The Game Plan




Het is onrustwekkend hoe kinderen door Hollywood vaak worden
gezien als het vuilblik van de filmindustrie. Wanneer een idee zo
afgeleefd, oubollig en doodgekauwd is dat zelfs de minst
veeleisende volwassene het niet meer accepteert, dan stoppen ze het
maar in een kinderfilm, vanuit de veronderstelling dat dat klein
grut tóch alles pikt. ‘The Game Plan’ is daar een perfect voorbeeld
van; de film bestaat uit weinig meer dan de nauwelijks opgewarmde
kliekjes van prenten als ‘Three Men and a Baby’, ‘Big Daddy’,
‘About a Boy’ en ‘The Pacifier’ (alsof dat voorbeelden zijn die je
zou moeten opvolgen), maar hey, het doelpubliek is toch te jong om
die eerdere films gezien te hebben, dus waarom niet? Dezelfde
stroperige clichés en voorspelbare grapjes worden weeral op een
hoop gegooid, en zo lang die hoop dan maar een lichtjes andere vorm
en textuur heeft dan de vorige, kan het doorgaan voor een nieuw
project. Dat dit soort van zombiecinema (films van vroeger die uit
het graf opstaan, maar stinken als de pest) getuigen van creatieve
luiheid, lijdt geen twijfel. Het enige dat ik me nog afvraag, is of
de verantwoordelijken ervoor misschien een bewuste strategie hebben
– maken ze hun films soms opzettelijk zo dom mogelijk? Dat zou best
nog wel logisch zijn, want als je kinderen laat opgroeien op een
dieet van debiel peuterentertainment zoals dit, is de kans groter
dat ze later pubers en volwassenen worden die alles slikken wat de
gemiddelde Jerry Bruckheimer en Michael Bay maar op ze loslaten. Je
kunt niet vroeg genoeg beginnen met de standaards van kinderen naar
beneden te halen. Maar bon, misschien ben ik gewoon paranoïde.

Dwayne “The Rock” Johnson (die schijnbaar echt niet kan kiezen
tussen zijn echte naam en het pseudoniem uit zijn worsteldagen)
speelt Joe Kingman, een egocentrische American football-speler die
het helemaal heeft gemaakt: hij is miljonair, woont in een
peperdure, hoogtechnologische flat en hij verliest nooit een match.
Zijn motto? Never say no, een slogan die, aan zijn caruur
te oordelen, ook opgaat voor steroïden. Maar – u gelooft het nooit
– eigenlijk is Joe’s levensstijl hol en betekenisloos, want ware,
onzelfzuchtige liefde, dat kent de rakker niet. Tot op een dag de
achtjarige, gruwelijk schattige Peyton (Madison Pettis) voor de
deur staat met de boodschap dat ze zijn dochter is en dat haar
moeder (die op een blauwe maandag eens met Joe trouwde om het kort
daarna weer af te stappen) een maandje in Afrika zit “om
verhongerende kinderen in Soedan te helpen”. Joe, die een
footballspeler is en geen slimme professor of uitvinder of zo,
stelt Peyton niét de vraag waarom mama geen babysit of leuke oma
kon regelen om zo lang voor haar te zorgen, in plaats van de ex-man
voor wie ze het bestaan van hun dochter acht jaar lang verborgen
hield. Nee hoor, hij zit nu een maand lang met het schepsel
opgescheept en I’ll be damned als daar geen levenslesjes
bij komen kijken.

Het verloop van ‘The Game Plan’ is zo voor de hand liggend dat
je je bijna afvraagt waarom de makers nog de moeite doen de
gebeurtenissen te rekken tot de lengte van een langspeelfilm – ze
hadden zichzelf en de kijker heel wat tijd bespaard door gewoon
rechtstreeks over te gaan naar de onvermijdelijke knuffelpartij aan
het einde. Maar goed, onvoorspelbaarheid of een vernieuwend
scenario is dan ook niet wat de makers van dit ding beloofden. Wat
ze echter wél beloven, en wat ze hun publiek dus ook verschuldigd
zijn, zijn goede grappen en ontroerende momenten. Een pokke-lach en
een bloody traan. Maar dat kunnen we dus op onze buik
schrijven.

De humor beperkt zich tot standaard slapstick perikelen
zoals daar zijn: een blender die uit de bol gaat en de hele keuken
onder de milkshake spettert; een hondje in een tutu;
football-trofeeën die plotseling onder de glitters zitten en – het
klinkt leuker dan het is – The Rock die optreedt als een boom in
een balletvoorstelling, inclusief strakke maillot. Elke grap wordt
ongeveer tien minuten op voorhand al aangekondigd en als je ze nog
niet eerder hebt gezien in een andere film, dan vast wel ergens in
een niet bijster geïnspireerde sitcom.

Zeer waarschijnlijk krijg ik binnen afzienbare tijd minstens één
reactie van een moeder die met haar nageslacht naar ‘The Game Plan’
is gaan kijken en wiens kinderen van begin tot eind zaten te gieren
van het lachen. Dat zal dan wel zo zijn, maar kinderen van 12 jaar
of jonger lachen met àlles (waarna ze pubers worden en niet meer
kunnen lachen – kwestie van te compenseren). Dat wilt nog niet
zeggen dat je als filmmaker geen tikkel hoger mag mikken dan Kyra
Sedgwick (in een bijrol als harde manager) die een scheet laat. Het
wil veel zeggen wanneer de grappigste scène in je film er één is
waarin The Rock door een allergische reactie plots begint te praten
als Daffy Duck (Go, Boston Webels!).

Maar dat is nog niet zo erg. De boel wordt pas écht genant
wanneer de makers op onze traanklieren mikken. Omdat regisseur Andy
Fickman (ook al het genie achter ‘She’s the Man’) nog niet zou
weten hoe hij een oprechte emotie op het scherm moest brengen als
je hem een handleiding en een driedelige dvd-cursus gaf, besluit de
brave man dan maar om er zo veel mogelijk siroop op te smijten.
‘The Game Plan’ is zo mierzoet dat een huwelijkstaart van zeven
verdiepingen, afgewerkt met honing er bitter tegen afsteekt. Als je
eens op de Spoedafdeling wilt belanden met een alcoholvergiftiging,
dan moet je aan deze film een drinkspelletje ophangen waarbij je
moet drinken telkens The Rock een levensles leert, telkens hij zich
op een o zo grappige manier pijn doet of telkens wanneer hij tegen
zijn dochter zegt hoe graag hij haar wel ziet (of vice versa).
Speel dit spel echter op uw eigen risico, want ik zie het niet goed
aflopen.

The Rock (of Dwayne Johnson, als u dat verkiest) zal nooit ‘s
werelds grootste acteur worden, maar hij heeft wel genoeg charisma
om een Schwarzenegger of Stallone van deze generatie te worden. Een
carrière in actiefilms zie ik voor die mens echt nog wel zitten.
Maar komedies… Tja, we weten nog wel hoe het met Schwarzenegger
en Stallone afliep in de tijd dat die komedies probeerden te maken.
Johnson verdient punten omdat hij zich met een brede
shit-eating grin laat vernederen (die
balletvoorstelling!), maar van veel komische timing kan ik hem
voorlopig niet verdenken. De kleine Madison Pettis is dan weer zo
onwaarschijnlijk schattig dat je spontaan zin krijgt om haar een
paar maanden in een Dickensiaans weeshuis te steken, in de hoop dat
het daarna over zal zijn.

Hoe slecht is ‘The Game Plan’? Tijdens de eindaftiteling zingt
de gehele cast een liedje van Elvis. Need I say more?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

13 + elf =