Gorki :: Voor Rijpere Jeugd

Een nieuw even jaartal, een nieuwe Gorki-plaat. Weer elf nummers waarin De Vos als een tienjarige jongen van achter het raam naar de wereld kijkt, of als een veertiger die zich mompelend afvraagt: "Is dit het nu?" Helaas konden we die vraag ook over zijn laatste platen stellen.

Want eerlijk: naar de platen na Ik Ben Aanwezig (en dan nog slechts de eerste uitmuntende helft en de titelsong) grijpen we even vaak terug als naar de plaatjes van 2 Unlimited of Hitbox, die we kochten toen we zelf tien waren, maar ondertussen in de donkere hoekjes van onze collectie verstopt hebben. Op die enkele gedenkwaardige songs per plaat na, werd de rest elke keer onder een deken van middelmaat en onverschilligheid weggestopt. Songschrijver De Vos stond steeds meer in de schaduw van het typetje De Vos dat hij op de doordeweekse tv-avond laat opdraven. De Vos is gewiekst en intelligent en weet wat dat hem oplevert. Helaas zijn dat geen al te beste platen meer.

En dat is erg jammer. Wie interviews met de man leest, weet dat hij een fantastische observator is — wat hij zegt, is er zo vaak boenk op. Maar ook de teksten waren de laatste jaren een pak minder. En zo kunnen we nog even door gaan. Toch hopen we bij elke plaat weer op die heropflakkering. En wie de eerste drie nummers van Voor Rijpere Jeugd hoort, zal die hoop al gauw een pak minder ijl noemen.

In tegenstelling tot "Joerie" voor het ontzettend tamme Homo Erectus, blijkt "Veronica Komt Naar Je Toe" immers geen toevalstreffer te zijn. Terwijl de single per draaibeurt zich steeds meer in het oor en hoofd nestelt, valt openingsnummer "Ik Kan Nooit Meer Naar Huis" binnen als vrienden die onuitgenodigd maar niet ongewenst binnenvallen. Ed Lay van Editors lijkt mee te drummen en er gaat een heerlijke drive van uit die we enkele jaren node gemist hebben bij Gorki. Het beste openingsnummer sinds het fantastische "Aan De Rand Van De Beschaving", daar zijn we ondertussen wel zeker van. En na de single bevat "Surfer Billy" dan weer de mooiste melodie die we in jaren van De Vos gehoord hebben.

Maar dan lijkt het zout uit de soep alweer te zijn leeggeschept. Halfweg de plaat is er "United Kashmir": een als grap vermomd intermezzo dat klinkt alsof een puberende Regi zijn synthesizer in het repetitiekot van Therapy? heeft binnengesmokkeld om de luisteraar even wakker te stoten. Wel, het slaagt in zijn opzet, want de nummers daarvoor zijn onderling inwisselbaar met die van pakweg het degelijke Plan B. Het waren er weliswaar zelfs de sterkste nummers op geweest (vooral het charmante "Naaktgeboren"), maar het niveau van de openingsminuten halen ze alleszins niet.

Dat gebeurt pas weer in het slottrio, met het knappe "Surfen Op De Golven" waarin aan het einde de zweep nog eens wordt opgelegd zoals dat bij Gorki tegenwoordig te weinig het geval is. Maar vooral "Geluk In Het Spel" gaat met de schoonheidsprijs lopen. Iedereen weet wat de keerzijde daarvan is, en het nummer klinkt alsof De Vos het als een sisyphusfiguur elke dag weer meemaakt. Bloedmooi is het. "Spiegelbeeld" is een hoofdschuddende, vertwijfelde terugblik op een tot dusver afgelegde levensweg waar De Vos een patent op heeft.

"Ik behoor echt tot de generatie van willen-maar-niet-kunnen", zegt De Vos in een interview met De Standaard afgelopen week. Ons lijkt het net het omgekeerde te zijn geweest dit decennium. Voor Rijpere Jeugd spreekt dat voor 2/3 gelukkig nog eens tegen. Als hij terug meer het achterste van zijn tong laat zien en horen op zijn platen en als het even kan eens een jaartje overslaat om alle tijd te nemen, hebben we er terug hoop op dat er nog eens een Plaat kan volgen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − 5 =