Elbow :: 24 juni 2008, Botanique

Stadions zal de groep eerstdaags niet vullen, maar na zeventien jaar aan de weg te timmeren en vier platen die minimaal onder het label "uitstekend" geklasseerd mogen worden, gaat het Elbow eindelijk wat voor de wind. Een lang op voorhand uitverkochte Orangerie maakt zoveel duidelijk.

Elbow kan met wat goede (of slechte) wil beschouwd worden als de Coldplay voor muziekliefhebbers of anders wel als een Radiohead die niet krampachtig uit zijn eigen keurslijf spartelt door moeilijk te willen doen. Eigenlijk kan Elbow gewoon beschouwd worden als het best bewaarde geheim dat er geen is. En dus bestaat het publiek deze avond zowel uit ouderen van dagen die hun derde concert dit jaar beleven als uit jonge honden die een goede song nu en dan best wel weten te appreciëren.

Dat de avond in functie staat van het net uitgebrachte The Seldom Seen Kid, een hommage aan de overleden Bryan Glancy, is niet meer dan logisch. Dat daarnaast voornamelijk uit Leaders Of The Free World geplukt wordt, is dan weer jammer. Want ook al heeft de groep een trouwe fanbase die bij elke passage aanwezig is, met slechts twee nummers uit de eerste twee albums (de ondertussen tot klassiekers uitgeroepen "Newborn" en "Switching Off") worden beide platen schromelijk ondervertegenwoordigd.

Een kniesoor die daar echter over struikelt, want de groep blijft op elke plaat achteloos kleine pareltjes uit de mouw schudden. Zonder nadenken wordt het beste van pop en progrock op een hoopje gegooid waarbij frontman Guy Garvey zich live ontpopt tot een volksmenner a la Bono, zij het dan zonder de messianistische trekken of over de paard getilde attitude. Het volgende anderhalf uur (bissen incluis) zal de band niet preken noch uit de hoogte neerkijken op zijn publiek, maar losjes uit de pols de ene prachtsong na de andere afleveren.

Met "Starlings" (inclusief alle bandleden op trompet, op drummer Jupp na) en "Bones Of You" lijkt het er even op dat de groep hun album The Seldom Seen Kid, conform de trend heden ten dage, volledig zal brengen. Met dat idee maakt "Leaders Of The Free World" op een magistrale wijze komaf. Vanaf dat moment zullen songs uit de laatste twee platen elkaar afwisselen waarbij de groep bovendien moeiteloos switcht tussen ingetogen zwaarmoedigheid ("My Very Best", "The Loneliness Of A Tower Crane Driver") met meer rockende melancholie ("Mexican Standoff", "Grounds For Divorce", "Forget Myself").

Ondanks de tristesse die de groep subtiel in elk nummer weet te leggen, spat het spelplezier uit elke noot en raast de band als een natuurkracht doorheen de volgestouwde Orangerie. Garvey blijft bovenal een Mancunian lad wiens droogkomische intermezzo’s bovendien nooit de vaart uit het optreden halen noch de ingetogen magie doorbreekt. Dat de groep bovendien twee violistes op sleeptouw neemt opdat de strijkers ook live de nummers mee kunnen inkleuren, getuigt van een engagement dat zeldzaam is.

Weinig groepen verdienen het meer om na zoveel jaar en vier prachtplaten eindelijk de vruchten van het vele moeizame werk te plukken. De keerzijde daarvan is echter dat de groep niet alleen in grotere zalen maar ook voor een groter publiek zou spelen. Eentje dat niet de schoonheid van de groep ten volle zou weten te appreciëren. Het is de groep van harte gegund, maar in tussentijd kunt u hen nog even koesteren als uw kleine geheimpje dat er geen is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + 13 =