De Brassers

 En toen was er niets meer.

Of toch wel. Er was bier, er was veel zwart, er was de heilige pogo. Er was een altijd hamerende drum, er was een generatiekloof die overbrugd moest worden. Er was de altijd hypnotiserende bas van Marc “Haas” Haesendonckx, die een kloteklereziekte heeft en af en toe moest gaan zitten maar wiens diepe donkere klank er een heel optreden lang stond. Er was Marc Poukens , de mafketel achter de micro met wie wij nog steeds geen ruzie willen. En er waren vooral De Brassers, nog een laatste keer. En ze hebben gezegevierd, alvorens op te houden te bestaan.

Het weer zat mee, althans “ alles was koud en droog en leeg.” De Brusselse besneeuwde straten kraakten stervenskoud op weg naar een uitverkochte AB, waar het in de finale van de Rock Rally van 1980 allemaal begon voor de groep. Of niet helemaal, want het begon natuurlijk in het Vlaamse schreeuwlandschap: katholiek, autoritair en hypocriet. Het begon in een uithoek van Limburg, waar ze mijnsluitingen en heroineproblemen kenden, in Hamont. Nu zijn ze daar trots op de Brassers, toen iets minder. Een scherm achteraan het podium toont vlak voor het optreden de bekende foto’s uit die tijd, toen Brassers een scheldwoord was, een vuile maar legendarische graffiti op de muur. Drie jaar duurde de eerste rit van De Brassers uiteindelijk maar, tot drugs, miserie en de tegenstand te veel werd. Maar het was wel meteen drie jaar tactiek van verschroeide aarde, althans daar in Limburg en omstreken. Postpunk ja, maar met de hoofletter P van toch vooral die Punk. Alles was dan misschien wel al eens gedaan, nog niet door hen.

“They Wanted Us Away” was meteen een fuck you naar de bekrompenheid toen, de bekrompenheid van de voorbije 45 jaar en ook wel een fuck naar de kloteklerziekte MS waar ze niet omheen kunnen. Maar Haesendonckx stond er (dat hadden wij al gezegd maar we willen het nog eens benadrukken). Voor Poukens is een statief nog steeds decoratie en met een microfoon kan hij ook nog steeds alle richtingen uit. Vader en zoon Willy en Jules Dirkx stonden een gitaartandem te wezen. De Brassers hadden in die eerste vijf minuten al gewonnen. Toch liet de groep zich nooit meeslepen in gemakzucht. Waarom zouden ze ook, na zoveel decennia hun goesting doen in het stoorzenden en kapottrappen? “Sick In Your Mind” was een betonnen muur waar niet tegenin te beuken viel. Die riff staat in steen gebeiteld, vloerde de zaal. Poukens is de gek en we volgen hem vol fascinatie en ontzag. En een beetje angst. “ Insanity calls” en je doet open. De sfeervolle zwart-zitbeelden voegden een beklemmende laag toe. Ook later was “Bad Company” nog eens zo’n aartsdonkere trip naar de plekken in je hoofd waar je liever niet komt, groovend doorheen koude en waanzin. Het zijn nummers die eraan herinneren dat De Brassers niet enkel kunnen slaan, maar je ook in trance brengen.

“Pijn” knalde vol in doel. De eerste pogo begon zich te vormen vlak voor het podium. En dan riep Poukens Sietse Willems op het podium om samen “Naïef” van Meltheads te brengen. Wij gaan daar geen woorden aan vuil maken, deden zij ook niet – of schrijf zelf iets betekenisvol met de woorden legendarisch, leeggezogen en knie in de kloten. De afwezigen hebben iets gemist en gaan nooit meer hun schade kunnen inhalen. “Da’s keigoed” zei Poukens er voor de zekerheid nog bij, voor die ene Vlaming en Tom Naegels die daar nog van moesten worden overtuigd. “Begin een bandje, wie of wat houdt je tegen”, leken zijn ogen alle jonge gasten in het publiek – en dat waren er wel wat – aan te moedigen.

