Ignatz :: III

Kraak, 2008

Dat schimmen beter gedijen in metersdikke walmen, weet iedereen die
de mist niet uit z’n bovenkamertje geblazen krijgt. Ook in de
muizenissen van Brusselaar Bram Devens aka Ignatz wil het
rookgordijn maar moeilijk optrekken en de rusteloze geesten van
oude Amerikaanse blues- en folkmuzikanten profiteren optimaal van
deze nevel om ‘s mans muzikale ziel te infecteren. De van grauwe
sehnsucht stijf staande lamentaties die voortvloeiden uit deze
fascinatie vonden eerder al hun weg naar twee uitstekende releases
en ‘III’ laat onuitwisbare voetafdrukken achter op hetzelfde
paadje. Evenwel zonder in loutere herhaling te vallen want hoewel
op deze plaat de mist niet helemaal is opgetrokken, kunnen we meer
dan ooit in de ziel van Ignatz gluren. ‘III’ is dan ook een stoffig
venster dat met een universele melancholie uitkijkt op een kapotte
wereld die van alle tijden is.

Hoewel ‘III’ dezelfde nostalgische, kaduke sfeer uitwasemt als z’n
voorganger, is het verschil met ‘II
toch aanzienlijk. Waar de vaak improvisatorische composities op dat
album verzopen in groezelige lappen noise en distortion, houdt het
gros van het materiaal op ‘III’ het hoofd boven het moerassige sop
van The Deep South. De asgrauwe folkblues treedt uit de schaduw van
de stoffige duisternis en de stem van Devens komt bovendrijven als
slavenlijken in de nadagen van de Amerikaanse Burgeroorlog. Zo zijn
‘The Water’ en ‘Two Nights & A Day’ allerminst sprankelende
bergriviertjes, maar grillig vloeiende beekjes van rauwe, krakende
weemoed die heel wat pijn en bloederig leed herbergen onder het
wateroppervlak.

Deze songs zijn de prelude op misschien wel Ignatz’ meest
emotionele plaat totnogtoe. Met de gitaar en stem van Devens als
gids slaat ons kompas namelijk minder tilt dan vroeger in het
groezelige americana-universum van Ignatz, waardoor de emoties vrij
spel krijgen om de strot toe te knijpen. Luister maar naar ‘Gazing
At The Fire’, een geblutste bluesstomp in de onderbuik vol
smeulende tristesse die moeiteloos een plaatsje kan opeisen in het
weeshuis van Tom Waits’ ‘Orphans’-compilatie. De optimist die tot
nu toe nog rond het kampvuur bleef zitten, zal zich echter
vierklauwens uit de voeten maken bij ‘The Trail’ en ‘Gone’. Ook
hier is de eeltige distortion gedeeltelijk van de songs geschuurd,
maar de krakende, repetitieve melodieën leggen als roestige
scheermesjes een getroebleerde ziel bloot.

In die zin neemt ‘III’ de luisteraar in het ootje. De smog lijkt
dan wel minder in de kleren te kruipen, maar het rookgordijn heeft
plaatsgemaakt voor sluimerende koolstofmonoxide die stilletjes en
onzichtbaar z’n werk doet. De giftige weemoed verstikt de
luisteraar tergend traag en lost z’n greep slechts uren nadat het
album het gaatje heeft bereikt. De ruwe klagerigheid van Devens’
vocalen hebben daarbij meer dan ooit een paar vingers in de pap te
brokken (hoor hoe hij huilt in het uit afscheid en verlies
opgetrokken ‘They Came And Went’), maar ook zonder stem schroeft
hij de keel dicht. Zo is ‘Eager Eyed’ een associatief
klankenbrouwsel dat geen woorden vandoen heeft om zijn emoties over
kapotte toonladders naar het oor van de luisteraar te laten
trippelen.

‘III’ bewijst dat de motor van Ignatz’s inspiratie en creativiteit
nog altijd op volle toeren draait. Het gekuch tengevolge van de met
asbest afgezette bluesfolk is deels verdwenen, maar de toxische
walmen die we nu inademen zullen de Kyoto-norm ook niet dichterbij
brengen. De derde plaat van Bram Devens als Ignatz laat de
scheidslijnen tussen ‘hedendaags’ en ‘nostalgisch’ namelijk
vervagen om zo een universele weemoed teweeg te brengen die de
luisteraar verweesd, maar happend naar meer achterlaat.

www.ignatz.be
www.myspace.com/ignazt

Ignatz speelt op 26 september in Bunker (Brussel), op 22
oktober in Croxhapox (Gent) en op 16 november in Cactus
(Brugge).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + zes =