John Cale :: 25 juni 2008, Bozar

Naar aanleiding van de tentoonstelling It’s Not Only Rock ’n Roll, Baby! nodigt Bozar de komende weken enkele rockartiesten uit om hun ding te komen doen. Als opener zag de statige Henry Le Boeuf-zaal een John Cale die verbazend veel teruggreep naar zijn jaren zeventig-geluid.

Zou er een best of van John Cale aankomen? De vraag welt al na vier nummers in ons op. We hebben dan al “Heartbreak Hotel”, “Paris 1919”, “Save Us” en “Helen Of Troy” te horen gekregen, terwijl Cale op het punt staat om “Sold-Motel” in te zetten. Vier keer een andere periode, vijf keer één van de strafste nummers die hij ooit opnam. Als er één ding is dat Cale in de eerste helft van zijn optreden in de Bozar doet, is het even het geheugen opfrissen: waren we vergeten wat hij al allemaal gedaan heeft?

Is dit routine? Misschien. Cale en zijn driekoppige band spelen de nummers zo strak dat het bijna achteloos overkomt: “even de hitjes brengen”. Het lijkt bijna luiheid van Cale, hoe gemakkelijk en schijnbaar zonder inspanning hij het doet. En toch stoort het niet: deze nummers zijn onverwoestbaar, zeker in deze vlekkeloze uitvoeringen.

Het is vooral de potige John Cale die we vandaag te zien krijgen, die overwegend teruggrijpt naar het droog rockende idoom van Helen Of Troy. “Heartbreak Hotel” is een bijna atonaal begin en laat meteen de Cale horen die van chaos en kakofonie houdt, maar hij houdt het streng gecontroleerd: dit truukje beheerst hij. Ook “Fear Is A Man’s Best Friend” krijgt een uitvoering waarin de waanzin netjes onderdrukt wordt en een mooie elegische pianobreak wordt ingelast. “Big White Cloud” krijgt dan weer een ruwe uitvoering die niets meer te maken heeft met de orkestrale versie van op Vintage Violence.

Zoals Cale vanavond bezig is, kan hij zo de Marquee van Pukkelpop afsluiten. Dit is een perfecte rockshow, zoals ook het recentere “Perfect” aantoont: was dit nummer door een stel jonge honden van achttien geschreven, het had weken — wat zeggen we; maanden — aan de top van De Afrekening gekampeerd. Ook het aanstekelijke “Things” had het daar overigens goed kunnen doen.

Halverwege laat Cale het concert wat inzakken, wanneer we dan toch de beloofde semi-akoestische benadering krijgen. “Ship Of Fools” gaat nog even verder op het best of-elan — zo’n publieksvriendelijke set zagen we hem nog nooit brengen — maar een wisselvallig blokje met onder andere een flauw “Ballad Of Cable Hogue” halen de vaart uit het optreden.

In een laatste kwartier breken de bandleden uit het strakke harnas dat Cale hen aanmat, en krijgen we speelplezier van de bovenste plank. Samen met zijn jonge muzikanten weeft Cale “Gun”, “Pablo Picasso” en “Mary Lou” tot één langgerekte southern rock-jam. Minutenlang hamert en stampt de muziek door, ongemerkt van nummer in nummer glijdend. Geweldig.

John Cale is zo’n artiest die ondertussen zo vanzelfsprekend is geworden dat je langzamerhand vergeet zijn platen nog eens op te zetten. In de Bozar herinnerde de man er nog eens aan waarom hij precies zo’n status heeft: eerst de vele hits, dan de creativiteit en de drive die het ook vandaag nog relevant en boeiend houden. Geef de man een monument.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 2 =