat er op deze plaat veel ontkenningen staan: “geen”, “niet”, … Het is pas toen die persoon dat zei dat ik dacht: inderdaad. Maar dat is niet bewust, dat is gewoon ontstaan bij het schrijven, zonder dat ik negatief wilde doen op die plaat. Ik vind het raar als mensen nu zeggen: dat is een donkere plaat. Ik vind dat niet erg, mar het was helemaal de bedoeling niet. “Donker” is op zich niet slecht, maar ik merk dat mensen daar schrik van hebben – oh nee, daar word je depressief van. Misschien is dat zo. Maar ik weet ondertussen wel dat ik geen plaat in juni moet uitbrengen (lacht).”

enola: Ze “donker” noemen vind ik nogal gemakkelijk. Veeleer grimmig, de sfeer doet me denken aan Metals van Feist.
Bedert: “Dat vind ik een groot compliment. Feist is een grote insteek qua klank geweest voor ons, net als de eerste platen van Sheryl Crow. Die waren heel breed gearrangeerd en het volume van de stem ligt zo mooi op en tegelijk in de muziek.”

enola: Deze plaat straalt ook uit dat je geen rekening meer houdt met wat mensen van jou verwachten als artiest.
Bedert: “Ik wilde niet per se een breuk maken met wat ik hiervoor deed, maar het was wel tijd voor een nieuwe stap, een evolutie. Het is logisch dat je op zes jaar tijd groeit en veel meer weet wat je wilt. Ik wist nu heel goed hoe het moest klinken, wie ik erbij wilde. Beslissingen waren veel gemakkelijker te nemen. Nu heb ik een verhaal, waarom maak je anders een plaat?”

enola: Je werkte nauw samen met Thomas Vanelslander (Gorki, Arno) en Filip Tanghe (Balthazar). Heb je meer uit handen gegeven?
Bedert: “Echt uit handen gegeven heb ik niet gedaan, maar Thomas heeft wel meegeschreven. De nummers waaraan hij meeschreef mochten pas op de plaat als ze even goed voelden als de rest. Het moest kloppen. Er waren nummers bij die tof klonken, maar waarvan ik voelde dat er iets niet klopte – de tekst paste niet bij de muziek bijvoorbeeld. Ik heb niet het gevoel dat ik daarbij iets uit handen heb gegeven. Het was net verfrissend om iemand anders zijn input te krijgen, dat ik heel die trip niet alleen moest doormaken.”

enola: Op Uitgewist zat het rauwe in een extra laag bovenop de song, nu ontstaat die rauwheid doordat er zoveel weggelaten wordt.
Bedert: “Als ik het zelf moet omschrijven zou ik zeggen “heel rijk in al zijn eenvoud”. Het is op zich niet overdadig gearrangeerd en het is soms zelfs heel leeg, en toch vind ik het ergens warm en rijk aan kleuren en klanken. De productie is veel meer gericht op de song. Wij zijn met ons drieën enorm verschillend qua karakter en muziekkeuze, en toch hebben we elkaar daarin gevonden. Het is heel fijn om te merken dat je op den duur toch op één lijn zit. We kennen elkaar ook al langer. Met een externe producer moet je elkaar in het begin nog wat aftasten: ik moet hem leren kennen, hij moet de songs leren kennen. Ik denk dat je dan niet altijd 100% eerlijk kunt zijn. Wij konden elkaar van in het begin echt vlakaf zeggen dat we iets niet goed vonden. Dat heb je nodig. Je moet bot kunnen zijn tegen elkaar om tot iets goeds te komen. Ik moet heel hard op mijn gemak zijn om zoiets als dit te maken, uiteindelijk geef je wel je kindjes af.”

