I Am Kloot :: Play Moolah Rouge

Ooit won ik vrijkaarten voor een concert van I Am Kloot. De opdracht was: in één zin zeggen waarom je de band zo graag aan het werk wilde zien. Mijn antwoord: omdat het de eerste groep is die naar mij werd genoemd. Prijs!

Reden van deze petite histoire? De geweldige indruk die zanger John Bramwell van I Am Kloot tijdens dat gewonnen concert in de Botanique op me maakte. Zijn karakteristieke stemgeluid klonk die avond zo krachtig, zo doorleefd, zo helemaal juist, dat ik de cd’s van I Am Kloot in de dagen en weken erna een voor een opnieuw ontdekte. Ik koester ze nog altijd, Natural History op kop.

Vandaag ligt Play Moolah Rouge (net als Konk van The Kooks genoemd naar de studio waar de plaat werd opgenomen, een trend?) in de winkel én in mijn speler. Al snel blijkt dat de jongens een goede reden hebben voor de titel. Ze dekt namelijk de lading: de plaat werd live (maar zonder publiek) opgenomen in de studio die onder meer ook Johnny Marr, The Verve en Badly Drawn Boy tot z’n cliënteel mag rekenen.

Voegt die aanpak iets toe? Moeilijk te zeggen. Qua geluid verschilt de cd namelijk niet zo heel erg veel van de vorige. Je moet alvast niet op zoek gaan naar belletjes, bliepjes of andere minimale accentjes op de achtergrond, die zijn er namelijk niet. Grootste verschil met vroeger is het orgeltje dat in bijna elk nummer opduikt. Tot ieders tevredenheid blijkbaar, want het mag ook mee op tournee.

Een tournee waar we wel kaarten voor willen (winnen), want de tien nummers op Play Moolah Rouge winnen ook. En wel aan kwaliteit, bij elke beluistering. Openingsnummer “One Man Brawl” en (potentiële?) single “Ferris Wheels” hoeven daar niet veel moeite voor te doen, die steken er bij de eerste passage al meteen bovenuit. Het eerste toont dat de groep nog altijd lekker melodieus kan rocken, het tweede zorgt voor instant-ontroering. Die rasp in de keel van Bramwell grijpt ook anno 2008 — euh — naar de keel.

En dat doet ook “Suddenly Strange”, dat het beste van I Am Kloot in een nummer perst. De getergde zanger, de coole bassist en de hyperactieve, maar tegelijk sobere drummer bewijzen dat de som meer is dan de delen; het orgeltje doet de rest.

Tragere songs als het prachtige “Chaperoned”, het zachtjes in je oor fluisterende “Only Role In Town” en de verstilde afsluiter “At The Sea” (man en gitaar), hebben wat meer tijd nodig (respectievelijk vijf, acht en drie draaibeurten), maar bewijzen dat deze cd niet zomaar een snel tussendoortje is.

En dan is er nog “The Runaways”, een nummer dat eerst onopgemerkt voorbij glijdt, maar je dan plots, omstreeks de veertiende beluistering, bij het nekvel grijpt om je niet meer los te laten. Bramwell legt uit hoe dat komt: “Once they snatch your memories, I can find it hard to forget”. Hij heeft het over meisjes, wij over songs. Het klopt in beide gevallen.

Wie Play Moolah Rouge voldoende tijd geeft om zijn schoonheid ten volle te ontvouwen, wint. Een korte maar krachtige cd van I Am Kloot, bijvoorbeeld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × twee =