Beach House :: Devotion

Voor ers van: het eigenste debuut van Beach
House, dreampop.

Amper een jaar geleden verblijdde Beach House ons met hun debuut
Beach House.
Lang moesten we niet hunkeren naar een opvolger; het kind kreeg de
naam ‘Devotion’ en gelijkenissen zijn, zoals het een nakomeling
beaamt, vrij treffend. Ontelbare keren werd hun debuut in één adem
genoemd met het gevoel van vallende bladeren en herfst (eerlijk,
mocht enola een euro krijgen voor elke keer dat het zo vermeld
stond in de verzamelde pers, dan zou hoofdredacteur Kristof niet
meer met de hoed moeten rondgaan op de vrijdagmarkt).
Een gevoel van nostalgie is inderdaad wel een sluimerende
constante, maar ‘Devotion’ is er dan weer het bewijs van dat kale
bomen niet meteen ontkiemende knoppen uitsluiten. En zelfs dan nog
houdt het nostalgische zich niet binnen de grenzen van seizoenen,
als die er thans nog zijn.

Aan de charmante succesformule die vele fans van het eerste moment
wist in te pakken, werd weinig tot niets veranderd. Over een
tijdspanne van een jaar zou dat bovendien merkwaardig zijn geweest.
Nog steeds varen Victoria Legrand en Alex Scally de al bepaalde
koers; hier en daar wordt met curiositeit wel eens afgeweken maar
er blijft een voorkeur voor het vertrouwde. Gemakkelijkheidhalve?
Misschien. Maar waarom het stuur omgooien als dat vertrouwde nu net
zekerheid brengt? Per slot van rekening blijven Legrand en Scally
mensen.

De hele plaat in zo’n daglicht stellen zou echter geen hout
snijden. Er zijn namelijk enkele opmerkelijke wijzigingen die toch
lichte vernieuwing brengen. Vooreerst kan niet ontkend worden dat
Legrand haar vocale perspectieven verbreed heeft. Haar stem gaat
veel meer voluit en staat zo een niveau hoger dan waar Scally zich
laat horen. Getuige daarvan ‘You Came To Me’, dat zich op dezelfde
plaats weet vast te haken waar ‘Apple Orchard’ dat vorig jaar deed.
In ‘Gila’ bijvoorbeeld is haar stem niet verborgen, maar
verbroedert ze net met dat plezierig gitaardeuntje. Dat samenspel
is ook wat ‘Heart Of Chambers’ zo speciaal maakt.
Het is dus duidelijk dat Scally’s gitaar een meer geschikte plek op
de voorgrond gekregen heeft – op zich een welkome verandering – en
toch is de harpsichord niet van zijn sokkel gehaald.

Dit blijft Beach House after all en dus wordt er weer lustig
gespeeld op dat harpsichord. Zoals dat ook al het geval was op het
debuut, is het nog steeds dit instrument dat als grootste
sfeerzetter fungeert; in ‘Wedding Bell’, maar evenzeer in het
tragere ‘Turtle Island’ zit op die manier diezelfde dromerige sfeer
verborgen. ‘Some Things Last (A Long Time)’, de cover van Daniel
Johnston, is dan weer een opvallend kort nummer waarop het duo uit
Baltimore zich verbluffend genoeg van een van hun beste kanten
toont.

Die sterke kant lijkt vooral in de staart van de plaat te zitten.
Nummers zoals ‘Astronaut’ en ‘Home Again’ brengen zoals reeds
gezegd geen radicale vernieuwing, maar herinneren als het ware aan
wat we al wisten: Beach House die met hun soezende geluid een
gelukzalige waas over iedereen strooien als waren ze gezanten van
Klaas Vaak. Hoewel het op deze plaat soms naar overdaad kan neigen
(jammer van het wat mindere maar daarom nog niet slechte ‘Holy
Dances’ en ‘D.A.R.L.I.N.G.’), blijft hun vertrouwde stijl toch
aantrekkelijk. Dit is mooie muziek zonder meer, om van herfst (een
euro!) tot zomer te blijven beluisteren en weer terug, hoewel dat
‘zonder meer’ misschien wel het grootste euvel kan vormen voor
sommigen. En toch: een waardige opvolger.

http://www.myspace.com/beachhousemusic

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 10 =