Het Zesde Metaal :: Akattemets

Wie dacht dat met Flip Kowlier, Fixkes, Gèsman, Violent Husbands en andere Axl Pelemans het mandje “dialectpop” stilaan vol zat, had zonder Het Zesde Metaal gerekend. Op hun debuutplaat Akattemets presenteren Wannes Capelle en trawanten een dozijn melancholische popliedjes die zonder schroom verder lonken dan de eigen (streek)grenzen.

De kiem van Het Zesde Metaal moeten we zoeken in de kleinkunstacademie van de gerenommeerde Studio Herman Teirlinck. Daar sloeg zanger Wannes Capelle in 2005 de deur achter zich dicht met Het Zesde Metaal als afstudeerproject. Na enig puzzelwerk viel de band in zijn definitieve bezetting, met naast Capelle ook Liesa van der Aa (viool, achtergrondzang), Joris Caluwaerts (piano, rhodes, keyboards), Yannick Peeters (double bass, basgitaar — u kan haar kennen van het Eén-quizje “De tabel van Mendeljev”) en Bert Huysentruyt (drums, trompet, percussie) in de rangen. Allen afgestudeerd aan het conservatorium. Om maar te zeggen dat Het Zesde Metaal allesbehalve een ongeschoolde, vlug-vlug samengeraapte band is, die ook zijn deel van de koek wil nu dialectpop uit alle windstreken van dit lappendekenlandje een garantie op succes lijkt.

“Mijn keuze voor een taal is als een keuze voor een instrument. Ik zing in het West-Vlaams omdat ik deze teksten in het Nederlands niet kan schrijven” zegt Capelle hierover. En laat die teksten nu net dé troefkaart zijn van Akattements. Capelle werpt zich nu eens (“Arrie”, “Cowboy En Indiaan”) op als chroniqueur van vergane tijden, dan weer als scherpe observator van de hedendaagse samenleving (“A’j ooit uzelven tegenkomt ip reize — want dat es nu toch nen trend — zijt der geweune vrind’lijk tegen.”). Maar het meest van al zingt hij over uit het leven gegrepen, maar daarom niet banale gevoelens: van ongegeneerde verliefdheid (het aandoenlijke “Appartementje”) over verwaterde vriendschappen tot bitterheid na een stukgelopen relatie (het met cynisme en jaloezie doorspekte ”Spreek maar af” of het met verwijten spuwende “Ik haat u niet”). Akattemets is bijgevolg een erg persoonlijke, autobiografische plaat.

Maar daarom niet minder universeel, want wie herkent zich niet in de pragmatische schoolblues van “Cowboy En Indiaan” (“Och God de Vader lat mie alsjeblieft deur ’t lager, want ik kriege ron een skateboard van min moeder – a ‘ k nog wa’ zage”) of in “Gasten”, een bloedeerlijke bede om vergeving aan willens nillens uit het oog verloren maten? Wie bovendien spitse zinsneden als “Gie en ik ip ons appartementje met zicht ip skulden” of “G’ è min vuile wast’ uitg’hangen maar der zaten nog slipkes bie van gie” (uit “Ik Haat U Nie”) op papier krijgt, mag zichzelf eens stevig op de borst kloppen.

Muzikaal wordt Het Zesde Metaal steevast vergeleken met Bright Eyes. Die invloed ligt bij het beluisteren van Akattemets inderdaad voor het oprapen. Eén van de meest beklijvende liedjes, “Lore”, is namelijk een (prima) bewerking van “Laura Laurent”, geschreven door grootmeester Conor Oberst. Ook het countrygetinte “Keuning Van De Jacht” (denk Gèsman, maar dan gezinsvriendelijker en met strijkers in plaats van trompetten) of afsluiter “ Peis Je Nog Aan Mie” (gezapig begin, intens slot) doen sterk aan Bright Eyes denken. De klassieke opleiding van de groepsleden laat zich bovendien duidelijk horen: piano, tamboerijn, akoestische gitaar en contrabas kleuren het gros van de songs in. Producer van dienst was overigens Peter Vermeersch, bekend van zijn werk met dEUS, Flat Earth Society en Vele Meer.

Enkel naar Bright Eyes verwijzen, zou echter getuigen van gemakzucht. “Est Miskien” drijft bijvoorbeeld op hetzelfde Harvest-ritme als “Eindelijk”, dat de laatste plaat van gouwgenoot Flip Kowlier aftrapte. “Arrie”, een ingetogen eerbetoon aan een overleden buurman, geurt dan weer naar de nachtelijke eenvoud van Bonnie ‘Prince’ Billy en Phosphorescent, terwijl de sprankelende percussie op “Simpel” (met medewerking van Tom Pintens) ten slotte lijkt te zijn weggelopen uit de laatste van Iron & Wine.

Maar elk vogeltje zingt uiteindelijk zoals het gebekt is en de vergelijking met andere West-Vlaamse barden dringt zich dan ook op. In die optiek is het vooral Willem Vermandere, de grote jeugdheld van Capelle (zelf overigens genoemd naar Wannes Van de Velde) die als cruciale invloed mag worden genoemd. Luister maar eens naar ’s mans intonatie in “Gasten”. Net als Vermandere drukt Capelle zich bovendien in een soort tussentaaltje uit, waardoor hij ook voor niet-West-Vlamingen best verstaanbaar zou moeten zijn.

Akattemets zal geen levens veranderen — daar zijn anderen voor — maar Het Zesde Metaal zet zichzelf met dit warm aanbevolen debuut pardoes op de Vlaamse muziekkaart. Iemand trouwens een idee wat dat gekke woord in de titel betekent?

Het Zesde Metaal speelt op 25 juli op de Nachten van De Jukte in Geluwe en op 26 juli in de Gentse Charlatan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × drie =