De Brassers :: Gesprokkeld en bespoten

Dertig jaar na hun ontstaan presenteren De Brassers Gesprokkeld en bespoten. Ondertitel: “De niet definitieve copulatie”. Omdat Limburgs eigen antwoord op Joy Division zich niet laat compileren. En omdat het verhaal nog niet afgelopen is. De garage blijft immers uitnodigend lonken.

Ze zijn nog steeds tegendraads, de oude punkers van De Brassers: “We hebben nieuwe nummers opgenomen en ze klinken zelfs goed”, aldus de bio op hun site. “Toch brengen we ze niet uit. Omdat jammen leuker is dan boekhouden. De hunker naar de vibe van het spelen is groter dan de hunker naar erkenning. Eigenlijk zijn we mainly a garage band. Samen af en toe eens egotrippen als levenselixir. Meer moet dat niet zijn.” Maar af en toe mag de wereld nog eens herinnerd worden aan wat misschien wel de meest intense band van Vlaanderen is geweest en dus is er als aankondiging van opnieuw een handvol optredens: Gesprokkeld en bespoten. Waarop toch die nieuwe nummers figureren.

Als zij tegen de stroom mogen ingaan, dan mogen wij van goddeau dat ook. Normaal bespreken we immers geen verzamelaars: er is te veel boeiende nieuwe muziek om ons bezig te houden met verzamelingen van wat achter ons ligt. Behalve als het gaat om een band van wie buiten wat obscure cassettes en misschien een vinyl van “En toen was er niets meer” nauwelijks nog iets te vinden is. Een band ook die als geen ander de vroege jaren tachtig in geluid kon vatten.

En dat was rauw. Hard, donker en agressief. De punk was met al zijn onmogelijke woede tegen de muur geknald, het moest zwarter. De agressie werd passiever. Een afwijkend uiterlijk werd een statement tegen een burgerlijke maatschappij die niet met de tegenstem omkon. Wie zich niet schikte naar de norm werd het bloed onder de nagels gepest. Gecontroleerd. En dat leidde tot het logge en bijtende “Kontrole”: een bassist staat een put te graven uit pure balorigheid, een gitarist maakt onbestemde geluiden, een zanger spuwt zijn gal.

Punk. Toch wel. Zelfs al heette het tegen dan alweer postpunk: onvrede over een wereld zonder toekomst, afkeer van een gemeenschap die hen afwees. Gesprokkeld en bespoten is doorspekt met korte fragmenten uit een Nederlandse reportage die naar de verhouding van het dorp Hamont met De Brassers peilde. Een burgervader zegt: “als mijn kinderen voor die levensstijl kiezen, zou ik mezelf kapot vechten om dat te verhinderen.” Een cinemauitbaatster reageert nors wanneer naar de band wordt gevraagd. Het generatieconflict speelde nog. “En toen was er niets meer”: in 1982 ging het slot op de garage waar werd gerepeteerd, tot diep in de jaren negentig een zoveelste gelegenheidsreünie toch een min of meer permanent karakter kreeg.

Maar Gesprokkeld en bespoten gaat niet over vroeger. Ook niet over nu. Maar over hoe er geen bal is veranderd. Zelfs al zijn de joeng van toen nu vijftigers geworden. De bassen in “Two Balls”, “Mean Man” — demo’s uit 2000 — zijn nog even dominant, de gitaren doen nog steeds onbenoembare dingen. Er zijn wat meer synths die de songs soms iets meer naar new wave doen zwemen. Luister naar “I Don’t Belong Here” of “Living On The Edge”, van op de mini Slijk uit 2005. Ze hebben leren spelen, de songs zijn iets beter afgewerkt, maar dat is het. Andere demo’s uit datzelfde jaar laten horen dat er eigenlijk maar een grote verschuiving is: De Brassers van toen zongen in het Nederlands, vandaag doen ze het netjes in het Engels.

De Brassers zijn al twintig jaar lang een relikwie uit een vervlogen tijd, maar als een retro-act hebben ze nooit aangevoeld. Daarvoor is de urgentie na drie decennia nog altijd te hard voelbaar, zit er nog altijd te veel venijn in de nieuwe songs. “We doen het in de eerste plaats om onszelf te amuseren en niet de anderen. De anderen met onze twijfels confronteren. Verwarring zaaien is leuk. Samen dezelfde noot spelen ook”, leest de bio verder. We moeten ze koesteren, deze ketters van het Vlaamse platteland.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes − drie =