Opeth :: Watershed

Een nieuwe Opeth! Achter die uitroep wordt al lang niet meer uitsluitend in de metalwereld een extatisch uitroepteken geplaatst. En terecht: Opeth laat met de ene na de andere sloophamer van een plaat alleen maar steengruis over van de (vaak kunstmatig opgetrokken) muren tussen genres. Ook nu weer. En hoe.

Want ook nu weer is voor brein Mikael Akerfeldt een nieuwe plaat een volgende stap in een indrukwekkende evolutie die Opeth al acht albums lang zonder uitzondering doormaakt. Platen als Still Life en Blackwater Park waren aardbevingen die zowel in de metalwereld als ver daarbuiten oor- en oogkleppen deden afvallen. De death metal van Opeths beginjaren is ondertussen verrijkt met akoestische melancholie (wat culmineerde in het ronduit prachtige Damnation), progressieve invloeden, jazz, fusion, noem maar op. Akerfeldt beklemtoont graag dat hij een muzikale omnivoor is — zo noemt hij Scott Walkers The Drift z’n voornaamste inspiratiebron voor deze plaat.

Zoals steeds zijn er een paar “primeurs” op een nieuwe Opeth-plaat: voor het eerst sinds Blackwater Park zat Steve Wilson (Porcupine Tree) niet achter de knoppen, Akerfeldt had het het meeste voor het zeggen, Jens Bogren assisteerde. Voor het eerst staan de teksten niet afgedrukt — weliswaar in een code die echter niet kraakbaar heet te zijn;  Akerfeldt noemt dit immers veruit zijn persoonlijkste album. En ook even opmerken dat het subliem sfeerscheppende artwork van oudgediende Travis Smith mede van het mooiste is dat we de afgelopen jaren al gezien hebben — zelfs bij Opeth, dat daarin sowieso een sterke traditie heeft.

En vooral: voor het eerst duiken er hobo, viool en cello op, want de band ontgint het reeds verkende terrein van de folk nog verder. Ze eisen meteen de hoofdrol op in de korte, bloedmooie opener, het rustieke “Coil”, waarin Akerfeldt verder rijdt dan waar hij op Damnation al de afrit had genomen. Halfweg het nummer neemt de heerlijke stem van de al even heerlijke Nathalie Lorichs het over. Een duet zowaar, zonder dat de stemmen één seconde lang samen blenden. Dat vindt Akerfeldt immers “te cliché”. En inderdaad: ook op deze plaat krijgen clichés geen enkele kans en nemen de nummers weer zoveel bochten dat je nooit kunt zien wat er komen gaat.

Het aantal ronduit geniale overgangen van akoestische ochtendnevel naar losbarstend en allesverwoestend onweer is ontelbaar en opnieuw heel gevarieerd — let u vooral op de onheilspellende baslijn in “Hessian Peel” of de gitaar van nieuw bandlid Akesson die de donkerste wolken prachtig doet samenpakken in “Porcelain Heart”. Inderdaad, na 18 jaar is Peter Lindgren uit de band gestapt, wat gelukkig niet de gevreesde aderlating betekent. Ook de nieuwe drummer Martin Axenrot doet de felste passages nog scherper, stuwender, dynamischer klinken. De grunts van Akerfeldt lijken beter en gefocuster dan ooit, al overheerst deze keer zijn zuivere zang sterk, vaak zelfs op verrassend harde momenten — want Opeth klinkt op Watershed feller dan zelden of zelfs nooit tevoren.

Het vooruitgeschoven “Porcelain Heart” reikt het meest de hand naar voorganger Ghost Reveries, dat ruwer klonk, terwijl Watershed vooral een rotintense plaat van nu eens strelende, dan weer verschroeiende extremen is — de band overbrugt die extremen elke plaat weer beter. En durven we het schrijven, maar het lijkt alsof ze nooit méér de perfectie benaderden dan in het elf en een halve minuut durende meesterwerkje “Hessian Peel”: Opeth anno 2008 pur sang, en het hoogtepunt van de evolutie die Opeth de laatste vijftien jaar heeft doorgemaakt. Met werkelijk onophoudelijk uitmuntend gitaarspel, dat als een squashbal tegen de muren van (onder andere) blues en metal botst, houdt de band elke nabije en verre concurrentie op een bijwijlen ontzaglijke afstand.

Dus ja, ook Watershed is weer een tussen bloed ontkleurende woede en ontroerende schoonheid meanderend kruitvat, gevuld met alles wat Opeth zo boeiend, onvoorspelbaar en geniaal maakt. Ook Watershed is onverbloemd een meesterwerk te noemen — zoals eigenlijk al zijn voorgangers — waarop Opeth nog maar eens een wezenlijke stap vooruit zet. Opeth zet niet alleen de poorten van de metal wagenwijd open, maar opent met Watershed hopelijk en vooral eindelijk oren en ogen van wie ze bij termen als “metal” of “grunt” nog steeds hardnekkig gesloten houdt. Velen zijn hen immers reeds voorgegaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 4 =