Horse Feathers :: House With No Home

Voor ers van: Great Lake Swimmers, Iron & Wine,
Barzin

“We’re all in the gutter but some of us are looking at the
stars”
, merkte de negentiende-eeuwse dandy Oscar Wilde ooit
spitsvondig op. Een erg bekende gevleugelde uitspraak die zichzelf
keer op keer bewijst. Want het is maar wat een mens van dit levend
tranendal maakt. Soms krijgt ie echter een duwtje in de rug. Dan
lijkt het of God hem even in het gezicht lacht, de aarde wat
sneller rond de zon draait en het enige wat telt het uitgestrekte
judgement of the moon and stars is. Dit kan zich vertalen
in loon/lof naar werken, een moment van dolgedraaide verliefde
impulsiviteit of het stoten op een precieus kunstwerkje, dat van
iedere aanschouwer een fier genieter maakt. En zie, dat eerste kwam
er na het afsluiten van een academiejaar, dat tweede moment duurt
gelukkig al maanden en dat derde kwam ons zo plots toegevlogen dat
we het bijna misten: Horse Feathers.

Gevleugeld, gevederd, beslagen. De som van de uit Portland
afkomstige Justin Ringle met zijn gitaar wordt al sedert 2004
‘Horse Feathers’ genoemd. Van echte bekendheid is vooralsnog geen
sprake, maar toch zette Ringle enkele jaren geleden een grote stap
vooruit. Op zijn MySpace is hij helemaal niet verlegen om het wie
en hoe daarvan mede te delen: alle krediet krijgt de befaamde
ambientartiest Peter Broderick.
Broderick was namelijk zo verkocht na het horen van enkele nummers
dat hij zich sedertdien over alle arrangementen (gaande van viool
tot banjo) ging bekommeren. En daar dankt de sfeer op ‘House With
No Home’ veel aan. De klassieke arrangementen laten Brodericks
experimentele stempel echter niet verwaarloosd achter, zij het
bijna verstopt, zoals in ‘Albina’ en ‘Father (Reprise)’.
Het geheel blijft evenwel zo’n gemoedelijke americana die, hoewel
in oorsprong niet voortgesproten uit die zuiderse roodbruine aarde,
helemaal geen moeite heeft om op slag te vervoeren.

Veel verbeelding is er niet nodig om bij het eerste nummer meteen
aan Tony Dekker (zanger van Great Lake Swimmers)
te denken. In ‘Curs In The Weeds’ zingt Ringle immers ook op
diezelfde manier; met halfgesloten mond, ietwat bedeesd, bijna
hees. Maar de persoonlijke toets van Ringle ligt erin dat het net
lijkt alsof elk gezongen woord hem zoveel moeite kost dat het niet
te uiten valt door slechts één keer adem te halen; een eigenschap
die dit album zoveel kwetsbaarder maakt. Gecombineerd met de cello
van Heather Broderick, die het gejaagder en toch logger zusje lijkt
van die evenzeer dramatische violen uit ‘Black Heart’ van Calexico,
heeft dat een verbluffend resultaat in ‘Rude To Rile’. Hiervan
lijkt ‘Albina’ dan weer muzikaal een korte uitloper, maar klinkt de
zang opmerkelijk meer zielsgeladen: “If we can, if we may/Make
a dark a day”
.

En het is net dat wat artiesten zoals Ringle zo aantrekkelijk
maakt: alsof ze puren uit diezelfde reserves waar Cash tijdens zijn
laatste American Recording finaal verzuchtte, laten ze hun eigen
traditie daar voorzichtig tegenaan leunen, bijna beginnen. Het is
een mengeling van het besef van eigen nietigheid en een soort
engagement, waar ‘Working Poor’ een mooi voorbeeld van is. Juist
die integriteit, als inherent beschouwd aan de zgn.
‘neofolk’-beweging, kan sommigen jammer genoeg tegen de borst
stoten. Toch weet de simpliciteit van nummers als ‘Helen’ en
‘Heathen’s Kiss’ – zo bescheiden gearrangeerd! die tweede stemmen!
– evenzeer aan te manen tot appreciatie.

Maar een verwittigd luisteraar is er twee waard. Deze plaat
verzoent namelijk geen uiteenlopende stijlen en is schaars met
variatie. Naar het einde toe dreigt dat gebrek aan afwisseling in
melodie uit te monden in een gelijksoortige brij van
strijkinstrumenten, maar die stoornis wordt vlug vergeten dankzij
‘Father’, een bloedmooie ode aan een vriend van Ringle die zichzelf
eerder dit jaar het leven ontnam.

De hoes van Horse Feathers’ tweede album toont een met sneeuw
bedekte hut tussen kale bomen. Misschien zit hierin wel een
subtiele hint naar een listener’s guide verscholen. Nu,
waar ‘House With No Home’ ook gespeeld wordt, zo’n curieus en
pretentieloos werkje als dit is zeker een oor of twee waard. Meer
doen dan dit kleinood aanreiken kan haast niet meer; welk duwtje in
de rug had u dan méér verwacht?

http://www.myspace.com/horsefeathersmusic

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen + 11 =