Maar het verhaal van De Brassers is er niet zonder reden eentje in zwart-zit. In het hoofd is het niet altijd een pretje, zeker niet voor wie in de loden jaren aan de rand van een starre maatschappij stond. “My Night” leek extra dreigend en herinnerende nog net iets harder aan het donkerste van The Cure. Je werd alleen maar extra overvallen door het gevoel dat het allemaal hier en nu gebeurde. Gisteren is dood en wie weet wat er morgen komt, vanavond stond een volle zaal hier samen met De Brassers. Wie er helaas niet meer bij is en dat al bijna twaalf niet meer, is Eric Poukens. De drummende broer van zanger Marc geraakte niet uit de morsigheid van het leven en de smerigheid van drugs. “Oh Brother”, met de mooie videoclip geprojecteerd, was een prachtig eerbetoon aan hem en in het algemeen aan alle freaks die het goed bedoelen maar die twijfelend zoek raken.

Stijn Meuris, fan van letterlijk het eerste uur, kwam “Kontrole” meedoen alsof hij nog steeds die tiener was die naar zijn leerkracht Engels kwam kijken in die verre hoofdstad. Voor ons had dat niet per se gehoeven, maar het zal de leeftijd zijn. Zonder een beetje generatiekloof zou het ook niet leuk meer zijn. Het refrein werd trouwens zo hard meegebruld dat het eigenlijk niet meer uitmaakte wie de microfoon precies vasthad. Wat een epische song blijft dit trouwens en misschien wel actueler dan ooit: “ je gehele persoon/ met verdriet en plezier/ staat opgetekend/ in je dossier.” En nu u weer.

Als afsluiter was er dan die ultieme oerschreeuw “En toen was er niets meer”, een van de beste rocksongs die deze bourgeois zakdoek tussen Maas en Noordzee ooit heeft voortgebracht. Het was meeslepend, het deed pijn, het klauwde en grinnikte. Het was niet minder dan episch. Iedereen wist dat het hierna gedaan was, voor altijd. En wat doe je dan? Vieren natuurlijk. Vieren dat het nog kan. Nooit zijn wij dichter bij JH De Kwiet in 1980 gekomen dan tijdens het uitzinnige “Ik Wil Eruit”. Daarna volgde nog een bisronde als eerbetoon aan het zwartzakpubliek dat er van bij het begin bij gebleven is, in goeie en kwade dagen. Nog een laatste “Nasty Little Lonely”, een cover van het Britse Alternative TV, met van Haesendonckx in een heldenrol. Hij stond er, met de benen wijd en zijn basgitaar als een wapen. Het eindigde pas echt met wat emotionele afscheidswoorden, kort van de band maar ook van de AB en van Meuris.

En toen was er niets meer. Maar het gezag heeft niet gewonnen, toch niet helemaal. De Brassers hebben gewonnen. Want zij stonden er, nu hier. En morgen? Zoals het al eens geschreven stond: er zijn altijd Brassers geweest, en er zullen altijd Brassers zijn.

Beeld:
Creeping Mac Kroki

aanraders

verwant

Various Artists :: End Of The Corridor – A Compilation Of Belgian Cold Wave And Post Punk 78-84

Lieven De Ridder staat niet enkel bekend als een...

De Brassers :: Alternative News

Het is een misvatting die de duistere jaren tachtig...

Sinner’s Day :: 1 december 2018, Limburghal, Genk

New wave is anno 2018 precies 40 jaar oud,...

De Brassers :: 1979 – 1982

"Er zijn altijd Brassers en er zullen altijd Brassers...

De Brassers :: ”Vroeger waren we de pest, nu zijn we cultureel erfgoed”

Hoe straf de generatie Belgische rockers van het begin...

recent

Roncha :: Fleecedekentje Thuglife

Berichtje aan alle rappers van België: goed bezig. Onze...

The Gentlemen – Seizoen 1

De serie The Gentlemen was een paar jaar geleden...

Louise van den Heuvel :: Sonic Hug

Op Sonic Hug neemt Louise van den Heuvel de...

Adania Shibli :: Een klein detail

Deining op de Frankfurter Buchmesse afgelopen editie. Kort voor...

Maria Montessori

Tegelijk een feminist én een moeder zijn was geen...

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in