enola: Is er op deze plaat een grotere afstand tussen wat je schrijft en wie je bent?
Bedert: “Kijk, ik had op Twitter een bericht gelezen waarin ik met de grond gelijk gemaakt werd. Vroeger was ik daar een week niet goed van. Nu komt dat even binnen en is dat weer weg. Maar toen zei mijn man: Hannelore, je moet beginnen beseffen dat zulke mensen je niet echt kennen, alleen maar als artiest die muziek maakt. Dus als ze je muziek slecht vinden, mag je het ook zo persoonlijk niet nemen. Hij heeft daar wel een punt. Mensen die mij kennen, kennen vooral mijn vrolijke kant en ik heb niet de behoefte daar liedjes over te schrijven. Ik ben 90 procent van de tijd vrolijk. Maar dan vind ik het jammer dat mensen die mijn muziek niet verdragen — alle respect daarvoor trouwens — denken dat ik de hele tijd zo ben. Dat dat maar een aspect is van mezelf.”

enola: Maar een piekeraar ben je wel, je stelt jezelf veel vragen.
Bedert: “Ja, dat wel (lacht). Piekeraar, twijfelaar… Misschien doordat ik een aantal keer gemerkt heb dat er een keerzijde is aan vertrouwen. Vroeger vertrouwde ik iedereen, zei ik al snel hoe ik me voelde, hoe ik dacht over iets… Ik ben heel voorzichtig geworden in wat ik zeg tegen wie. Ik moet nog 30 worden, maar door wat ouder te worden besef je wie je vrienden zijn en wie niet, zonder daarmee bitter te willen klinken. Ik vind het eigenlijk zelfs fijn steeds beter het onderscheid tussen vrienden en kennissen te kunnen maken. Daar is niks mis mee. Maar in je tiener- of prille twintigerjaren wil je vaak per se krampachtig vrienden zijn. “Iets dat niet komt” gaat over gewoon toegeven dat een vriendschap doodgebloed is, en dat dat niet erg is, dat je je daarbij kunt neerleggen.”

enola: Nog zo’n voorbeeld van zelfreflectie is “Zoals u”.
Bedert: “Dat gaat over hoe je merkt dat je iemand soms veroordeelt, terwijl je jezelf hardleers verdedigt als je zelf zoiets doet. Dat is misschien wel moraliserend, maar dat heb ik de afgelopen twee jaar toch regelmatig gemerkt in gezelschap. De ondertitel is dan ook “opportunisme voor gevorderden”, omdat dat volgens mij eigen is aan veel mensen: als puntje bij paaltje komt, denk je gewoon aan jezelf. Heel veel mensen doen alsof dat niet zo is, maar ik denk dat au fond iedereen dat doet. Hoe graag je iemand ook ziet – los van je eigen kinderen of ouders dan. Als je een keuze moet maken, zul je al snel een keuze in je eigen voordeel maken, terwijl je je naar iemand anders toch beter probeert voor te doen. Ik doe dat soms ook en ik ben daar niet de enige in. We moeten ons ervoor hoeden dat niet te veel te doen. De persoon over wie “Zoals u” gaat, kan er wel mee lachen. Maar eigenlijk is dat ontstaan uit wat ik niet ok vond aan die persoon, hoe graag ik die ook zie, terwijl veel van die dingen ook toepasbaar waren op mij. Het is een heel fijn iemand, maar we weten nu van mekaar dat we dezelfde negatieve kantjes hebben.”

enola: Dus toch allemaal weer heel persoonlijk.
Bedert: “Het is nog altijd een heel persoonlijk album, maar ik heb wel geprobeerd iets minder prijs te geven dan anders. Al zal dat voor veel mensen toch nog veel zijn. Ik geef niet meer alles prijs, en dat vind ik goed. Ik heb in mijn teksten ook veel meer geschrapt, ook om ruimte te laten voor de muziek. Om meer tot de essentie te komen.”

