PUKKELPOP 2008 :: Mercury Rev, Marquee :: 14 augustus 2008

Crowdpleasers zijn het niet, die van Mercury Rev. Wie “Goddess On A Highway” wou horen, was eraan voor de moeite. Jonathan Donahue en co lieten één van hun grootste radiohits links liggen en opteerden voor een cosmic mushroom trip die bijna voor de helft bestond uit songs van het pas eind september te verkrijgen Snowflake Midnight.

Met opener “Snowflake In A Hot World”, de filmmuziekzweeftrack “October Sunshine” (Jon Anderson meets Klaus Schulze), “People Are So Unpredictable” en krautrockafsluiter “Senses On Fire” viste Mercury Rev stevig uit die nieuwe plaat. Geen hapklare brokken voor wie het album nog niet kon voorbeluisteren: bij de platenfirma hebben ze zich wellicht ook vertwijfeld in de haren gekrabd toen ze de songs van Snowflake Midnight (singles zijn het allerminst) voor het eerst hoorden. ”Welke snoepjes heeft Jonathan Donahue nu weer tot zich genomen?”: dat soort songs.

Het lijkt alsof Mercury Rev met de verzamelaar Stillness Breathes een periode wou afsluiten. Het nieuwe werk (veel elektronica, vreemde structuren) wijkt sterk af van de orkestrale pop van de vorige drie platen en geeft zelfs na twintig luisterbeurten zijn geheimen niet prijs. Toch had je in de Marquee het gevoel dat de groep uit de Catskill Mountains intrigeerde van begin tot eind. “Het beste optreden van Pukkelpop”, tekenden we op uit de mond van een enthousiaste omstander. Gezien de te-nemen-of-te-laten-setlist, waarin ook een bijna onherkenbaar stukje Talking Heads (“Once In A Lifetime”) verweven werd, niet eens onterecht.

Minpunt voor de muggenzifters? De intro, misschien. Voor de heren op het podium verschenen, werden op de tonen van “Lorelei” van Cocteau Twins beelden van de favoriete schrijvers, artiesten, culthelden en platenhoezen van de groep (Tim Buckley, Nick Drake, Jack Kerouac …) geprojecteerd op een groot scherm. Een inleidend kunstje waar ook al gebruik van werd gemaakt tijdens de The Secret Migration-tournee. Je zou Mercury Rev gemakzucht kunnen verwijten, ware het niet dat de dromerige collage een ideale instap is in de wonderlijke wereld van de band. En toen al heel vroeg in de set “Holes”, één van die bloedmooie wereldnummers van het doorbraakalbum Deserter’s Songs, weerklonk, besefte je: wat een fantastische neopsychelische band.

Tijdens “Opus 40”, eveneens afkomstig van Deserter’s Songs, kreeg je evenwel het gevoel dat de groep bijna achteloos een verplicht nummertje opvoerde dat niet geheel aansloot bij de kosmische weg die de groep anno 2008 ambieert. Een steengoed nummer blijft het, zeker, maar de uitvoeringen van andere oude prijsbeesten waren beter: “The Dark Is Rising” (pompeus en filmisch as ever) en “The Funny Bird”. Over vogels gesproken: orkestleider Jonathan Donahue was weer maar eens de vreemde klapwiekende vogel met de allures van een dirigerende voodoopriester. Of hoe een vertrouwde aanblik hartverwarmend kan zijn.

De set op Pukkelpop was te kort, maar Mercury Rev klonk zelden zo creatief en majestueus. We kijken nu al uit naar een meer uitgesponnen concert in de AB in november.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − 18 =