enola: “Balans” is daar een perfect voorbeeld van. Daar neemt de muziek, zelfs de stilte, het halverwege van je over.
Bedert: “Dat gaat erover dat je kiest voor één persoon en iedereen er bijgevolg van uitgaat dat je nooit nog iets voelt voor iemand anders. Dat is bullshit, een mens zit zo niet in elkaar. Ik zie mijn man supergraag, maar ik ken mezelf: ik ben heel vatbaar voor emoties, maar je moet op tijd stop kunnen zeggen. En dat nummer gaat over waar die grens ligt, over voorzichtig zijn. Mensen die tien à twintig jaar samen zijn en nog nooit iets gevoeld hebben voor iemand anders, dat vind ik wel heel straf. Er is niks mis met afvragen of je iemand gewoon sympathiek vindt of dat er iets meer is. En ik heb het zelfs niet alleen over relaties. Ook als er iemand overlijdt of als we naar een documentaire kijken waarin erge dingen worden getoond, ben ik daar twee dagen niet goed van. Ik vind het heel vervelend dat ik die knop niet gewoon meteen kan omdraaien. Ik vergeet niet snel, al is dat soms een troef – platen als deze zijn zo een uitlaatklep voor mij.”

enola: Ik was blij dat “Afspraak” toch op dit album staat. Dat is echt een overgangsnummer tussen je vorig werk en deze derde plaat.
Bedert: “Dit klinkt misschien stom, maar daar beperk ik me echt tot zeggen wat er gezegd moet worden. Niet meer poëtisch willen zijn, en als het poëtisch is, dan moest het zo. Misschien komt dat ook doordat ik voor het eerst iets schreef dat niet over relaties ging of over mezelf, maar vanuit een gevoel dat je op iets compleet geen vat hebt. Dat overlijden van mijn nicht haalde heel onze familie onderuit. Ze was 38, had twee kindjes. Dat was zo oneerlijk — zo’n schone, lieve vrouw. Misschien is dat ook een trigger geweest om anders te gaan schrijven. Dat nummer was oorspronkelijk ook alleen bedoeld om aan de familie te geven. En ik voelde toen ik het aan het spelen was dat ik het voor de eerste keer zelf echt moeilijk kreeg, omdat het nog zo “vers” was. Dan bedacht ik me dat ik voortaan best altijd zo schreef, dat ik alles nog beter voelde. Het nummer “Zon” is daar het antwoord op. We hebben het geluk een warme familie te hebben en we merken dat het leven wel doorgaat. De kindjes moeten naar school. Ze hebben geen mama meer, maar ze worden door iedereen opgevangen. Op familiefeesten staat er op eis van mijn grootouders een grote foto van Catherine bij. Ik vind dat op de een of andere manier confronterend, maar ze is er zo wel bij.”

enola: Je hebt het ook veel over een huis of een thuis…
Bedert: “Al ligt dat misschien ook aan onze verbouwingen hier thuis (lacht). Maar misschien is dat ook het cliché van mama te worden en een nog betere band te krijgen met je ouders daardoor. Mijn vader heeft wat gezondheidsproblemen gehad en nu besef ik pas wat dat met je kan doen. Mijn moeder zei me bijvoorbeeld nog toen ik zwanger was dat de tijd van het zorgeloze leven voorbij was. Ze had gelijk. En ik kan wel schrijven over iets voelen voor iemand anders, maar tegelijk is dat naar huis kunnen rijden en thuiskomen zo belangrijk. Ik kan hier thuis zoveel kwijt, dat ik gewoon 100 procent mezelf kan zijn bij mijn man – pas op, niemand kent je écht honderd procent volgens mij, zoals ik zing in “Losse Schroeven”.”

enola: Schrikt je man soms van wat je schrijft?
Bedert: “Niet meer. Helemaal in het begin misschien wel. Maar hij weet wat een piekeraar ik ben, hij kent heel veel kanten van mij, meer dan eender wie. Maar stel nu dat iemand je echt honderd procent zou kennen, tot in het kleinste detail, alles wat je denkt of hoe je denkt: gaat die persoon me dan even graag zien? En dan word je onnozel als je verder begint te denken: oei, misschien ken ik mijn lief ook niet helemaal. Wie weet zit die met dingen in zijn hoofd die ik niet wil weten! Ik heb dat echt moeten afzetten. Er zijn soms toch dingen die je van iemand anders liever niet weet, of beter niet weet. Omdat je iemand dan ook anders gaat bekijken. Als iemand iets heel persoonlijks aan je toevertrouwt, denk je soms dat je dat liever niet had geweten omdat je die persoon voortaan anders ziet. Dat zit in het refrein van “Onder Mijn Huid”: alles wat je zegt of doet, kun je echt niet ongedaan maken. Je kunt iets heel fouts tegen iemand zeggen en je dan achteraf verontschuldigen, maar je hebt het wel gezegd. Misschien dat daarin dat piekeren heel hard terugkomt, maar dat is allemaal niet bewust hoor. ’t Is niet dat ik me aan het schrijven zet en denk: ik ga me nu eens even ondervragen (lacht).”

enola: Ondertussen blijf je zelf alles in eigen beheer doen. Ook niet altijd gemakkelijk.
Bedert: “Ik vind die vrijheid echt onbetaalbaar. Dat is financieel lastig, maar je goesting kunnen doen, zelf je singles kiezen, bepalen hoe de plaat eruit ziet, zelf kunnen kiezen met wie je werkt… Dat is zoveel leuker dan een platenfirma die zegt dat er tegen december een plaat moet zijn. Dan zit je met stress. Nu werk ik tot ik zelf helemaal tevreden ben. En een kind hebben verandert daar niets aan. Ik blijf om een plaat te bekostigen een lening aangaan bij een bank, maar dan vind ik verbouwingen in je huis een zwaardere dobber om te financieren eerlijk gezegd.”

enola: Ondervind jij ook niet dat je eigenlijk iets in gang hebt gezet in de Nederlandstalige muziekscene?
Bedert: “Pfoe, nee hoor. Ik heb al eens gehoord dat ik een “boegbeeld” zou zijn “van de nieuwe Nederlandstalige lichting”. Waar haal je dat? Als ik het al zou zijn, kon ik het toch zelf niet beoordelen. Wat moet ik daarmee? Bij mijn eerste plaat durfde ik niet de muziek te maken die ik nu maak en wat nu op de plaat staat, zijn invloeden uit mijn platenkast. Daar zit naast Feist of Sheryl Crow een Raymond tussen, net als Wilco. Alleen heb ik die invloeden nu pas in mijn muziek kunnen verwerken. Misschien is dat die nieuwe klank?”

enola: Maak deze plaat in het Engels en je staat op Pukkelpop.
Bedert: “Dat is me nog al gezegd, ja. Eerlijk, ik heb soms nog eens goesting om in het Engels te schrijven. Niet uit noodzaak om een groter publiek te bereiken. Soms besef ik dat ik wel graag in het Engels schreef. Nu heb ik die behoefte niet meer, maar die kan evengoed ooit terugkomen.”

enola: Kun je je vinden in de term “singer-songwriter” die je wordt opgeplakt?
Bedert: “Ik vind dat op zich geen slechte term, hoor. Alleen denken mensen, zoals ze bij kleinkunst aan geitenwollensokken denken, bij singer-songwriter aan iemand die alleen thuis op zijn gitaar of piano aan het tokkelen is. Dan denk ik: ja, het vertrekt wel van daaruit. Al is het dan wel schoon om een heel spectrum van klanken te gebruiken. Muzikanten zijn er ook om hun muziek rijker te maken. Dat probeer ik ook te doen.”

Hannelore Bedert speelt deze zaterdag 1 februari nog een cd-voorstelling in De Roma. Daarna op tournee: 7 februari in de Schouwburg 30 CC in Leuven, 8 februari in Schouwburg Rex in Mol, 10 en 11 februari in de Ekerse theaterzaal. Meer datums en info: www.hannelorebedert.be

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 3 =